AUTO OP WATERSTOF

De auto van de toekomst is elektrisch en rijdt op waterstof. De omzetting van waterstof met behulp van zuurstof uit de lucht geeft water als enige eindproduct. De energie die bij deze reactie vrijkomt kan in een brandstofcel worden omgezet in elektriciteit en warmte. Dit is een soort batterij, alleen dan eentje die niet opraakt zolang er voldoende brandstof en zuurstof aanwezig zijn.

Aan de ene elektrode wordt waterstof ontdaan van zijn elektronen, die via een draad naar de andere elektrode gaan waar ze worden opgepikt door zuurstofatomen. Hierbij wordt een elektrische spanning opgewekt van iets minder dan één volt.

Dat is bij wijze van spreken nauwelijks genoeg om een lampje te laten branden, maar door een paar honderd brandstofcellen achter elkaar te zetten, komt voldoende vermogen beschikbaar om een motor te laten draaien.

Voordat deze technologie op grote schaal kan worden toegepast, moeten er nog wel heel wat hobbels worden genomen.

Waterstof is onder normale omstandigheden een gas, en de enige manier om het efficiënt en economisch te vervoeren en op te slaan is in vloeibare vorm bij lage temperaturen en/of hoge druk. De eerste modellen die zowel Ford als DaimlerChrysler in 2004 op de Amerikaanse markt willen hebben, zouden dan ook op vloeibaar waterstof moeten gaan lopen.

Daarnaast wordt er echter driftig gezocht naar manieren om het benodigde waterstof in de motor te maken uit koolwaterstoffen als aardgas, methanol of zelfs benzine, waarvoor het benodigde distributienet al wél aanwezig is. Onder meer oliemaatschappij Shell heeft hiervoor een proces ontwikkeld.

Een ander alternatief is om de koolwaterstoffen direct in een brandstofcel om te zetten. Hoewel er op dat gebied erg veel onderzoek wordt verricht, lijkt dat toch uitsluitend een oplossing voor de nog langere termijn.