Iedereen zoekt een ervaring

Houseparties zijn passé, maar uitgaan is dat nooit. Het Amsterdamse uitgaanspubliek wordt verwend met performances. Op zoek naar kunst in het nachtleven.

,,Heb je drugs bij je? Nee? Dan mag je niet naar binnen'', blaft de portier streng. Het is Arjan Ederveen, verkleed als ordinaire bewaker, met een matje in zijn nek en een truckersbril op. Hij staat aan de deur van Fucque les Balles, een jaarlijks terugkerend benefietfeest in rocktempel Paradiso.

Op 27 december 2000, derde kerstdag, organiseerde fotograaf Erwin Olaf voor de derde keer zijn bal, dat bekend staat als een van de meest verrassende evenementen in het Amsterdamse nachtleven. Performers, transseksuelen, dwergen en kunstenaars die Olaf om zich heen heeft verzameld treden er op, bekende deejay's en MC's zwepen het publiek op met hun muziek. Fucque les Balles is bedoeld voor de incrowd uitgaansscene. Pers en fotografen worden geweerd – dan zouden de aanwezige vips zich maar bekeken voelen. De toegangskaarten à ƒ 87,50 waren dit jaar een week van tevoren uitverkocht, zonder dat er reclame gemaakt was. Voor de echte die hards die toen nog geen tickets hadden was er een geheim reserveringsnummer, inclusief wachtwoord. Wie `marias silva lichtmis clitoris hemelvaart' insprak, verzekerde zich alsnog van een plaats.

In de hal van Fucque les Balles 2000 zingt travestiet Vera Springveer evergreens, muzikaal begeleid door het kwartet de `Dean Martini's'. Collega-travestieten Bep en Geert-Jan lopen verkleed als vlindermeisjes rond. Ze zijn in stijl: de opbrengst gaat dit jaar naar de Vlinderstichting. In de grote zaal danst een bloot meisje met nepbaard op de champagnebar met een metershoge fles, naast een heftig gespierde bodybuilder in minislip. Ballonnen en confetti vallen uit de lucht. Achter het podium hangt een enorme clown, die verdacht veel lijkt op die van het V&D-Prijzencircus, en aan het balkon een opblaasbare olifant. Het publiek – homo's en hetero's, oud en jong – heeft zich goed gehouden aan de dresscode, `multicolor or clownesque'. Hippe jongens dragen feestneuzen, mooie meisjes jokergezichten, anderen hebben zich in complete clownsoutfits gehesen. Maar er loopt ook een jongen rond met bontlaarzen, nertsjas en ontbloot bovenlichaam.

Hoogtepunt van de avond is het `universeel kerstcircus', gepresenteerd door Ederveen, nu in de rol van strenge spreekstalmeester. Dikke dame Puck, die voor veel van Olafs foto's model stond, zaagt met hulp van een paar halfnaakte, gespierde clowns een lilliputter doormidden. Bij een lesbische acrobatenact worden alle seksstandjes soepel afgewisseld, terwijl er vlijtig met parapluutjes wordt gezwaaid. Travestiet Dusty doet een dressuur met vier gezette vrouwen in olifantenkostuum. Porno-actrice Kim Holland is de circusassistente. Het enige wat zij doet is dansen, en zwaaien met haar toverstafje.

Verderop in het gebouw, in de travestietenopvang, werkt een groep mannen op leeftijd bloedserieus aan haar en make-up. In de kelder klinken jaren 80-plaatjes en boven, in de kleine zaal, is een soort carrousel gebouwd waarop bloedmooie, uit het nachtleven bekende travestieten paraderen. Een jongen in gouden slip berijdt het draaimolenpaard. Pas in de vroege ochtend van vierde kerstdag gaan de balgasten weer naar huis.

Pluimage

Vroeger had Amsterdam een vaste locatie voor wilde nachten als die van Fucques les Balles. Dat was discotheek RoXY, een omgebouwde bioscoop aan het Singel waar kunstenaar Peter Giele, deejay Eddy de Clerq en journalist Arjen Schrama in 1987 een club openden. In de RoXY mochten creatievelingen van allerlei pluimage hun gang gaan: met decors, met optredens, met extravagante kostuums. Maar de RoXY bestaat niet meer. Drijvende kracht Peter Giele overleed op 44-jarige leeftijd aan de gevolgen van een hersenbloeding, en op de dag van zijn begrafenis, 21 juni 1999, legde een binnenbrand het interieur van de disco in de as. Sindsdien zijn de kunstenaars die er optraden noodgedwongen over de hele stad uitgewaaierd. Je ziet ze nu in clubs als de More, de Supperclub en Chemistry, en op allerlei losse feesten.

