DE MELKERT-METHODE

De PvdA heeft het moeilijk. De affaire-Peper, Marijke van Hees, ongunstige peilingen, sleetsheid van Paars. Maar Ad Melkert leidt zijn 45-koppige fractie met straffe hand.

'Angst speelt een hoofdrol. Voorzichtig! Vooral geen boude uitspraken.'

'We zijn verzuurd, hoor!', zegt het kersverse PvdA-Kamerlid Staf Depla. 'Als je er drie van ons bij elkaar zet, moet je een milieuvergunning aanvragen.'

Het is ontegenzeggelijk de faam die de PvdA-fractie bij Haagse journalisten en bij collega-Kamerleden heeft.

'Ze zijn narrig. Ze zijn arrogant. En ze praten heel slecht Nederlands.'

Drie weken ben ik te gast geweest bij dit gezelschap met de weinig levenslustige roep. Ik heb hun vergaderingen mogen bijwonen. En ik heb bijna alle PvdA-Kamerleden apart gesproken.

Na die drie weken kan ik getuigen: het valt mee. Ik ben zelfs bereid om er twee vingers voor in de lucht te steken: er waren ogenblikken waarop er voluit en onbelemmerd werd gelachen.

Zelf zeggen de PvdA-Kamerleden dat ze deel uitmaken van de meest sociale (Ferd Crone), de aardigste (Rob van Gijzel), de meest humane (Jaap Jelle Feenstra), de wellevendste (Desiree Duikers), de meest aimabele (Margreeth de Boer) en de creatiefste (Adri Duivesteijn) PvdA-fractie die sinds mensenheugenis te Den Haag het sociaal-democratische woord heeft gesproken.

Dat klinkt hemels.

Iedereen zegt er wel meteen iets bij. Dat het ook de braafste en de minst geprononceerde, de gezapigste en de minst politieke PvdA-fractie van ooit is.

'Ik geloof niet dat we ooit een betere fractie gehad hebben, dat meen ik echt. Het risico is dat het loszanderig wordt. Braaf is misschien het woord niet en het wordt overdreven, maar een gevoel van enige saaiheid, dat zit er wel in, ja.'

(Bert Koenders, 42 jaar, buitenlandwoordvoerder, PvdA-Kamerlid sinds 1997)

Zo heel braaf was het niet om een journalist drie weken mee te laten kijken in het Mekka van Melkert. De Partij van de Arbeid maakt niet de prettigste fase door in haar bestaan.

Waarom de PvdA?, vroeg fractievoorzitter Ad Melkert bij de kennismaking. En waarom de PvdA-fractie? De laatste vraag was makkelijk te beantwoorden. Omdat er behalve de fractie niet zo heel veel PvdA meer over is.

Melkert zei dat zijn fractiebestuur mijn verzoek link vond. Maar ook avontuurlijk. De meerderheid dacht dat het de openheid zou dienen om ja te zeggen.

Hij vroeg of ik hem gerust kon stellen. Ik zei dat ik dat niet kon. Want dat ik het eerder gedaan had, drie weken rondkijken, maar dan in een tapijtfabriek. En dat die fabriek binnen een half jaar failliet gegaan was. Dat had het ijs gebroken. Oké, zei Melkert. En oké, zei zijn voorlichtster. We wagen het erop. Je bent welkom.

'Ik ben een positivo. Deze fractie is soepel georganiseerd en er is niet veel ruzie. Ik heb wel eens gedacht: we zijn te bang om een radicaal verhaal buiten de Kamer te laten horen. Daar springt geen vonk van over. We zijn goede beheerders gebleken. De kas is terecht aan ons toevertrouwd.'

(Ferd Crone, 46 jaar, financieel specialist, PvdA-Kamerlid sinds 1994)

En zo gebeurt het dat ik op een gure maandagmorgen in november het Kamergebouw betreed dat Koloni'n genoemd wordt en waarin de PvdA-fractie is ondergebracht.

Alle vier verdiepingen zijn uitgestorven.

Op maandag vergadert de Tweede Kamer niet.

Op de eerste verdieping zit een enkeling het algemene rookverbod te overtreden. Op zolder raak ik het spoor bijster tussen de verwarmingsbuizen. En in de kelder kom ik een fractiemedewerker tegen die zegt dat ik niet in de kelder maar op de nullenvloer ben. Daar hebben de backkbenchers hun werkkamer. De anderen willen er niet zitten, want daar komt de pers nooit langs.

Het eerste Kamerlid dat ik die maandagmorgen tegen het driedelig zwart geklede lijf loop, is Rik Hindriks, economisch woordvoerder. 'Zo', zegt hij, 'ben jij die persoon die komt rondkijken?' Hij neemt me mee naar zijn kamer waar hij in woede ontsteekt. Uit wat hij zegt begrijp ik dat hij een wet in de Kamer zou behandelen waar iets in staat waar hij op tegen is. Dat verkeersvliegers een ruime vergoeding krijgen voor hun opleidingskosten. Rik Hindriks vindt dat weinig socialistisch. Daar wil hij zijn afkeuring over uitspreken. Had hij dat maar niet gewild! Een gedonder dat hij daarover heeft gekregen! Het hele weekend de telefoon roodgloeiend. Collega Crone aan de lijn, collega Kalsbeek aan de lijn. Dat kan niet, Rik, dat mag niet, dat gaat in tegen onze eigen staatssecretaris.

Zojuist heeft het Kamerlid vernomen dat in zijn plaats een ander de wet gaat behandelen.

Hij laat een ouderwets linkse vloek horen.

In de weken die volgen, zal ik de aardige kant van de PvdA-fractie leren kennen, maar ook de minder aangename lagen daaronder. Die zullen de één (Khadija Arib) doen spreken van 'hyenagedrag' en de ander (Usman Santi) van 'gewoon collega's naaien'. Maar dan loop ik al zo lang rond in Koloni'n dat niemand meer vraagt of ik de persoon ben die komt rondkijken. Dan komen de Kamerleden uit zichzelf naar mij toe met hun klachten en hun klachtjes.

'Ik was jong en ik was enthousiast toen ik in de fractie kwam. Dat vonden de anderen leuk. Maar nu begint het te steken. Het gaat wel erg hard met mij, vinden ze. Nu worden mijn collega's ineens heel kritisch. Had dat debat wel zo gemoeten? Ben je zeker van je zaak? Ik sta iets te veel in de picture, denk ik. Nu moet ik afgeremd worden. Hoho. Even dimmen.'

(Jeroen Dijsselbloem, 34 jaar, landbouwkundig ingenieur, PvdA-Kamerlid sinds maart 2000)

Bij de PvdA begint de Kamerwerkweek op dinsdag met de 'Aktualiteiten'. Vroeg in de ochtend komt in de Regentenkamer, de mooie kamer van Koloni'n, het fractiebestuur in vergadering bijeen. Elf mannen en vrouwen, de crème de la crème van de fractie. scharen zich op kardinaalrode stoelen langs een kardinaalrode ovale tafel. Vanaf de wanden kijken oud-gouverneurs en andere gezaghebbende Indiëgangers in olieverf op hen neer.

'Ruilhandel', had Adri Duivesteijn, de vice-fractievoorzitter, van tevoren gezegd. 'Kamerwerk is ruilhandel.' Dat blijkt binnen vijf minuten. Het fractiebestuur stelt vast dat de PvdA zal stemmen vóór de vliegersonkoosten.

Maar dan komt het.

Judith Belinfante, woordvoerder cultuur en als gast binnengelopen, zegt dat VVD en D66 een motie willen indienen tegen de PvdA-staatssecretaris Rick van der Ploeg. De PvdA is niet vóór die motie.

'Wat doet het CDA?'

