Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Cultuur

Groenmans & co

Met het voorjaar in aantocht gaat menig huishouden weer nadenken over de inrichting van de tuin. Belangrijke vraag: gaan we zelf klussen, laten we buurvrouw-met-de- groene-vingers erop los of huren we een echte tuinarchitect in?

Maar: hoe echt is eigenlijk zo'n tuinarchitect en wat is zijn meerwaarde? Advies: huur geen dure `groenvormgever' of `landschapsinrichter' in als je alleen maar wilt weten waar de floxen en de zandbak moeten komen.

Zijn tuinarchitecten werkelijk nodig? Soms zou je denken van niet. Eind vorig jaar bezocht ik de Tuinen van Rob Herwig, ooit een pelgrimsoord dat in bekendheid wedijverde met attracties als de Tuinen van Ton Terlinden in Ruinen en de Tuinen van Mien Ruys te Dedemsvaart. Dergelijke voorbeeldtuinen, die je tegen betaling kon bezichtigen, waren een begrip in de laatste drie decennia van de vorige eeuw. Het zou mij niet verbazen als meer dan de helft van alle Nederlandse tuinliefhebbers een van deze tuinen ooit heeft bezocht.

Alleen de Tuinen van Mien Ruys hebben de 21ste eeuw gehaald. De Tuinen van Rob Herwig waren helemaal niet aangelegd door Herwig. Heel slim had hij zijn eigen tuinperceel beschikbaar gesteld aan het puikje van de Nederlandse tuinontwerpers. Hij had hen uitgenodigd om ieder een voorbeeldtuintje te ontwerpen. Hier konden de bezoekers inspiratie opdoen voor de inrichting van hun eigen tuin. Een slim concept, zo'n botanische staalkaart van door vips ontworpen tuinen. De tuinen zijn verdwenen, maar het concept leeft voort in de Tuinen van Appeltern, in de Betuwe.

Toen ik een half jaar geleden de Tuinen van Rob Herwig bezocht, waren die nog een laatste maal opengesteld voordat de eigenaar ging verhuizen. Tegen betaling van tien gulden konden de fans afscheid nemen. De tuinen waren toen al bijna tien jaar verwaarloosd. Waar ooit borders bloeiden, groeiden nu aardappelen of pompoenen en waar eens de meest uitgekiende plantencombinaties de bezoekers in vervoering brachten, strekten zich nu vele vierkante meters bodembedekkers uit.

En dat maakte mijn bezoek zo onthullend: hier zag je wat er na tien jaar van al die modieuze ontwerpen was overgebleven. In het geval van een goed ontwerp waren de uitgezette lijnen nog duidelijk zichtbaar; van matige en slechte ontwerpen restte nog slechts een veldje onkruid.

Daarmee is de vraag of tuinarchitecten werkelijk nodig zijn meteen beantwoord. De tuinarchitect is nodig om de ruimte in te delen, om lijnen en zichtassen te bepalen en om te vertellen waar in de tuin de vijver moet worden aangelegd en waar het terras en de zandbak. Ook kan het handig zijn om een tuinarchitect over de plaats van een beeldbepalende boom te laten adviseren, maar voor het ontwerpen van een border kun je net zo goed de getalenteerde buurman vragen. Als borders niet consciëntieus onderhouden worden, waarbij de tuinarchitect aan uitgebreide nazorg doet en elk jaar een herhalingsbezoek aflegt, is er al een paar jaar na het aanleggen van al die uitgekiende beplanting niets meer van over.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de meeste uitgenodigde ontwerpers in de Tuinen van Rob helemaal geen tuinarchitect waren. Toen die voorbeeldtuinen werden aangelegd, kon iedereen die in staat was om een gewassen grindtegel van een stoeptegel te onderscheiden zich nog tuinarchitect noemen. Bijna alle tuinen werden ontworpen door gesjeesde obers en huisvrouwen-met-roeping. Sinds oktober 1993 is de titel `tuinarchitect' wettelijk beschermd. Dat houdt in dat iemand zich alleen tuin- en/of landschapsarchitect mag noemen als hij is ingeschreven in het Architectenregister. De niet-architect kun je sinds '93 herkennen aan zelfbedachte titels als groenvormgever, tuinadviseur en landschapsinrichter. Inschrijving in het Architectenregister is mogelijk voor wie aan bepaalde eisen voldoet: afgestudeerd zijn aan de Universiteit van Wageningen, richting landschapsarchitectuur, afgestudeerd zijn aan de Academie van Bouwkunst in Velp, richting tuin- en landschapsarchitectuur, of het doorlopen hebben van de Hogere beroepsopleiding tuin- en landbouwarchitectuur die vroeger in Boskoop zat en nu naar Velp is verhuisd.

In de architectenwereld heerst een zekere pikorde; zoals de architect neerkijkt op de binnenhuisarchitect, zo vindt een landschapsarchitect zichzelf veel belangrijker dan de kneus van een tuinarchitect die zich bezighoudt met het kruimelwerk van het ontwerpen van de particuliere tuin. Vooral Wageningers houden zich veel liever bezig met het onder water zetten van de uiterwaarden dan met het bepalen van de plaats voor de zandbak en de schommel voor de kleine. Wie vroeger in Wageningen zowel tuin- als landschapsarchitectuur studeerde, volgt nu nog slechts landschapsarchitectuur, maar kan zich, paradoxaal genoeg, wèl als tuinarchitect in het Register laten inschrijven. En ook in Velp – voorheen Boskoop – gaat de belangstelling van de studenten steeds meer uit naar de Ecologische Hoofdstructuur en naar het inrichten van parken en groenstructuren op Vinex-locaties, waarbij het ontwerpen van het gewone tuintje van u en mij in het curriculum nauwelijks meer aandacht krijgt.