Een van hen is stylist en performer Harrie Wildeman (41). Wildeman wóónde vroeger zowat in de RoXY, nu komt hij overal. Hij is een van de gezichten van het Amsterdamse nachtleven, een publiekslieveling wegens zijn bizarre performances en zijn onvoorspelbare, vertederend chaotische karakter. Bij de Supperclub is Wildeman sinds een paar jaar in dienst als `artistic director'. Hij bedenkt en regelt er de performances en treedt er zelf ook op. We spreken hem in de volledig witte lounge in de kelder van de club, waar je kunt relaxen op skailederen banken. Boven prikken yuppies hun sushi. Het licht in de lounge verandert soms opeens van wit in blauw of oranje: een idee van Wildeman, die hoopt dat het de sfeer positief beïnvloedt. Het gesprek verloopt met horten en stoten. Zijn telefoontje gaat steeds, of Wildeman moet zelf mensen bellen. Hij onderbreekt zichzelf voortdurend. ,,Even een sigaret scoren'', of: ,,Ik word gek van de vliegen. Die zitten er toch wel? Of zie ik ze vliegen?'' Dan staat hij weer op. Even een rondje lopen.

Voor twee uur 's middags is Wildeman onbereikbaar. Hij heeft het dagleven definitief verruild voor de nacht. Omdat hij niet graag over het verleden praat, blijft het onduidelijk wanneer die overgang heeft plaatsgevonden. Als jochie van 13 in de provincie wilde Wildeman al uit, vertelt hij, naar `waar het gezellig was en de mensen en de borreltjes waren'. Hij bezocht de mode-academie in Arnhem en werkte een paar jaar in de confectie-industrie. Toen kwam de RoXY. Wildeman deed er de pr en programmering van artiesten, ontwierp er met collega-modeontwerper Jaap Hinten kleding onder de naam `Haute Couture Junkies' en begon op een gegeven moment zelf met performen. Wanneer, dat weet hij niet precies. Het moet langer dan tien jaar geleden geweest zijn, dat wel.

Wildemans programma voor de Supperclub gaat van `heel subtiel' tot het tegenovergestelde. ,,Soms is het niet eens meteen duidelijk dat er iets gaande is'', zegt hij. ,,Dan zitten de bezoekers een week later thuis en denken ze: `hee, dat was leuk'.'' In het restaurant penetreerde hij eens een blote speelgoedeend en verraste hij een gast met een dode muis op z'n bord, maar hij liet er ook twee schrijvers voorlezen uit hun vertaling van James Joyce's Finnegan's wake. Een Portugese fadozangeres verzorgde onlangs spontaan een optreden.

Alles kan, maar twee keer hetzelfde, dat mag niet. Inspiratie voor zijn eigen optredens vindt Wildeman in musea, en op straat. ,,Voor iemand in de mode is mensen kijken een belangrijke bron.'' Choqueren is nooit zijn eerste doel, maar: ,,Wat is de maatstaf? Veel mensen zijn supergelukkig met een autootje, kinderen en huwelijk. Dat vind ik weer choquerend. Ik wil ze iets geven om over na te denken. Als ze er iets van onthouden, ben ik geslaagd. `Parels voor de zwijnen', da's mijn favoriete uitdrukking. Voer de zwijnen parels! Zij hebben het nodig.''

Glossy snapshots

In de lounge waar we met Wildeman praten, worden we omringd door een serie glossy snapshots op groot formaat van meer of minder opvallende klanten. Ze zijn gemaakt door de toiletjuffrouw van de Supperclub: travestiet/performer Bep, alias Joost Mous (50).

Mous had er al tien jaar in de zwakzinnigenzorg opzitten toen hij in de jaren zeventig bij de Softies terechtkwam, de theatergroep van de Rode Flikkers. De Rode Flikkers zetten zich af tegen het COC, de vereniging die de maatschappelijke integratie van homoseksuelen bepleitte. Mous: ,,Wij dachten: we hebben een eigen cultuur, met pisbakken en sauna's en travestie en we gaan zingen over de liefde, want dat doet nog niemand. Dus zongen we over geile pikken en porno.'' De Softies traden door heel het land op. Mous acteerde, zong en schreef mee aan de teksten.