Dat twijfelt. 'Ze zijn bereid om tegen te stemmen als de PvdA een CDA-motie over de Haagse toneelgroep De Appel steunt.'

Daar is de PvdA eigenlijk tegen.

'Wat winnen we ermee als we het doen?', vraagt Ad Melkert.

'Het CDA', zegt Judith Belinfante.

'Dan zou ik zeggen, meetekenen', zegt vice-fractievoorzitter Adri Duivesteijn.

Ad Melkert vraagt of 'we er een verhaal onder hebben'. Het klinkt alsof hij vraagt om een smoes.

'Ja', zegt Judith Belinfante. 'Dat de regio Den Haag onderbedeeld is. En w'j zijn toch voor regionale spreiding

'Mooi', zegt Melkert. 'Dan tekenen we.'

Aldus wordt besloten.

De PvdA zal vóór De Appel stemmen om te verhinderen dat het CDA tegen de PvdA-staatssecretaris stemt.

'Ach', zegt een bestuurslid, 'onze eigen staatssecretaris is mij best een appeltje waard.'

'Er is een hele aimabele en sociale groep mensen de fractie binnengebracht. Ik kreeg al gauw het gevoel: kan het alstublieft wat steviger, wat scherper? Het Heilig Moeten en het Heilig Vuur is er een beetje uit. Het is meer dealen met het haalbare geworden. Ik hoef geen fanatisme, maar je moet uitkijken dat het niet helemaal verwatert. Angst speelt een hoofdrol. Voorzichtig! Vooral geen boude uitspraken!'

(Margreeth de Boer, 61 jaar, ex-minister van vrom, PvdA-Kamerlid sinds 1998)

Na de Aktualiteiten rept het PvdA-fractiebestuur zich per lift naar de zolder, waar de overige fractieleden zich verzameld hebben. Ze zitten aan een onafzienbaar grote ellipsvormige witte tafel met microfoontjes, klaar voor de wekelijkse fractievergadering. Er is een jarige. Er zijn gebakjes.

'Gefeliciteerd, Dick. En ben je al opa?'

Al gauw komt het onderwerp aan de orde dat de fractie de komende weken zal bezighouden: de euthanasie. Het gaat er niet om of de PvdA daar voor of tegen is. De grote meerderheid is voor het wetsvoorstel. De kwestie is dat een paar fractieleden bedenkingen hebben. Ze worden tamelijk welwillend aangehoord.

Maar dan neemt Thanasis Apostolou het woord. Hij is Griek van geboorte en hij heeft theologie gestudeerd. Hij zegt dat hij tegen het hele wetsvoorstel is. De mens heeft het leven van boven ontvangen, hij heeft niet het recht om het zelf terug te geven.

Algemeen gemor.

Peter van Heemst vraagt op hoge toon of Thanasis een voorbehoud gemaakt heeft bij het PvdA-verkiezingsprogram. Thanasis Apostolou krimpt ineen. Sharon Dijksma is er 'helemaal niet aan toe' om op wat voor manier ook ruimte te geven voor een tegenstem.

Apostolou's handen beginnen te trillen.

Jet Bussemaker zegt dat het een heel zuiver en nauwkeurig wetsvoorstel is en dat ze verwacht dat iedereen vóór stemt. Marja Wagenaar sluit zich daarbij aan. De tegenstemmer in spe staat het huilen nader dan het lachen.

Dan neemt Ad Melkert het woord. Hij vindt het van het grootste belang om de euthanasiekwestie gezamenlijk af te ronden. Dat hoeft niet nu, zegt hij, dat kan ook volgende week nog. Hij zal de zaak in het fractiebestuur verder bespreken.

Apostolou leeft op.

Zijn afwijkend geluid heeft niet meteen consequenties.

Na de fractievergadering haast ik me naar de kamer van Thanasis Apostolou. Hij vertelt dat hij in Griekenland, in de dagen van de kolonels, als soldaat heeft moeten roepen: leve de revolutie! En dat hij daar tot de dag van vandaag wroeging over heeft. Waarom zou hij nu dan, in het vrije Nederland, tegen zijn geweten in moeten stemmen? Er is pressie, zegt hij. Sterke pressie. Er wordt ontzettend sterke pressie op hem uitgeoefend om toch vóór te stemmen. De komende week, denkt Thanasis Apostolou, zal hij spitsroeden moeten lopen. Het laatste woord is nog lang niet gesproken.

'Ik ben loyaal aan de Partij, aan de fractie. Ik heb heel veel te danken aan deze partij. Ik ben bereid er veel voor terug te geven. Omwille van mijn loyaliteit stem ik ook wel eens voor iets waar ik eigenlijk tegen ben. Eén keer ben ik de gang op gegaan. Het ging over de versoepeling van de loting in het Hoger Onderwijs. Daar ben ik tegen. Maar daar stemden wij voor. Een wijs iemand zei tegen mij: ga jij maar een kopje thee drinken tijdens de stemming.'

(Marleen Barth, 36 jaar, ex-parlementair verslaggeefster, PvdA-Kamerlid sinds 1998)

Een kille donderdagmiddag, de regen spoelt Den Haag onder. In de Regentenkamer van Koloni'n zit het PvdA-fractiebestuur opnieuw in vergadering bijeen.

Marja Wagenaar kondigt aan dat een paar Kamerleden over de kwestie Zorreguieta willen spreken. Fractievoorzitter Ad Melkert zegt, in meer bedachtzame bewoordingen, dat hij daar geen donder voor voelt. Hij is echt niet van plan om de fractie voor voldongen feiten te stellen, maar...

'Dat zal wel gebeuren, Ad', zegt Ella Kalsbeek.

Ad Melkert: 'Nee.'

Ella: 'Ad, schiet op nou.'

Ad Melkert: 'Het krijgt alleen maar pootjes als we er nu over praten.'

Peter van Heemst zegt dat we 'stap voor stap dat huwelijk in gerommeld' worden. En dat je dan in de PvdA een 'heel naargeestig debat' krijgt.

Ad Melkert: 'In verband met de supergevoeligheid van dit onderwerp voel ik er niks voor. Ik verzeker jullie, er is nog niets beslist.'

Peter van Heemst: 'Daar geloof ik niks van.'

Ad Melkert: 'Dat vind ik heel erg, dat je dat zo ziet. We zitten met het feit dat het grootste deel van het Nederlandse volk het allemaal prachtig vindt.'

Marja Wagenaar: 'Dus?'

Dus is duidelijk: er komt geen gesprek in de fractie over dit onderwerp.

'In sociaal opzicht is dit de aardigste fractie. De vorige bestond uit houthakkers. Ik vind nu dat er te veel rust in de tent is. Ik weet niet hoe Kok en Melkert daarover denken, maar ze zullen het niet zo vervelend vinden, vermoed ik. De politieke discussie gebeurt buiten de fractie. Ik mis het en daar geef ik ook uiting aan. Neem de wachtlijsten in relatie tot de hogere welvaart. Dat beestje wordt niet bij zijn naam genoemd. Borst en dat departement aanpakken, daar rust een taboe op. De hypotheekrente, de idioterie dat ik voor mijn huis van vijf ton minder betaal dan mijn vriend voor zijn huis van drie ton. Niet over praten! Ook niet over de inkomenspolitiek, dat de gaten alleen maar groter worden. En niet over de onderwereld waarvan de macht die van justitie ver te boven gaat. Ik vind: als je al zeven jaar de premier levert, moet je juist scherp blijven. Dat lukt ons niet.'

