Het nieuws van 3 februari 2001

Openbaar beursvervoer

Beleggingsfondsen zijn clubjes van beleggers op zoek naar een zeer brede portefeuille met aandelen, obligaties of onroerend goed. Zo kunnen zij, met een fondsbeheerder aan het stuur, ook goedkoop internationaal beleggen. Het is een soort openbaar vervoer, vergeleken bij beleggers die liever zelf rijden.

De fondsbeheerder moet voor zijn passagiers op lange termijn veel kilometers (rendement) maken, zelfs met beurswind tegen en een weg vol koersrisico's. De snelste bus is een fonds dat wereldwijd brandstof (aandelen) tankt, leert de geschiedenis. Vlug, veilig en voordelig. Toch stapt lang niet iedereen zomaar in voor een tournee rond de wereld. Zeven twijfelaars aan het woord.

1

Ik vind het riskant om mijn geld in één fonds te stoppen. Is twee of drie niet safer? Op een termijn van vijf jaar liggen de rendementen dicht bij elkaar: rond de 30 procent. Gemeten over acht jaar boven de 20 procent. En verder terug, nog lager. Misschien moet je voor de komende tien, vijftien jaar rekenen met 12 procent. Er is niets tegen het verdelen over meerdere fondsen, hoewel de bekende bankfondsen eigenlijk niet failliet kunnen gaan.

2

Welk fonds kan ik het beste kiezen? Ik heb geld bij de ABN Amro, ING en Robeco. Helaas: die vraag kan niemand beantwoorden. Voor het aandeel van één bedrijf kan je soms een schatting maken, voor een fonds met honderden tot duizenden verschillende aandelen, lukt dat amper. Je moet er vanuit gaan dat de onderlinge concurrentie, en de publicatie van hun prestaties in dagbladen en tijdschriften, de fondsbeheerders op hun tenen en dicht bij elkaar houdt.

3

Volgens welke regels kies je een beleggingsfonds? Eigenlijk bestaan er geen objectieve, betrouwbare maatstaven. Die lijken er wel te bestaan voor de waardering van aandelen van bedrijven, maar zekerheid bieden die niet. De analisten van technologie- en internetfondsen pasten alsmaar hun maatstaven aan om de oplopende verliezen goed te praten. Tot de zeepbel barstte. Vandaar: vraag raad bij uw bank. Hoewel.

4

Stop je spaargeld in een wereldwijd fonds: ook wanneer de koersen dalen? In de afgelopen zes, zeven, acht jaar is de waarde van de aandelenfondsen flink gestegen, maar het laatste jaar waait de beurswind uit een andere hoek. The morning after. Daarvan schrikken mensen, ze kennen alleen plusjes. Je neemt deel voor de (zeer) lange termijn en als je middelt (zie 6) koop je bij lagere koersen meer aandelen voor hetzelfde geld.

5

Over zes jaar ga ik in de vut. Daarom wil ik het hoogste rendement uit mijn spaargeld halen. Is het dan verstandig om te beleggen in de ING Bank-fondsen: Global Fund, Dutch Fund en Protected Mix 80? Je verdeelt je geld over aandelen wereldwijd en Nederland, en een onbekend van-alles-wat fonds. Niemand weet hoe die combinatie uit zal pakken. Het `hoogste rendement' kan je alleen achteraf bepalen en is dus nooit een selectiecriterium vóóraf. Gerekend over de laatste vijf jaar haalde het Global Fund circa bijna 30 procent, net als het Dutch Fund. Maar dat is het verleden....

6

Is het verstandig om nu in te stappen? En zo ja moet ik mijn spaargeld van 20.000 gulden in één keer storten of dit spreiden over een langere tijd? De toekomst is onzeker. Een suggestie is deze: onzekerheid smeer je uit door gespreid te beleggen, te middelen, iedere maand een vast bedrag te storten. Neem een periode van bijvoorbeeld drie tot vier jaar om die 20.000 gulden al middelend over te hevelen naar aandelen.

7

Hoe kan ik inzicht krijgen in de kosten die beleggingsfondsen maken? De fondsen met beursnotering publiceren jaarverslagen en tussentijds ook allerlei cijfers. Daar staan de (totaal)kosten in, maar het is lastig die te traceren en waarderen. Het kan een selectiecriterium zijn. Consequent is dat niet: je kiest voor openbaar vervoer, en wilt weten hoe de busmaatschappij draait. Zelfs aandeelhouders van een bedrijf bekommeren zich amper over de kosten. Ze kijken liever naar de resultaten.