Om in zijn onderhoud te kunnen voorzien werkte hij achter de bar in een links-activistisch café, waar thema-avonden als een hippie- en een strandfeest werden georganiseerd. Het café werd in stijl opgetuigd, het `waanzinnig aangeklede' personeel deed acts. Verkleed als heks vuurspuwen bijvoorbeeld. Mous: ,,Ik geloof dat ik toen een soort omgevallen verkleedkist was. Later is het wat kunstzinniger geworden.''

Langzamerhand werd het verkleden `kostumeren'. Samen met collega Geert-Jan, met wie hij een travestieten-duo vormde, bouwde Mous een collectie van de meest extravagante outfits op. Enorme hoofddeksels maakten ze, ze traden op met voorbinddildo's, kleedden zich in pakken van `paardrijpotten' met zweepjes of jordanese viswijven in roze dusters. Alles voor hun verschijningen in het uitgaanscircuit. Op zaterdag waren de twee te zien in de iT, waar ze door de legendarische Manfred Langer als `hosts' werden ingehuurd. Voor de RoXY ontwikkelden ze aparte acts – daar was `op artistiek vlak meer mogelijk', aldus Mous. In de bar Seymour Likely, ook een kunstenaarsinitiatief, kreeg het duo helemaal vrij spel. Ze hingen er koeienkoppen van de slacht aan de muur, draaiden pornovideo's met scouts en priesters en organiseerden een sm-performance voor een gemengd publiek van leernichten en een schoolklas van het Barlaeus gymnasium.

Nu performen Mous en Geert-Jan alleen nog op speciale avonden als Fucques les Balles, waar ze de vlindermeisjes waren. Mous: ,,Ik denk dat ik mijn wilde haren een beetje kwijt ben. Ik heb alles al een keer gedaan. En rijk word je er niet van.'' Over het huidige klimaat in het nachtleven is hij pessimistisch. ,,Het is een blasé toestand geworden. We hebben alles wel gezien. Iedereen vliegt de hele wereld over. Dat wij vroeger met de Rode Flikkers naar Engeland gingen, met de boot! Dat was nog eens wat. Ik vind het een domme, a-politieke massa nu. Alles is gericht op `ervaring', met vj's en dj's, lekker eten, mooi licht. Wij moesten nog echt roepen: `Geef me de ruimte, ik stik!' De mensen mogen best weer eens getreiterd worden.'' Zijn eigen optredens zijn meer dan travestie alleen, benadrukt hij. ,,Ik wil ook onaangename gevoelens opwekken, het publiek op scherp stellen. Grenzen verleggen. Dat wil iedere kunstenaar.''

Wattenstaafje

Performers/ontwerpers Pinky en Lennart zien zichzelf helemaal niet als kunstenaars. ,,Wat wij doen is geen kunst'', zegt Pinky nuchter. ,,Het is gewoon entertainment. Optreden in een galerie, dat vinden wij pas parels voor de zwijnen. We hebben een keer in Arti onze oorwattenstaafjes-act gedaan. Dan is één van ons het oor en de ander een wattenstaafje, en die doen dan samen een erotisch ballet. In Arti mislukte het totaal. Kennelijk was het te grappig, en grappig mag niet in een galerie. Ik moet hier weg, dacht ik toen.''

Pinky Keijser en Lennart Vader (allebei 31) kwamen acht jaar geleden toevallig in het performance-circuit terecht. Lennart: ,,Ik heb nog even filosofie gestudeerd, maar dat was meer een blauwe maandag-gebeuren. In de RoXY maakte ik decors met Matthew Whitehead, een schilder. We waren er geen van beiden voor opgeleid, we leerden het al doende. Daar ontmoette ik Pinky.'' Pinky: ,,Ik had toen nog een winkeltje in de Haarlemmerstraat, waar ik kleding remixte. Of meer een atelier eigenlijk.'' Pinky en Lennart werden een stel en een duo, dat alleen al door hun uiterlijke verschillen overal de aandacht trok: hij ziet eruit als een ernstige clown, met droevige ogen en inktzwart haar, zij als een blonde Venus. Een van hun eerste acts was een vlooiencircus: tegen betaling van een gulden konden de RoXy-bezoekers Lennart in een tentje zien rondkruipen als manshoge vlo. Later liepen de projecten steeds meer uit de hand, vertelt hij: ,,Op het laatst kwam er een heel ruimteschip van het plafond van de RoXY naar beneden, waar wij als buitenaardse wezens uitstapten.''