(Rob van Gijzel, 46 jaar, woordvoerder verkeer, PvdA-Kamerlid sinds 1989)

Nog een ervaring. In de voltallige fractievergadering houdt Ad Melkert een Algemene Beschouwing omtrent de nieuwe wegen die hij wil gaan bewandelen nu het land zoveel geld over heeft. Hij zegt met nadruk dat hij het gesprek daarover los wil zien van de coalitiekwestie. Het gaat niet tegen de VVD. Het gaat om vernieuwing.

De fractieleden begrijpen de hint. Vlak daarvoor heeft Adri Duivesteijn een artikel gepubliceerd waarin hij voor de volgende regeerperiode een ander kabinet bepleit, bij voorkeur samen met GroenLinks. 'Bij dat artikel', zegt Melkert, 'moet het blijven.' Hij wil nu absoluut geen verdere speculaties meer over het einde van Paars.

Een enkeling draait zich om in mijn richting. 'Dat gaat over jou!', roept Bert Middel. Een paar dagen eerder heb ik alle PvdA-Kamerleden een schriftelijke enquête overhandigd met daarin ook de vraag of ze het, ja, nee, geen mening, met Adri Duivesteijn eens zijn. 'Ik zou me wel twee keer bedenken', zegt Melkert, 'om op die vraag een antwoord te geven.' Nu draait de hele fractie zich naar mij om.

'Oei! Poei!'

'Ik kan niet genoeg benadrukken', vervolgt Melkert, 'dat wij vanuit deze fractie gedisciplineerd moeten weigeren om op deze vraag antwoord te geven'. Vierenveertig fractieleden die van hun voorzitter de juiste omgang met een schriftelijke vraag voorgeschreven krijgen.

'Over de vraag of de coalitie nog bevalt, wordt heel weinig gesproken, waarschijnlijk vanwege het hoge bananenschilkarakter. De leiding zegt dan: daar gaan we niet over praten want het komt toch naar buiten. De prijs is dat we over tal van hoofdonderwerpen niet met elkaar discussiëren. De basisvorming in het onderwijs, de criminaliteit, de toekomst van de illegaliteit. Daarom gaan we steeds meer lijken op de ambtelijke wereld waarin je je vooral niet met de grote vragen bezig moet houden. Wij kijken een week verder. Niet een jaar. Laat staan vijf jaar, wat wel zou moeten.' (Gerrit Valk, 45 jaar, ex-archivaris, PvdA-Kamerlid sinds 1989)

Na de fractievergadering met het dringende stemadvies loopt Nebahat Albayrak in de gang naar mij toe: 'We laten ons niet allemaal onder druk zetten, hoor!' Dat blijkt.

Ondanks Melkerts disciplineverzoek geven 38 van de 45 PvdA-Kamerleden schriftelijk antwoord op de coalitievraag. Precies de helft van de PvdA-Kamerleden zegt dat ze de volgende keer inderdaad liever met een andere coalitie willen regeren. 'Ik ben paarsmoe', schrijft de een. En een ander laat weten: 'We moeten het met GroenLinks gaan doen, ook al geeft het vier jaar lang gedonder.'

Het gaat er niet om dat de PvdA-fractie ontevreden is met haar leider. Dat is ze niet. Oudere fractieleden denken met huiver terug aan de vorige perio de, toen Wallage de PvdA-fractie aanvoerde. Die vier jaar, zeggen ze, waren de rotste ooit. Altijd ruzie en altijd gedonder tussen de langer zittende Kamerleden en de nieuwelingen die van Rottenberg dat verkalkte zootje in Den Haag wakker moesten schudden.

Over hun fractievoorzitter van nu zijn bijna alle PvdA-Kamerleden het eens: zijn positie 'staat niet ter discussie', politiek en strategisch 'steekt hij met kop en schouders boven ons allemaal uit', hij houdt er 'geen coterietjes op na', hij is 'transparant', hij geeft je 'heel veel vrijheid en ruimte' en hij ziet toe op 'rust en vrede'.

Maar de vrede, zo haast iedereen zich erbij te zeggen, heeft een prijs: braafheid en gebrek aan discussie. 'Ad wekt de indruk', zegt het lid Middel, 'dat hij het ook best zonder fractie kan.' 'Hij geeft veel ruimte', zegt het lid Dijsselbloem, 'maar zodra er iets van richtingenstrijd dreigt te ontstaan, serveert hij die af.'

'Je krijgt vrijheid', zegt het lid Oudkerk, 'zolang je maar op je eigen terrein blijft. Dat noem ik gevangenschap.' Het lid Hamer: 'We zitten in een kramp. Als Ad het ergens niet over wil hebben, dan wordt er ook niet over gesproken.'

En het lid Herrebrugh ten slotte: 'Ik ben een fan van Melkert, want ik ben het met hem eens. Maar hij is een dwingeland, hoor! De grote lijn gaat buiten de fractie om. Hij speelt het politieke spel in zijn eentje, nou ja, met een paar vertrouwelingen, en hij komt met politiek voldongen feiten naar de fractie toe.'

'Je hebt geen idee in wat voor hiërarchie je hier terechtkomt. Formeel zijn we allemaal gelijk, maar informeel is de hiërarchie des te sterker. De precieze orde is nauwkeurig bepaald. Iedereen weet wie hoog staat en wie laag. Ik kom uit het bedrijfsleven. Daar is het uitgangspunt: aangrijpen bij de motivatie van je mensen. Hier is het net omgekeerd. De fractieleiding is met niets anders bezig dan met beheersing, intomen, het uitdelen van gunsten en het bestraffen van ongewenst gedrag. In deze fractie zitten 45 mensen met enorm veel kwaliteiten die in elk ander verband uitstekend zelfstandig zouden kunnen opereren. Die mensen pers je in het keurslijf van een strakke hiërarchie! De minste beweging die ik maak, moet ik afstemmen met 86 anderen. Heeft het politieke consequenties, dan moet ik gaan praten met meel in mijn mond. Ga je buiten je boekje, dan stuurt Melkert Sharon Dijksma of Ferd Crone op je dak. Alsjeblieft! Geen standpunt innemen dat buiten de mainstream valt.'

(Rik Hindriks, 47 jaar, ex-directeur van een liftenfabriek, PvdA-Kamerlid sinds 1998)

Een grote vrijheid tot het moment waarop er een conflictje dreigt of een politiek gevoelig punt wordt genaderd: geen wonder als er onder de goede sfeer en de aardigheid een gevoel van onbehagen in de PvdA-fractie schuilgaat. Bijna elk Kamerlid heeft daar iets ongemakkelijks over. We praten te weinig over de Grote Dingen, zeggen ze. We discussiëren nooit over Het Hogere. We zijn er voor ons eigen deelterreintje. Voor de Hogere Politiek zorgt Melkert. De anderen mogen in de lagere regionen van het Kamerwerk hun gang gaan.

Vice-fractievoorzitter Adri Duivesteijn heeft daar grote moeite mee. Hij neemt me voor het avondmaal mee naar Nieuwspoort. Aan tafel zegt hij dat zijn fractieleider een goed strateeg is en een groot tacticus, maar dat hij het accent te sterk legt op de agenda van het kabinet. 'Ik zou Ad meer leidinggevend willen zien in het intellectuele debat, in het neerzetten van vergezichten. Ik hou van vergezichten die onbereikbaar lijken maar die je dan toch stap voor stap verovert. Ad is te behoedzaam, te voorzichtig. Hij zou de sprong naar het vergezicht moeten durven maken.'

'Het is alsof er bij ons in de gang een dokter klaarstaat met een spuit. Zodra je binnenkomt word je verdoofd. Rustig, rustig, geen avontuur, geen sprongetjes, dat kan alleen maar misgaan! Een spuit! Letterlijk! Het lijkt wel of je door bij ons te zijn een ander bewustzijn krijgt.

