Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politiek

Monarchie zorgt voor stabiliteit en evenwicht

Heeft de monarchie nog toekomst in de 21ste eeuw? De discussie over een eventueel huwelijk van kroonprins Willem-Alexander heeft deze vraag weer actueel gemaakt. H.J.L. Vonhoff vindt dat de monarchie een stabiliserende factor is in de Nederlandse democratie. J. Prillevitz meent daarentegen dat de `royalties' beter op tijd de eer aan zichzelf kunnen houden.

Lezers kunnen via internet deelnemen aan een discussie over de toekomst van de monarchie. Ze kunnen argumenten toevoegen en met elkaar in debat gaan. Ook kunnen zij `stemmen', door aan te geven met welk betoog ze het eens zijn. Deze discussie is opgezet in samenwerking met de onafhankelijke politieke debatsite Referendum.NU.

1. Stabiliteit

Wie zich bezighoudt met de organisatie van ons staatsbestel wordt bij alle gebreken die men zou kunnen bedenken, getroffen door het verschijnsel dat het een haast vanzelfsprekende stabiliteit kent. Niet dat zich geen golven of golfjes in voordoen, dat zou onnatuurlijk zijn, maar die veroorzaken geen fundamentele onevenwichtigheid. De verklaring daarvoor ligt in de eigenaardige vorm van monarchaal bestuur die in Nederland is gegroeid en onze positieve waardering verdient.

Zo'n constatering is moeilijk kwantificeerbaar, maar het is een misverstand dat het onweegbare gewichtloos zou zijn. Wie denkt dat het onmeetbare geen dimensie heeft vervalt al snel tot onzakelijkheid. De tegenstanders van de Nederlandse monarchie hebben niet zelden last van dat euvel.

Wat moet onder de eigenaardige vorm van ons monarchaal bestel worden verstaan? Ik denk dat de Nederlandse monarchie naar haar aard republikeins is. Zoals het erfstadhouderschap van de Oranjes, waaruit het koningsschap is voortgesproten, een monarchaal fenomeen was in het bestel van een republikeinse statenbond. Daarom heeft het Nederlandse koningschap een functie in de regering. Het is geen louter representatief symbool en behoort dat ook niet te zijn.

2. Evenwicht

Wel moet dit deel van de soevereiniteit in die zin beperkt blijven dat de uitoefening daarvan is voorbehouden aan het andere deel van de regering, het kabinet dat berust op het vertrouwen van de volksvertegenwoordiging.

Die grens is er en die moet in stand blijven, maar het is een zone met een marge. Het is de taak van de minister-president om ervoor te zorgen dat die grens wordt gehandhaafd. Naarmate het politieke proces helderder is, wordt de grensafbakening scherper. Zo is de monarchie onderdeel van de democratie.

Het is een voortdurend misverstand dat democratie en volkssoevereiniteit identieke begrippen zijn. Democratie is besluit bij meerderheid met het ontzien van de gerechtvaardigde verlangens van minderheden.

Bij volkssoevereiniteit besluit de meerderheid in de veronderstelling dat de meerderheid gelijk heeft. De manipulatie van plenaire vergaderingen en het versimpelen van politieke problemen tot enkelvoudige vraagstellingen, zijn daar de uitwassen van. Vandaar dat een systeem dat louter berust op het gezag van gekozenen in zijn praktische uitwerking niet zelden leidt tot onevenwichtigheden en soms ontsporingen zoals in tal van republieken, niet alleen Zuid-Amerikaanse, geregeld is voorgekomen.

3. Nuttige brugfunctie

Positief waardeer ik daarom de rol van het staatshoofd bij kabinetsformaties.De ondoordachte uitlating van de fractievoorzitter van D66 daarover miskende volledig de politieke werkelijkheid op twee punten. Allereerst dat wat hij wilde sinds 1971 al mogelijk is na de aanvaarding van de motie-Kolfschoten, en voorts dat na verkiezingen de Tweede Kamer de rol van staatshoofd niet kan overnemen omdat het belang van politieke partijen erin is gelegen, zeker als zij hebben verloren, om de rol van de overwinnaar te mitigeren. De afkalving daarvan geschiedt het meest effectief door de overwinnaar onmiddellijk aan te wijzen als kabinetsformateur en hem vervolgens te laten mislukken.

In de Nederlandse situatie komt juist in optima forma datgene tot zijn recht wat Walter Bagehot in een klassiek werk over de Engelse constitutie in 1826 omschreef als het recht van de koning om geraadpleegd te worden, het recht om te stimuleren en het recht om te waarschuwen. Vandaar dat de bewegingen van het staatshoofd beperkter zijn naarmate de adviezen duidelijker en eenduidiger zijn. Een verstandig staatshoofd ziet daarnaar uit. De praktijk wijst dat ook uit. Bij de formatie van het tweede kabinet-Kok was de rol van de koningin aanzienlijk beperkter dan bij de formatie van het eerste kabinet.

Het staatshoofd wordt bij zijn acties ondersteund door een kring van adviseurs en zorgt er nauwlettend voor die als referentiekaders te blijven hanteren. Op die basis kunnen vastgelopen situaties worden doorbroken. Daarbij kan de ervaring een belangrijk positief element zijn. Die ervaringsfactor is statistisch gezien eerder aanwezig aan de kant van het staatshoofd dan bij de politieke onderhandelaars.

Onze parlementaire geschiedenis kent nogal wat voorbeelden waarbij dit een positieve waarde is gebleken voor het verloop van het formatieproces. Die waardering staat dan uiteraard los van het feit of men de politieke uitkomst positief beoordeelt, maar dit is nu net níet het domein van het staatshoofd.

4. Continuïteit

Onze constitutionele monarchie kent een zorgvuldig pakket van spelregels. Het valt op dat velen die zich in deze dagen met het koningshuis bemoeien die niet kennen of niet in acht nemen. Ontijdige commentaren van parlementariërs zijn geen bewijs dat het systeem niet deugt, maar hooguit dat ze zich hun positie onvoldoende bewust zijn.

In de praktijk blijkt dat een wijze vorst, zoals Bagehot dit aanduidt, zich daarvoor pleegt te hoeden. De gedegen opleiding die de Oranjes plegen te ondergaan voor zij tot de troon geroepen zijn, is van groot belang en een groot voordeel voor het functioneren van ons monarchaal systeem. In een omgeving die vatbaar is voor incidentele en niet altijd gefundeerde impulsen is dit een waardevol rustpunt.

5. Brede consensus

Ten slotte is de brede consensus over de monarchie een feit van wezenlijke betekenis. De monarchie, belichaamd in het Huis van Oranje, staat bij het Nederlandse volk.

Het valt mij altijd weer op dat beschouwingen die de monarchie afwijzen op basis van democratische overwegingen dit feit negeren of kleineren. Met parmantige verwatenheid spreekt men neerbuigend over datgene wat de grote meerderheid van ons volk van waarde acht. Overigens niet zelden lichtelijk inconsequent als men zich juist in die kring zo sterk maakt voor het gelijk van de meerderheid.

Democratie is naar het woord van de vroegere liberale minister van Justitie Carel Polak geen staatsvorm voor bange mensen. Zij die leidinggeven aan de politieke kant van het constitutioneel bestel dienen mensen van formaat te zijn. Dat is onze eerste zorg. Tot dat formaat behoort de volwassen omgang met het koningshuis. De monarchie daagt daartoe uit.

Prof. H.J.L. Vonhoff is oud-commissaris van de koningin in Groningen.