Samen met Matthew Whitehead begonnen ze met het maken van `inflatables', opblaasbare decorstukken. ,,Eigenlijk kwam dat voort uit ruimtegebrek'', zegt Lennart. ,,Maar het is echt een vak. In Amsterdam zijn er in totaal zo'n acht groepen mee bezig. De godfather van de inflatables, Theo Botschuijver, maakt ze al sinds de jaren zestig.'' Pinky: ,,In het begin bakten we er weinig van. Onze eerste inflatable was een zeeanemoon van vuilniszakken, die we de hele avond met plakband bij elkaar moesten houden.'' Inmiddels zijn hun ontwerpen heel wat geavanceerder. Ze hebben reuzebloemen gemaakt, kikkers, een paard. Voor het feest van Erwin Olaf ontwierpen Pinky en Lennart de olifant die aan het balkon hing. Whitehead, bedenker van een prachtige `Body Builder' die tijdens de Gay Parade van 1998 in zijn volle lengte over de RoXy-boot lag en zich puffend opdrukte, maakt nu gigantische opblaas-objecten voor bedrijven als ABN-Amro.

De RoXY was een unieke plek om te experimenteren, zegt Lennart. Het was een kant en klaar theater, waar je de wildste experimenten los mocht laten op een bij voorbaat gegarandeerd publiek van 1.000 man. `Operaatje doen, theatertje maken', noemt hij het werk daar. De creatieve staf van de discotheek broedde steeds ingewikkelder plannen uit. Zo was er een Russische week, waarin bezoekers nadat ze eerst een administratieve hel hadden doorlopen voor een kwartje wodka konden kopen; een wereld onder de zeespiegel, waarbij Pinky en Lennart als `synchroon zwemmende amoebes' door de ruimte zweefden; en `Silverball Mania', waarvoor de RoXY tot aan het plafond werd volgebouwd met enorme flipperkast-onderdelen. Iedereen die met een goed idee kwam, kon het uitvoeren. Richard Cameron, die onlangs met het duo Arling & Cameron de eerste prijs won op het Noorderslag Popfestival, was glazenophaler in de RoXY. Met hem begonnen Pinky en Lennart de `virtuele house-formatie' V.O.L.V.O. De groep had maar één nummer, `Airbag'. Daarna kwam de `easy tune'-rage, een door Pinky en Lennart ingezette `reactie op het housegebeuren' met feesten waarop lullige, maar opzwepende orgelmuziek uit de jaren zestig werd gedraaid voor een publiek dat spencers en beige wollen broeken droeg en het haar in een scheiding had gekamd. Hostessen in door Pinky geremixte jurken serveerden er toastjes. ,,Na al die house waren we toe aan iets gezelligers'', zegt Lennart.

Ergens in de jaren negentig kwam er een einde aan het RoXy-tijdperk. Volgens Lennart was dat lang voor de brand en de dood van Peter Giele. ,,De house-energie was toen op. Er zijn nog wel avonden met andere muzieksoorten georganiseerd, zoals rap en r&b, maar dat bleek niet te werken. En vaste Roxy-evenementen als het Love Ball, de jaarlijkse aids-benefiet, konden niet nog groter of heftiger worden. De rek was eruit.''

Sindsdien hebben Pinky en Lennart nog geen week zonder werk gezeten. Ze maken nog steeds inflatables en doen hun acts, maar nu over de hele wereld: Israël, Mexico, de VS. Tijdens het gesprek zijn ze net terug van een klus in Las Vegas, waar ze ook zijn getrouwd, en een paar dagen later vliegen ze naar Miami. De ideeën zijn nog lang niet op. Hun thema's komen vaak uit de dierenwereld. Pinky en Lennart treden op als hagedissen, poedels of kikkers, en doen dat tegenwoordig net zo lief voor kinderen en bejaarden als voor clubgangers. Als ze gevraagd worden om als UFO's een winkelcentrum te openen, komen ze. Het Duitse kledingconcern Hugo Boss, dat bezig is het imago te verjongen, engageert ze voor grote, commerciële klantenfeesten. Pinky: ,,Het Boss-publiek is ouder en behoudender dan wat we gewend waren, maar dat maakt ons niet uit. In Amsterdam hebben de mensen zoveel gezien dat het bijna onmogelijk is om ze nog te verbazen. In het buitenland of in kleinere dorpen lukt dat wel. Daar kijken ze nog op van paaldansende kikkers of onze act van een spuitende piemel.''