We worden verdoofd door de top, Kok en Melkert. Als je daar tegenin gaat, zal het slecht met je aflopen. Na zeseneenhalf jaar ben ik ook verdoofd.

Onze pae rivier van Europa, dwars door het historische hart van Rusland. We beginnen in Oeglitsj, enkele honderden kilometers vanaf de bron bij Bor-Wolgo onder Staraja Roessa. We eindigen in Astrachan, bij de monding van de rivier in de Kaspische Zee.

In het stadrtij is de Kok-doctrine: doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Onze partij nodigt niet uit tot excelleren. Tot iets zeggen wat je echt vindt. Als Margreeth de Boer iets zegt over die vader van Màxima, dat die man niet deugt, dan is de volgende stap dat we onze mond moeten houden. We praten allemaal met meel in de mond.

Ik heb echt een hoge pet op van de creativiteit binnen deze fractie. Daar zie je niets van terug, want het meel wordt ons met bakken in de mond gegoten. Er zitten 45 zeer competente mensen in de fractie en die mensen praten en stemmen tegen wat ze zelf vinden, ikzelf incluis. Uit onze mond komt niets dan bezwerend beleids-Esperanto.

Je hebt in dit land 15 ministeries, veertien departementen en de PvdA-fractie. Ik wil de fractie aanvullen met mensen die hun werk blijven doen. Het mogen er best minder worden, ik ben voor een kleinere Kamer. We zijn met te veel. Te veel. Te vlak. En te bang.'

(Rob Oudkerk, 45 jaar, huisarts, PvdA-Kamerlid sinds 1994)

Het woord valt in alle toonaarden. Kleine zelfstandige. Franchisenemer. Enig aandeelhouder van mijn eigen bv'tje.

Zo zien de PvdA-Kamerleden zichzelf. Althans, zo zien ze zich voor de helft. De andere helft benoemen ze heel anders. Onderdeel van een groepsproces. Deelgenoot in een samenwerkingsverband. Lid van een team. Vandaar dat er onder de aardigheid van het groepsproces, de wellevendheid van het samenwerkingsverband en de vrede van het team een hele andere kant schuilgaat. De druk van de onderlinge concurrentie, de gevoeligheid voor inbreuken op het eigen terrein en de jaloezie op het succes van een ander in de media. Het luistert nauw.

Nebahat Albayrak, door iedereen erkend als talent, zegt dat je invloed vooral niet zichtbaar mag zijn. Je mag niet met je successen te koop lopen. Ga je er trots mee naar de pers, dan kan je er donder op zeggen dat je ze de volgende dag kwijt bent.

Khadija Arib, ook hoog aangeschreven als nieuwkomer, zegt dat je je eigen fractie net zo goed in de gaten moet houden als de andere fracties. 'Collega's willen graag hun eigen portefeuilles interessanter maken ten koste van jou.'

'Als het erop aankomt', zegt José Smits, 'is dit een heel eenzaam beroep.'

'Er heerst in deze fractie zonder meer een opjutcultuur die intimiderend werkt. Je moet er steeds op bedacht zijn dat mensen jouw standpunt achter je rug om onderuit proberen te halen. Ik ben met een motie over de Koppelingswet bezig. Ik praat er met Dittrich van D66 over. Hoor ik dat de fractie besloten heeft mijn motie in te trekken! Daar was veel over gepraat. Alleen niet met mij.'

(Nebahat Albayrak, 33 jaar, juriste, PvdA-Kamerlid sinds 1998)

Of ik nu een fractievergadering meemaak, een fractiebestuursvergadering of een vergadering van een van de vijf subgroepen waarin de fractie onderverdeeld is, de discussie verloopt er in hoge mate formeel.

Khadija Arib wil iets aan de kindermishandeling doen. Dat is goed, op voorwaarde dat ze er een notitie over schrijft. Alles gaat in de PvdA-fractie per notitie.

Die komt in de subgroep Binnenland aan de orde. De voorzitter kondigt rondje één aan. Alles in de PvdA-fractie gaat in rondjes.

Dan doen eerst de andere aanwezigen hun zegje. Usman Santi vraagt zich af of er bij elke onnatuurlijke kinderdood lijkschouwing moet plaatsvinden. Annet van der Hoek zegt dat er in Zweden een algemeen verbod op slaan bestaat en dat daar een goed signaal van kan uitgaan. Marleen Barth grapt dat het slaan van mannen toegestaan moet blijven. Ze wil het punt van Kadisja meenemen naar het punt weerbaarheidstraining op scholen.

Ella Kalsbeek vindt dat je voorzichtig moet zijn. Neem de wiegendood. Moet de arts bij elke wiegendood autopsie verrichten? Dat ligt gevoelig. Daar zit ze erg mee. Daar is ze niet uit. Peter van Heemst vraagt zich af of we voldoende in kaart gebracht hebben waar de expertise zit. Nog drie anderen doen het woord. En dan mag Khadija Arib antwoorden.

Volgt rondje twee.

Marleen Barth zegt dat artsen zeker verkeerd gaan invullen als je sectie verplicht stelt. Ella Kalsbeek zegt dat twijfel beledigend is voor onschuldige ouders. Volgt weer een antwoord van Kadisja.

Waarop de voorzitter zegt dat het punt nader uitgewerkt moet worden en over twee weken terugkomt in de groep.

Precies zo verlopen alle vergaderingen. Heel voorzichtig. Heel behoedzaam. Het tegendeel van een flitsende brainsstorm of van een scherp debat. Ik heb me lang afgevraagd waarom. Ik denk nu: om de concurrenten die tegelijk collega's zijn zo gewatteerd mogelijk voor het hoofd te stoten.

'Als mensen mij vragen wat een Kamerlid het meeste nodig heeft, zeg ik: een grote kartonnen doos waar je al het papier in kan gooien, het liefst ongelezen. Als je dat ziet, die ontzaglijke diarree aan papier die hier binnenkomt! Een fractienotitie van 26 pagina's over windenergie! Weg ermee! Ongelezen in de doos. Ik vind: een politieke gedachte moet je op hooguit één A-4tje kunnen uitleggen. Anders is het geen politieke gedachte meer. Zo is het toch? Ik ben volksvertegenwoordiger. Ik ben geen ambtenaar. De meeste van mijn fractiegenoten stellen zich op als superambtenaar. Over elke mus die dood van het dak valt, vragen ze de regering een nota of notitie. Ik vind dat een ingevreten kwaal, voortkomend uit het megadomein van het superego-denken.'

(Willem Herrebrugh, 54 jaar, verschepingsmanager, PvdA-Kamerlid sinds 1998)

Het fractiebestuur vergadert nog twee keer over de Euthanasiewet, dat wil zeggen, over de mogelijke tegenstem van Thanasis Apostolou. Sommige bestuursleden hebben er niet veel moeite mee. Uit eigenbelang, zeggen ze er eerlijk bij. 'Als Thanasis nu de ruimte niet krijgt, kunnen ze mij een volgende keer de wacht aanzeggen. Dan moet ik ook meelopen in die groepscultuur van ons.' Dat was Adri Duivesteijn. En Rob Oudkerk zegt kortweg: 'Heden Thanasis, morgen ik.'

Andere bestuursleden willen bloed zien. De een heeft langzamerhand veel moeite met een collega die ook al tegen het homohuwelijk gestemd heeft. De ander zegt dat het maar eens uit moet zijn met die profileringsdrang. Een derde denkt dat het verkiezingsprogramma er niet voor niets is. Een een vierde heeft genoeg van die lariekoek over het geweten.

Maar dan laat Ad Melkert zien waarom hij met kop en schouders boven iedereen uitsteekt. Hij spreekt geen veroordeling uit. Hij zoekt een oplossing.

