Verbod op drijfjacht zwijnen nabij

De drijfjacht op wilde zwijnen is een liefhebberij van de Oranjes. De Tweede Kamer vindt drijfjacht voor het plezier onaanvaardbaar. Maar leidt dat morgen ook tot een verbod? De Kamerleden buigen zich morgen over de drijfjacht, de aanzitjacht en de drukjacht.

Behalve Máxima is er nog een onderwerp waarbij een opstandig parlement de koninklijke familie in verlegenheid dreigt te brengen: de drijfjacht op wilde zwijnen.

De Oranjes behoren tot de beperkte groep jagers in Nederland (ongeveer 600) die fervente liefhebbers zijn van de drijfjacht. Een brede meerderheid van de Tweede Kamer vindt de drijfjacht als plezierjacht evenwel niet aanvaardbaar.

D66 komt daarom morgen, in de marge van het Kamerdebat over enige regeling bij de nieuwe Flora- en Faunwet, met een voorstel de drijfjacht te verbieden. Groenlinks, SP en waarschijnlijk de ChristenUnie zijn het daarmee eens. De PvdA twijfelt: misschien is er een tussenweg tussen verbieden en toestaan?

Sinds 1977 is de drijfjacht op reeën en herten verboden. Voor wilde zwijnen werd toen als een enige soort grof wild een uitzondering gemaakt. Boze tongen fluisteren sindsdien dat het koningshuis achter de schermen een actieve lobby voert om zijn voorrecht te behouden. Kroonprins Willem-Alexander zei in 1997 in een televisie-interview openlijk achter de drijfjacht te staan en ermee door te willen gaan.

Sindsdien is het verzet tegen de drijfjacht alleen maar toegenomen. De koninklijke familie beoefent de drijfjacht jaarlijks op de kroondomeinen Het Loo, een gebied van 10.000 hectare op de Veluwe dat daarvoor van 15 september tot 25 december voor het publiek is gesloten. Als de koninklijke familie er tegenwoordig op uit trekt, spelen zij noodgedwongen verstoppertje met de `waarnemers' van de Stichting Faunabescherming (voorheen Kritisch Faunabeheer) die op strategische plaatsen op wacht staan. Faunabeschermer Niko Koffeman zegt te weten dat het hof op drijfjacht gaat als veiligheidsmensen op zijn oprijlaan de wacht betrekken. Op de site van de Faunabescherming zijn foto's te zien van bloedende zwijnen, maar ook van voorbijcrossende limousines met jagers. Daarin schimmen van wegduikende figuren, onder wie volgens de zwijnenverdedigers Willem-Alexander en ook Máxima.

PvdA, Groenlinks en de SP hebben het verbod op de drijfjacht in hun verkiezingsprogramma staan. Staatssecretaris Faber (PvdA) beveelt in een recente brief aan de Tweede Kamer de drijfjacht echter aan als een ,,effectieve methode'' om het dreigende overschot aan wilde zwijnen te bestrijden. Zij vergelijkt de drijfjacht daarbij met twee alternatieven: de `drukjacht' en de aanzitjacht. Bij de drijfjacht jaagt een groep drijvers met honden de zwijnen richting jagers. Die moeten erin slagen de zwijnen in vliegende vlucht te raken. De drukjacht is een gedempte versie daarvan. Slechts enkele drijvers drijven de zwijnen verschillende kanten op. Bij de aanzitjacht schiet de jager vanaf een hoge vaste plaats, bij plekken waar veel zwijnen komen. Soms wordt daarbij lokvoer gebruikt.

Is drijfjacht van de drie de meest effectieve methode? Nee, zegt onderzoeker G.Groot Bruinderink van het onafhankelijke onderzoeksburea Alterra. ,,Het kan best zijn dat je er in korte tijd grote aantallen mee schiet, maar het is bijzonder inefficiënt als je als kijkt naar de verhoudingen tussen menskracht en resultaat. Voor een jager die op een hoge plaats op een voerplaats zit, is elk schot een zwijn.''

Bruinderik ziet niets in de drijfjacht: ,,Je moet een meesterschutter zijn om een zwijn in volle ren over een bospad te raken, laat staan dodelijk. Dat is het grote bezwaar tegen de drijfjacht. De jagers nemen willens en wetens het risico een zwijn alleen maar aan te schieten en te verwonden.''

Volgens Alterra wordt negentig procent van het afschot gerealiseerd door de aanzitjacht. Drijfjacht is goed voor tien procent. Voor het Tweede-Kamerlid M. Augusteijn (D66) is dat – naast het dierenwelzijn – een van de redenen om de drijfjacht te willen verbieden. Ook het alternatief van de drukjacht wijst zij af. Groot Bruinderink is het daarmee eens: ,,Het enige verschil met de drijfjacht is dat de dieren minder hard worden opgedreven. Maar als het even niet lukt, is het vlees zwakker dan de geest: dan ga je over op drijfjacht. Dat is een schimmig onderscheid.''

Toch zou het verschil tussen drijfjacht en drukjacht morgen cruciaal kunnen blijken. De PvdA is namelijk wel genegen de drijfjacht te verbieden, maar drukjacht moet kunnen, zegt woordvoerster W. Swildens: ,,Als je wat geritsel achter de struiken hoort, moet een jager het zwijn een zetje kunnen geven. Maar het mag alleen één op één.'' Eén drijver, één zwijn, is kortom het standpunt van de PvdA.

Evenals oppositiepartij CDA zegt ook de PvdA wel tegen de drijfjacht voor het plezier te zijn. Maar beide partijen denken net als staatssecretaris Faber dat een andere vorm dan aanzitjacht nodig is om de jaarlijkse aanwas van wilde zwijnen terug te dringen.''

Ook dit argument vindt deskundige Groot Bruinderink niet overtuigend. Het grootste gedeelte van de naar schatting 2.000 wilden zwijnen in Nederland leeft op 65.000 hectare Veluwe. Maar dat is eigenlijk ,,een ongeschikt gebied voor de zwijnen'', zegt Groot Bruinderink, want de Veluwe is ,,voedselarm''. Hij is er van overtuigd dat de zwijnen zouden wegtrekken, als ze niet zouden worden bijgevoerd. ,,Over de hele Veluwe worden tonnen maïs uitgestort. Het gebeurt ook op de Kroondomeinen. Hier en daar worden wildweiden aangelegd en de zwijnen krijgen krachtvoer.'' Groot Bruinderink: ,,Het doel is te zorgen dat je elk jaar iets kunt wegschieten. Het is gewoon een vorm van extensieve varkenshouderij. Het gaat om het jachtplezier.'' De Tweede Kamer gaat er vooralsnog vanuit dat er níet wordt bijgevoerd. Als staatssecretaris Faber morgen zegt dat het wel zo is, wordt het verschil tussen drijf- en drukjacht alsnog een theoretische kwestie.