`Grensmaasplan is een echec'

De natuur zou fraaier worden en het zou niets kosten. Wat ooit verkocht is als natuurontwikkeling in het Zuid-Limburgse Maasdal blijkt `grindwinning verpakt in een natuurpapiertje'. Limburg beseft dat het gefopt is.

Na steenkool zijn de grindvoorraden in het zuidelijke Maasdal Limburgs grootste bodemschat. Het baggeren naar de kiezel, grondstof voor de betonindustrie, levert een handjevol bedrijven jaarlijks honderden miljoenen guldens op. In Nederland komt grind buiten Limburg niet of nauwelijks voor.

Na de oorlog zijn in Limburg honderden hectare cultuurland weggebaggerd. De baggermolens laten grote gaten achter. Het verzet tegen de `grindboeren', zoals de baggeraars heten, groeide door de jaren heen. Steeds meer landbouwers, natuurorganisaties en bewoners hadden genoeg van het wegvreten van het land en de bijbehorende overlast.

Een einde aan de grindwinning, dat was eind jaren tachtig de doelstelling waarmee het provinciaal bestuur met het ministerie van Verkeer en Waterstaat ging onderhandelen. Provincie en rijk sloten in 1990 een akkoord: Limburg zou nog slechts 35 miljoen ton grind leveren voor de nationale behoefte. Daarna zou het voor altijd afgelopen zijn.

Dat het zolang geduurd had voordat de politiek gehoor gaf aan de maatschappelijke weerstand, had te maken met de macht van de grindboeren. Het comité `Stevol Nee', dat zich sinds 1987 verzet tegen een ontgrinding bij Stevensweert, sprak openlijk over smeergeldpraktijken. De hechte band tussen provinciebestuur en branche had geleid tot belangenverstrengelingen. Oud-gedeputeerden H. Riem (PvdA) en Th. Verhagen (CDA), verantwoordelijk voor ontgrondingen, kregen onmiddellijk na hun vertrek uit het provinciehuis adviesfuncties in de grindsector. Dankzij Riem beschikte de branche begin jaren negentig zelfs over vertrouwelijke provinciale documenten, zo bleek uit onderzoek van de rijksrecherche.

Het was ook dankzij Riem dat de provincie in 1991 een opmerkelijke koerswijziging inzette. In dezelfde maand dat het lang bevochte grindconvenant gesloten was, presenteerde een Limburgse PvdA-commissie, geanimeerd door Riem, een plan om van de Grensmaas tussen Maastricht en Maasbracht `een paradijs van kreken, stroomgeulen en moerassen' te maken. Het plan kostte niets. De natuurontwikkeling kon betaald worden met de opbrengst van 35 miljoen ton grind, of mogelijk meer.

De grindboeren toonden zich gecharmeerd en de provinciale politiek ging om. Alleen het comité `Stevol Nee' was sceptisch. De plannen waren niets anders dan grootschalige grindwinning, ,,verpakt in een natuurpapiertje'' aldus het comité. Als directeur H. Bemelmans van de Limburgse Milieufederatie nu die uitspraak van tien jaar geleden hoort, zegt hij: ,,Achteraf blijkt het inderdaad zo uit te pakken.''

Het Grensmaasplan werd midden jaren negentig ingehaald door twee hoogwatergolven. Limburg eiste meer veiligheid. Zo werd het natuurplan ook een veiligheidsplan. De bijkomende verdieping en verbreding van de rivier (ter voorkoming van nieuwe wateroverlast) maakte het plan duurder. Provincie en het rijk hielden echter vast aan het uitgangspunt dat de kosten betaald moesten worden met de grindopbrengst.

Voor Bemelmans van de Milieufederatie Limburg ligt hier de kern van het probleem. Bemelmans: ,,Met alleen natuurontwikkeling was kleinschalige grindwinning voldoende geweest om het plan te bekostigen. De veiligheid maakt het plan duurder. Dat leidt tot meer grindwinning want Limburg wordt nog steeds gedwongen zijn eigen veiligheid te betalen. Elders voorziet het Rijk in veiligheid.''

De grindbedrijven, die strategisch grond in het Maasdal hadden verworven, wilden na de wateroverlast wel praten over een ruimere opzet. De gesprekken liepen eind vorig jaar vast. De grindbedrijven, verenigd in het Consortium Grensmaas BV, wilden dat de overheid 200 miljoen gulden betaalde voor hun grond. De overheid vond dat de bedrijven de grond `om niet' moesten inbrengen in de publiek private samenwerking. De baggeraars wilden het liefst werken met hun baggermolens, drijvende fabrieken die op grote diepten grind winnen. De provincie zag andere winmethoden, zoals het droog afschrapen van klei en grind.

Onder leiding van G. Blom, oud-directeur-generaal van Rijkswaterstaat, is nu een compromis bereikt. Bij de presentatie daarvan, vorige week, besefte Limburg dat het gefopt is. De overheid is, om maar geen cent in het project te hoeven stoppen, het consortium op veel fronten tegemoetgekomen. De grindwinning is met eenderde uitgebreid. Er mag ook diep gewonnen worden met baggerschepen en het grind kan ter plekke verwerkt worden. Dat is lucratief voor de baggeraars, maar levert ernstige overlast op in het Maasdal.

De weerstand groeit van natuurorganisaties, fracties in Provinciale Staten, boeren en omwonenden. Weinig Limburgers lijken voorstander van nog tientallen jaren grindwinning. Want als de balans opgemaakt wordt, blijkt dat er geen 35 miljoen ton maar zeker 71 miljoen ton gebaggerd kan worden. Een strikte limiet aan de grindopbrengst is overigens in het compromis weggelaten.

Prof. G. van de Ven, bijzonder hoogleraar waterstaatsgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, hoopt dat nu het besef doordringt dat het plan mislukt is. ,,Dit is een echec. Het was te doen om waterschade te voorkomen en het landschap te verfraaien. Als de baggermolens weg zijn, na 15 jaar overlast, is het land dat beschermd moest worden weg. En waar doen we het voor? Nu is er een kans van 2 procent per jaar om 5 dagen lang een halve meter water in huis te krijgen. Als het plan klaar is, is die kans 4 procent in tien jaar. We kunnen beter leren leven met wateroverlast.''