Hij zegt dat hij het niet eens is met de bloeddorstige collega's. In kwesties als deze, zegt hij, moet je nooit met powerplay op één lijn zien te komen. Misschien, zegt Melkert, moeten we toewerken naar een gezamenlijke stemverklaring waarin aan de bezwaren van Apostolou recht wordt gedaan. En misschien dat Thanasis dan toch nog vóór kan stemmen.

Vlak voor de beslissende fractievergadering zoek ik Apostolou op. In het weekend heeft Melkert hem gebeld. Superzuiver, zegt Apostolou. Melkert heeft niet gedreigd. Hij heeft niet gezegd: Thanasis, jij zit fout. Hij heeft alleen gezegd: wij als PvdA, wij moeten duidelijk zijn naar onze kiezers toe. Als jij tegenstemt, kunnen de mensen gaan denken: PvdA, waar sta je nou eigenlijk? Melkert heeft hem iets op papier toegefaxt, een stemverklaring waarin Apostolou's moeite met het wetsvoorstel onder woorden gebracht wordt. Apostolou zegt dat hij gewankeld heeft. Dat hij er een nacht niet van heeft geslapen. Dat hij daarna een lange brief heeft geschreven. En dat hij het al schrijvende zeker wist: hij is en blijft tegen. 'Ik ben bereid', zegt het Kamerlid, 'om alle gevolgen te aanvaarden.'

In de beslissende fractievergadering houdt Apostolou voet bij stuk.

'Nee', zegt Thanasis Apostolou een dag later, 'ik denk niet dat ze me de volgende keer hoog op de kandidatenlijst zullen zetten.'

'Ik vind het heel goed dat dat paarse gedoe wat gerelativeerd wordt. Je mag nooit vergeten: het zijn en blijven de vrienden van de klassenvijand waarmee je regeert. In deze fractie mis ik het historisch besef, het rekening houden met waar je vandaan komt, onze oorsprong. Dat je exponent bent van de socialistische beweging, dat wordt afgedaan als nostalgie, als ouderwets. Een socialistische fractie zijn wij niet. Het nieuwe van de nieuwkomers is juist dat ze geen binding aan de Partij hebben. Ze zitten hier met het idee: leuk om een tijdje te doen, goed voor mijn cv, daarna zien we wel verder. Ze zijn op beeld gekozen, het moet ogen. Politiek zijn het bleekneusjes, dat zie je zo.'

(Bert Middel, 48 jaar, partijrot uit Kollum, PvdA-Kamerlid sinds 1989)

Laat op een avond rijd ik met Ad Melkert in zijn dienstauto mee naar Amsterdam waar hij de gewestelijke PvdA-ledenvergadering zal toespreken. Ik zeg dat zijn fractie zichzelf zo braaf vindt. Melkert vindt dat een 'interessante observatie'. Het komt ook, denkt hij, omdat de fractie voor meer dan de helft uit nieuwelingen bestaat. Het duurt zeker vier tot zes jaar, denkt Melkert, voordat een nieuwkomer het Kamerwerk een beetje onder de knie heeft.

De rest van de avond verloopt in een tumult dat lang vervlogen jaren in herinnering roept. Op het arbeidersvijandige tijdstip van 22.45 uur begint Melkert aan zijn toespraak. Hij geeft een toelichting op zijn nieuwe omgang met 's lands overschot, die welwillend aangehoord wordt. En als alle werkers reeds lang te bed liggen, krijgt het publiek het woord. Waarom doet Melkert niets aan de armoede op Sint Eustatius? Waarom heeft hij jarenlang zitten slapen ondanks een toenemend huisartsentekort? En waarom doet hij niets, maar dan ook niets, aan het feit dat in dit land een PvdA-premier het VVD-verkiezingsprogramma uitvoert?

Als tegen het middernachtelijk uur de onvermijdelijke querulant Julius Vischjager achter de microfoon plaatsneemt, is het helemaal duidelijk: tussen de Amsterdamse PvdA-afdeling en de Haagse PvdA-fractie gaapt een kloof van hier tot Amersfoort.

Lang na twaalven drink ik een glas met Bouwe Olij, voorzitter van de Amsterdamse PvdA'ers. Hij heeft geen goed woord over voor de fractie. Hoeveel Amsterdammers zitten er in de fractie? Zeven? Acht? Hij kent er niet één van. Ze komen nooit op de afdelingsvergaderingen. Ze leggen aan niemand verantwoording af. Ze gaan hun goddelijke gang, die lui daar in Den Haag.

'Ik heb me geweldig geërgerd aan de advertentie waarmee de commissie-Dunning nieuwe Kamerleden voor de PvdA-fractie aanwierf. Daarop zijn mensen geselecteerd die aardig zijn en erg sociaal, maar niet geprononceerd. Je mist bij deze mensen de professionaliteit. Je kan je afvragen: hoeveel aandacht heeft Dunning gehad voor het vak van Kamerlid? Dunning is chirurg. Als hij zijn chirurgenteam net zo selecteert als hij de fractie gedaan heeft, dan zou ik mij niet door hem laten opereren.'

(Adri Duivesteijn, 50 jaar, ex-directeur van het Architectuur Instituut, vice-voorzitter van de PvdA-fractie, Kamerlid sinds 1994)

Terug in Koloniën zoek ik de allernieuwste nieuweling van de fractie op. Hillie Molenaar, tot voor kort filmmaakster. Hoe is het om vers in de fractie te komen? Hillie Molenaar neemt me mee naar het Kamerrestaurant, bestelt de dagschotel en slaakt een diepe zucht. Stuurloos, zegt ze. Ze is binnengehaald omdat ze uit 'een andere wereld' komt, juist niet uit de wereld van de vergaderijgers. Vandaaruit zou ze 'een afwijkend geluid' kunnen laten horen. 'Ik weet nu al', zegt Hillie Molenaar, 'dat daar geen ruimte voor is.' Eén keer heeft ze gedacht: ik ga maar eens anders stemmen dan de anderen. Toen zei Jeltje van Nieuwenhoven: doe wat je wilt, Hil, maar weet wel, je kan maar één keer dorpsgek zijn. 'Die enorme angst om af te wijken. Je wordt onder druk gezet om precies te gaan formuleren zoals alle anderen, in die afkortingentaal die ik verschrikkelijk vind. Toen ik hier binnenkwam, was ik tot de tanden gewapend. Ik merk nu al: ik ben hard op weg om degene te worden die ik juist niet wilde worden.'

Laurette Spoelman, ook tamelijk vers in de fractie, kwam binnen met een voortreffelijke staat van dienst als coc-voorzitter. Ook zij loopt niet zielsgelukkig rond in Koloniën.

'Als ik eerlijk ben', zegt ze, 'moet ik toegeven dat het mij is tegengevallen.' Het gaat nu wat beter, maar die eerste twee jaar heeft ze zich ontzettend rot en eenzaam gevoeld in de fractie. 'Ik liep er verloren bij. Ik dacht: het gaat om ideeën en die heb ik. Maar daar gaat het niet om. Het gaat om de haalbaarheid binnen de coalitie. Het is hier allemaal weinig bevlogen en heel ambtelijk. Ik heb altijd gedacht dat sociaal-democratie over mensen ging.'

'Cruciaal is de vraag of je je wilt conformeren, ja of nee. Als je hier binnenkomt met het idee: ik ga het wel even maken, dat slaat op jezelf terug, hoor. De mensen die niet uit het vergadercircuit komen, staan wel even te kijken. Sommigen komen tot de ontdekking dat ze hier werk doen dat ze niet ligt.'

(Tineke Witteveen, 53 jaar, medisch sociologe, PvdA-Kamerlid sinds 1989)

Wat moeten nieuwe Kamerleden leren?

Adri Duivesteijn kan daar lyrisch over worden. Hij heeft het over positiespel, timing, de rode draad pakken, precies op het goede ogenblik het goede woord spreken. Het lijkt op kunst, zegt hij: het ongrijpbare grijpen.

Marja Wagenaar zegt dat het vak een drietrapsraket is. Je moet eerst steun vinden bij je collega's en 'dan heb je ze alle 45 nodig', dan moet je steun zoeken bij andere fracties, 'om te beginnen van de coalitie', en dan mag je pas met je boodschap naar buiten.

In de weken die ik in Koloniën doorbracht, deden de Kamerleden inderdaad weinig anders dan achter de schermen bondjes sluiten: in hun eigen fractie en daarbuiten. Hier wat water in de wijn, daar een handig ruiltje, hier een woord veranderen, daar een zin erbij. De boerenwoordvoerder Harm Evert Waalkens vergelijkt het met een veilingklok. Gauw op de goede knop drukken. Anders is jouw portie voor een ander.

Dus dan kom je als nieuweling binnen in zo'n fractie en dan zie je de anderen denken: kijk, daar gaat ze met haar drang. Je bent uitgekozen op je prachtige ideeën of op je onafhankelijke optreden. En dan vertellen ze je dat je gerust je gang mag gaan, dat het juist goed is als je je eigen geluid laat horen, maar dat je wel even 'af moet stemmen' met 44 andere PvdA-Kamerleden, en dat je de coalitie niet in gevaar mag brengen en dat je je eigen ministers niet voor de voeten moet lopen en dat er uiteindelijk wel een verkiezingsprogramma op tafel ligt en een regeerakkoord, en dat het overigens niet de ge- woonte is om op het terrein van een ander... Het duurt niet lang of het nieuwe Kamerlid loopt ook op en neer door de Kamergangen. Hier een zinnetje af, daar een woordje bij, hartelijk bedankt en tot ziens weer.

'Je komt hier gauw los van waar het je ooit om begonnen was. Je komt binnen en je vindt iets. Dan merk je dat je daar je mond niet over mag opendoen. En dat afwijken niet op prijs gesteld wordt. Er is een heel sterke neiging om bij elkaar te blijven. Iets afwijkends zeggen in de pers wordt als deloyaal ervaren.'

(José Smits, 43 jaar, ex-journaliste, PvdA-Kamerlid sinds 1998)

Aan het einde van een langdradige zitting van de fractiegroep Kennis en Economie gooit het Kamerlid Lucy Kortram een bom op tafel. Ze zegt met ingehouden woede dat collega Barth iets had moeten afstemmen met haar, omdat ze woordvoerder is over dat iets. En dat collega Barth bovendien buiten haar voorkennis een motie ondertekend heeft 'die ook al onder mijn verantwoordelijkheid valt'.

Kort daarna sluit de voorzitter de vergadering. De aanwezige PvdA-Kamerleden lopen, als altijd stapels papieren torsend, naar de uitgang. Marleen Barth blijft met rood aangelopen gezicht achter. Ze sprokkelt haar moed bij elkaar en loopt naar Marja Wagenaar, de fractiegroepvoorzitter.

Ze wil het kalm zeggen, maar dat lukt niet. Na drie woorden schreeuwt ze het uit. 'Die rotstreek flikt dat mens me nu al weken. Nou moet het uit zijn, Marja. Ze liegt gewoon. Marja, nu moet jij ingrijpen.'

Marja Wagenaar blijft kalm.

'Je weet hoe ze is, Marleen. Verdraag het nou maar.'

'Ik verdraag niks meer, hoor je, ik verdraag niks meer van dat mens!'

'Ik weet het, Marleen, ik weet het. Maar wees jij nou de wijste.'

'Ik heb vannacht liggen janken in mijn bed.'

'De wijste, Marleen. Toe nou maar.' Marleen Barth kalmeert wat.

'Als je maar weet dat ik het niet meer neem. Die leugens van haar.'

'Goed, Marleen. En zullen we nu dan een kopje thee gaan drinken?'

'Ik heb een nadeel. Ik heb niet zoveel geldingsdrang. Ik ben niet zo'n type van ik moet in beeld komen. Het gaat mij om de fractie. Ik ben nooit te beroerd om iets van een ander over te nemen.

Juist daarom is het mij wel tegengevallen: de oncollegialiteit van mijn collega's. Geen ramp hoor. Maar je moet ook niet het gevoel krijgen dat je genaaid wordt. Komt iets in de politieke aandacht, dan gaan ze zich roeren, als het moet ten koste van jou.

Ik ga er maar eens rustig over nadenken. Wil ik wel terug? Ik heb genoeg zelfkritiek om te denken: past dit werk mij wel? Het is heel wat om Kamerlid te zijn. Maar het is niet het hoogste op aarde.'

(Usman Santi, 46 jaar, advocaat, PvdA-Kamerlid sinds 1998)

Ik vraag en krijg een lijst waarop precies staat wie waarover het woord mag voeren. Er staan driehonderdnegenenzestig onderwerpen op, verdeeld over vijfenveertig Kamerleden. Jet Bussemaker doet Arbeidstijden, Rob Oudkerk doet Arbeidsomstandigheden, Mariëtte Hamer doet Arbeidsmarkt in het algemeen, Saskia Noorman doet Arbeidsmarkt Minderheden en Nebahat Albayrak doet Arbeidsvoorwaarden Defensie.

Wouter Gortzak, die onlangs tot 'coördinator minderheden' benoemd werd, moet in die functie negen collega's bij elkaar zien te houden die respectievelijk de gezondheid van minderheden, het onderwijs aan minderheden, het inkomen van minderheden, de organisatie van minderheden, het welzijn van minderheden en bedenk maar wat van minderheden onder hun hoede hebben.

'Te gek voor woorden', vindt hij zelf.

'Ik doe het duurzame gekweekte hout en Jaap Jelle Feenstra doet het duurzame natuurlijke hout. Ik moet er eerlijk bij zeggen, ik heb me wel eens vergist.'

(Gerrit Schoenmakers, 59 jaar, ex-wethouder van Middelburg, PvdA-Kamerlid sinds 1998)

Mijn laatste fractievergadering.

Het is alsof na een lange winternacht de zon weer is gaan schijnen. De zondag daarvoor heeft Ad Melkert in het tv-programma Buitenhof gezegd dat hij met 's lands overschot en met nieuwe meevallers fors wil gaan investeren. Dat is manna, na al die jaren van interen. De fractie hangt aan Melkerts lippen.

We moeten, zegt Melkert, gaan staan naast de mensen die wachten op de trein. Of op een ziekenhuisopname. Daar moeten we niet meer met bestuurlijke reflexen op reageren. Dat is de essentiële schakel; tussen elf jaar regeringspartij en het vermogen van onze partij om naar de mensen te luisteren. We moeten laten zien dat we de kwaliteit van de overheidsvoorzieningen laten stijgen. Daar gaan we in de eerste maanden van volgend jaar in de coalitie overeenstemming over zoeken. Dat wilde ik jullie zeggen. Oké, dan nu wat mij betreft een korte discussie.

Rob van Gijzel: 'Ik vind dat Ad het concreter moet maken om het te verkopen. Heel concreet. Tussen nu en een paar weken moeten we duidelijk maken wat we precies willen.'

Iemand stelt voor een top-tien aan te leggen van de meest nijpende problemen. 'Nee, een top-honderd.'

'Nee, een top-vijf'

'We staan voor een nieuw Keerpunt', zegt Bert Middel.

'Waartoe zijn wij op aarde?', vraagt Margreeth de Boer. 'Om te zorgen dat mensen met een laag inkomen een hoog inkomen krijgen.'

Jet Bussemaker: 'Ik heb ook nog wel iets op mijn verlanglijstje staan.'

Adri Duivesteijn: 'Volgens mij loopt het uit de hand.'

Ad Melkert vraagt en krijgt het slotwoord. 'Kernpunt blijft: onze argumenten. De kwaliteit van de investeringen. Dat stijgt uit boven de politieke aspecten. We gaan het niet alleen doen. We gaan het doen met de coalitiepartners.'

Een licht gevoel van teleurstelling bekruipt de vergadering. Toch weer voorzichtig? Toch weer compromissen?

'Maar wel vanuit de wens om de maatschappij te veranderen.'

Meteen daarop sluit Melkert de discussie.

'Wij vullen een trechter. Wij gooien er aan de bovenkant van alles in. Wat er vanonder uitkomt, dat bepalen wij niet. Het echte werk begint als onze werkweek voorbij is. Dan komen de bewindslieden bijeen, dan vergadert het kabinet. Op wat daaruit komt, hebben wij weinig invloed.

Dat trechtertje wordt echt niet alleen door ons gevuld. Ik weet het niet, ik ben er nog niet uit. Ik vraag me wel eens af of deze fractie de beste plek is om het trechtertje te vullen. Ik denk eigenlijk van niet. Misschien moet ik ergens anders heen waar ik meer in het trechtertje kwijt kan.'

(Judith Belinfante, 57 jaar, ex-museumdirecteur, PvdA-Kamerlid sinds 1998)

Tot nu toe komt de naam van Wim Kok niet in het spel voor. Geen wonder. Koks bemoeienis begint op donderdagavond en dan zit de Haagse werkweek van de parlementariërs erop. Op donderdagavond gaat Ad Melkert namens de fractie in het Catshuis een hapje eten met de PvdA-ministers en de PvdA-staatssecretarissen. Het is geen gewoonte dat het doorsnee PvdA-Kamerlid te horen krijgt wat er tijdens de maaltijd besproken wordt. Alleen het fractiebestuur wordt geïnformeerd.

Er zijn PvdA-Kamerleden die Wim Kok zo goed als nooit in levende lijve ontmoet hebben. Toch valt een deel van hun braafheid toe te schrijven aan de omstandigheid dat ze hœn Politieke Leider, hœn Man aan de Regering geen overbodige kopzorg mogen geven. Als ze dat toch doen, krijgen ze niet van Kok op hun kop maar van Melkert.

Met de 'eigen' ministers en staatssecretarissen konkelfoezen de PvdA-Kamerleden wel zodra het over hun eigen onderwerpen en onderwerpjes gaat. De een is daar erg druk mee, de ander is er tamelijk terughoudend in. Het drukst van al is Saskia Noorman-den Uyl die, als we haar mogen geloven, in vrijwel onafgebroken contact staat met 'haar' minister van Sociale Zaken.

In een fractievergadering zei ze ooit met zoveel woorden dat ze iets met Willem Vermeend besproken had en dat zij een motie over dat iets in de Kamer zou indienen waarop Willem Vermeend zou zeggen dat hij die motie zou gaan uitvoeren.

'Leuk spontaan debat wordt dat', riep Laurette Spoelman.

Anderen leggen hun Kamerplannetjes voor zonder meteen al afspraken te maken. 'Afstemmen' heet dat in het jargon. Of ook wel, in Ella Kalsbeek-spraak, 'doorakkeren en afvinken'.

Alleen met Tineke Netelenbos, de PvdA-minister van Verkeer, wil het niet vlotten.

'Jeroen heeft een notitie gemaakt en die met Tineke besproken.'

'Had ik niet gedurfd.'

'Ze is woedend.'

'Hebben we vaker meegemaakt.'

'De wijze waarop ze op hem reageert!'

'Ondank is 's werelds loon.'

'We hebben een indrukwekkend lijstje van punten die met haar om afstemming vragen.'

'Misschien moet jij eens met haar praten, Ad. Vragen wanneer ze weer een PvdA-woordvoerder te kakken gaat zetten.'

Ad Melkert: 'Goed. Ik zal haar dezer weken voor een gesprek uitnodigen.'

Dat is de kant van de grote en kleine dealtjes die je nu eenmaal makkelijker sluit als je eigen partij in de regering zit. De Kamerleden die daar gevoelig voor zijn zeggen dat ze 'resultaten boeken' dan wel 'van alles binnenfietsen'.

De andere kant, de prijs die ervoor betaald wordt, is een politieke vervlakking tot onherkenbaar wordens toe. Het idee raakt ondergeschikt aan het compromis. Meebesturen wordt belangrijker dan politieke controle. Dat is het gevaar dat elke regeringspartij bedreigt. En dat de PvdA na elf jaar pluche niet heeft weten te ontlopen.

'We steken zoveel energie in het meeregeren en meebesturen, dat we geen tijd overhouden om na te denken. We kvp-iseren.'

(Frans Timmermans, 39 jaar, Limburger, PvdA-Kamerlid sinds 1998)

In het fractiebestuur stelt Sharon Dijksma een nieuw project voor dat moet uitmonden in een nieuwe nota. De PvdA-fractie is sterk in het schrijven van nota's. Daar is geld voor. Beleidsmedewerkers vullen er hun vierdaagse werkweek mee.

Het nieuwe project moet gaan over Normen en Waarden. Sharon Dijksma wil het breed aanpakken, met mensen van buiten erbij als Bovenkerk en Plasterk en ze wil...

Adri Duivesteijn onderbreekt haar. 'Dat vind ik heel gevaarlijk. Dan kan het alle kanten op.'

'Vraag Jos de Beus anders', roept iemand.

'Ja, op voorwaarde dat hij wegblijft.'

'Nee', zegt Adri Duivesteijn. 'We moeten eerst ons eigen standpunt formuleren.'

Ad Melkert sluit zich min of meer bij hem aan: 'We zijn al veel te veel beleidsboeren.'

De PvdA-fractie in een notendop: heftig op zoek naar uitgangspunten, naar houvast, naar richting. Adri Duivesteijn schudt er het politiek doorknede hoofd om. 'Misschien', zegt hij als ik hem er later naar vraag, 'misschien schrijven we wel zoveel nota's omdat we het zelf niet meer weten, omdat we van nul af willen beginnen. Alsof we geen vaste waarden meer hebben. Alsof we ons in alles aan het heroriënteren zijn.'

'De fractie bestaat uit jonge mensen die gewend zijn professioneel te werken. Niet uit mensen die beloond worden voor het werk dat ze jarenlang in de afdelingen hebben gedaan. Ze nemen zich voor om het acht jaar te doen en dan weer wat anders. Ik vind dat veel gezonder dan die mannen die hier vroeger op hun vijftigste binnenkwamen, alles beter wisten en nooit meer weggingen. Die hechtten veel meer aan hun positie dan deze jonge professionals. Wij zijn zakelijk en op resultaat gericht. Wij zouden elders in de samenleving ook een goede baan kunnen vinden.'

(Marja Wagenaar, 40 jaar, universiteitsdocent, PvdA-Kamerlid sinds 1997)

Na drie weken stap ik voor het laatst de brug over die Koloniën met de rest van het Kamergebouw verbindt. Ik laat een onmiskenbaar hard werkend gezelschap achter me dat zijn humeurige faam niet waargemaakt heeft. Niemand heeft me narrig iets geweigerd, iedereen heeft me gastvrij onthaald.

En toch voelt het vertrek als een ontsnapping: weg uit een wereld waarvan de bewoners zo sterk op zichzelf gericht zijn, in beslag als ze genomen worden door hun eigen functioneren.

Ik reken het na. Een beetje PvdA-Kamerlid dat deel uitmaakt van twee subgroepen vergadert per week al gauw een uur of tien met de eigen PvdA-collega's. Zit je bovendien nog in het fractiebestuur, dan komt het aantal uren samenspraak gemakkelijk op dertien.

Een rustig gevoel hebben de PvdA-Kamerleden daar niet over. De een, Marja Wagenaar, zegt dat 'negentig procent van onze energie naar binnen gericht is'. De ander, Jet Bussemaker, mist ontzettend het contact met wat zij 'het maatschappelijk krachtenveld' noemt. Een derde, Wouter Gortzak, vreest dat 'wij veel feeling hebben met onze binnenwereld, maar weinig met de buitenwereld'. En een vierde, José Smits, mist 'de permanente campagne', het levende idee dat 'we elke dag weer de kiezers moeten overtuigen'.

Dat knaagt.

Maar ook: het is niet anders.

In de dagen die ik in Koloniën doorbracht, verscheen er een column van Nelleke Noordervliet in de Volkskrant, waarin ze weinig of niets van de Partij van de Arbeid heel liet. In de fractie werd niemand daar koud of warm van. Ach dat mens, we weten wie het zegt: zo ongeveer reageerden de PvdA-Kamerleden.

Ik dronk die dag de ochtendkoffie thuis bij Ella Kalsbeek in Zoetermeer.

'Zijn we gewend', zegt ze over die column, 'niets nieuws, zou ik denken.' Alsof het geschrevene daarmee afdoende weersproken was. Ella Kalsbeek zegt dat ze niet in de Kamer zit om intellectuele columnisten bevrediging te schenken, maar om voor de mensen met een krappe beurs op te komen. In 'de media' is ze nog nooit een debat tegengekomen dat haar geïnspireerd heeft.

En Paul Scheffer dan, met zijn multiculturele drama?

Ella Kalsbeek haalt haar schouders op. 'Ook zo'n voorbeeld. Allemaal intellectuele bevrediging. Dat kan ik niet terugvertalen naar wat er gedaan moet worden.' We drinken nog een koffie en kijken uit het raam waar de boze buitenwereld in het zonlicht baadt.

'Ik ben boer, ik doe landbouw. Het is enorm lastig om aan 44 niet-boeren uit te leggen waar de problemen zitten.'

(Harm Evert Waalkens, 52 jaar, ecologisch landbouwer, PvdA-Kamerlid sinds 1998)

In de oude vergaderzaal van de Tweede Kamer heeft de Haagse PvdA zich verzameld voor het jaarlijkse kerstdiner. De PvdA-Kamerleden zijn er en de PvdA-fractiemedewerkers, de PvdA-staatssecretarissen en de PvdA-ministers. Ze zitten aan grote ronde tafels, rijkelijk voorzien van borden, bestek en glaswerk. Tussen de gangen door zijn er optredens.

Erik Jurgens, lid van de Eerste Kamer, neemt als eerste het woord. Hij kondigt de voordracht aan van enkele Engelse limericks, zonder uitzondering seksistisch van inhoud. Op het thema er was eens een man in Khartoum die het elke dag wel kon doen, volgen de natte damesholletjes en de schrompelende herenballen elkaar in hoog tempo op. De zaal rilt. Zodra Jurgens uitgelimerickt is, springt het Kamerlid Nebahat Albayrak op het podium. Ze grijpt de microfoon, houdt het servet omhoog waarop ze haar weerwoord gedicht heeft, leest dat voor en eindigt met: 'The woman shouted, oh dear, will there ever be to hear, a better reason to get rid of the senate?'

Na de carpaccio en de wildsoep betreedt Wim Kok de eetzaal; net op tijd voor de feestrede, dit jaar uit te spreken door Jos Bienemann, de tekstschrijver van Ad Melkert. 'Goed opletten, hoor, allemaal, daar zit Kok en daar zit Melkert en als die lachen mogen jullie ook lachen.' Spreker voorziet vice-fractievoorzitter Duivesteijn van nuttige adviezen om van Melkerts plannetjes op de hoogte te blijven. 'Je neme een leeg glas, zette dat omgekeerd tegen de wand tussen jullie kamers en je luistere.' Helaas gaat spreker iets te lang door, zodat Wim Kok, à la het Lagerhuisdebat, hardop begint af te tellen. Vijf, vier, drie, twee...

'Verdomme', zegt Jos Bienemann terug aan tafel. 'En ik had nog een paar schitterende grappen over Kok en Màxima!'

Als ook de gevulde fazantenborst naar binnen is, volgt het hoogtepunt van de avond: een op de piano begeleid zangoptreden van Klaas de Vries, minister van Binnenlandse Zaken.

Verlegen neemt hij achter de microfoon plaats, hij rangschikt zijn bladmuziek en opent de mond: vanaf het eerste ogenblik is de zaal doodstil. Daar staat een zware man van middelbare leeftijd met een prachtige stem weemoedige liederen te zingen over onbeheerst verlangen, over angst die vluchten doet en over liefde die hem overmant. Hij eindigt met een tango, de tango Màxima: 'Nooit zal ik die eerste nacht vergeten, samen op het eindeloze strand.'

De zaal juicht hem toe. Menig glas wordt schielijk leeggedronken.

Ad Melkert reikt de jaarprijzen uit. In overhemd en losser dan ik hem in al die weken Koloniën gezien heb. De vierde prijs is voor Adri Duivesteijn: 'Ben je erg teleurgesteld. Adri, dat je niet bij de eerste drie zit?' De derde prijs is voor Willy Swildens die de Euthanasiewet gedaan heeft, 'waar ben je Willy, is Willy al naar huis?' Nee, roept iemand, 'Willy is ingeslapen.'

De tweede prijs is voor Peter van Heemst die hersteld is van een hartinfarct en die zijn vader bedankt en zijn moeder en al zijn vrienden. 'Zou je niet liever de mensen bedanken, Peter, die bij jou op zaal hebben moeten liggen?' De hoofdprijs gaat naar twee dames die de fractie door de nieuwe Belastingwet heen hebben gerekend. Ze krijgen van Melkert een warme kus en een struise ruiker bloemen.

Het laatste optreden. Vier EO-achtige meisjes betreden het podium en beginnen blij over de Lord te zingen. Grote ogen bij de socialisten type Bert Middel.

Het groepje gaat over op kerstliederen, Stille Nacht Heilige Nacht in het Engels, gevolgd door Feliz Navidad, opgewekt begeleid met evangelisch handgeklap. De zaal vol socialisten komst overeind en klapt mee.

In de belendende zaal houdt het CDA kerst-diner.

'Ik hoor', zegt een cynicus, 'dat ze daar de Internationale zingen.'

Gerard van Westerloo is freelance journalist.

Jildiz Kaptein (1973) is freelance fotograaf. Eerder publiceerde M haar reportage 'Leven op straat' over Amsterdamse zwervers.

[streamliners] Precies de helft van de PvdA-Kamerleden zegt dat ze de volgende keer inderdaad liever met een andere coalitie willen regeren.

'Het is alsof er bij ons in de gang een dokter klaarstaat met een spuit. Zodra je binnenkomt word je verdoofd. Rustig, rustig, geen avontuur!'

'Ad is te behoedzaam, te voorzichtig. Hij zou de sprong naar het vergezicht moeten durven maken.'

'Wij zijn zakelijk en op resultaat gericht. Wij zouden elders in de samenleving ook een goede baan kunnen vinden.'

We praten te weinig over de Grote Dingen, zeggen de fractieleden. We discussiëren nooit over Het Hogere. We zijn er voor ons eigen deelterreintje. Voor de Hogere Politiek zorgt Melkert.

    • Gerard van Westerloo