Daarmee zijn we in een vreemde situatie beland: de titel tuinarchitect bestaat, maar er bestaat geen opleiding die gericht is op het ontwerpen van de gewone tuin. Een beroep zonder opleiding. Bestaat de tuinarchitect eigenlijk wel? Het gaat te ver om te beweren dat een tuinarchitect geen vlier van een meidoorn kan onderscheiden, maar voor een grondige botanische kennis van tuinplanten ben je bij een tuinarchitect niet automatisch aan het juiste adres. Dat is geen ramp zolang de tuinarchitect zich maar niet met de beplanting van de tuin bemoeit. Voor vijverbeplanting ga je tenslotte ook niet naar de loodgieter.

Toch zou het handig zijn om te weten waar je die witte raaf kunt vinden die verstand van architectuur paart aan benul van planten. Je vindt hem niet door een willekeurige verzameling voorbeeldtuinen te bezoeken. Een goede tuin kan niet op een willekeurige plaats worden aangelegd. Een gewetensvolle tuinachitect probeert architectuur en natuur met elkaar in overeenstemming te brengen, waarbij een tuin geen los concept is, maar bij een bepaald huis moet passen. Een jaar of tien geleden werd Nederlands beroemdste tuinarchitecte, Mien Ruys, uitgenodigd om een voorbeeldtuin op de Floriade te ontwerpen. Verontwaardigd weigerde zij de opdracht; die was in strijd met al haar principes. Voor haar was de tuin plaatsgebonden en geen publiek domein, maar `even intiem als een slaapkamer'.

Hoe misplaatste tuinarchitectuur kan ontsporen, zie je aan de huidige mode van buxushagen en vormbomen: de kasteeltuin bij het rijtjeshuis. Door het Register te bellen is het gemakkelijk om aan een lijst van tuinarchitecten te komen, maar op die lijst staan geen Michelin-sterren. Als u toch naar een voorbeeldtuin wilt, bezoek die dan bij voorkeur 's winters: dan word je niet afgeleid door allerlei prachtige, maar irrelevante plantencombinaties en kun je zien wat er zonder bloemen van het ontwerp overblijft. 's Winters zie je gauw genoeg of de lijnen goed zijn.

Ook kun je een goede tuinarchitect vinden door het lezen van serieuze tuintijdschriften. Als ik bijvoorbeeld de artikelen van Hans Veldhoen in Onze Eigen Tuin lees, dan denk ik `Ja, die man zou ik wel in mijn achtertuin vertrouwen'. En verder leidt mond-tot-mond reclame sneller naar een goede vakman dan het kijken in adressenlijsten.

Gelukkig is de tuinarchitect meestal minder arrogant dan de gewone architect. Een architect die huizen en kantoren ontwerpt, voelt zich vaak een kunstenaar en maakt de gebruikers van het door hem ontworpen pand ondergeschikt aan zijn kunst. De goede tuinarchitect overlegt en houdt rekening met de wensen van zijn opdrachtgevers. Veel ontwerpen komen in samenspraak met de klant tot stand. Een gewone architect ontwerpt een heel huis, met alles erop en eraan. Maar een gewetensvolle tuinarchitect zal zelfwerkzaamheid van de klant misschien niet toejuichen, maar in elk geval tolereren.

Laat de tuinarchitect ideeën aanreiken waarop je zelf niet een-twee-drie zou komen. Hij kan je vertellen hoe en waarom je een gedeelte van je tuin kunt verdiepen, of hoe je je tuin optisch kunt vergroten door listig gebruik te maken van bomen die in de tuin van de buren staan. Hij kan je adviseren over de loop van een pad, de hoogte van de haag en de grootte van de vijver. En hij kent allerlei trucjes waardoor je een kleine tuin groter kan laten lijken. Of een smalle breder. Vaak gebruikt hij daartoe een schuine lijn; wie een schuine lijn in een tuin ontwaart, kan er donder op zeggen dat er een tuinarchitect aan de gang is geweest. Maar laat u geen schuine lijnen opdringen als u van rechte houdt.

In deze tijden van tweeverdienersovervloed zou je bijna vergeten om over geld te praten, maar toch is dat niet onbelangrijk, want de prijs van een tuinontwerp kan variëren van duizend gulden tot een paar ton. Mijn advies zou zijn: laat de tuin door een tuinarchitect ontwerpen, maar maak zelf het beplantingsplan. Vraag hierover advies als u er zelf niet uitkomt, maar huur geen dure beroepskracht om u te laten vertellen of de floxen hier, of een meter verder naar links moeten staan. Bedenk dat planten die verkeerd staan verplaatsbaar zijn. Maak goede financiële afspraken en zet die op papier. En wees mondig en vraag de tuinarchitect om voorbeelden te laten zien van zijn werk. Ga niet over één nacht ijs en probeer uit te vinden of u elkaar ligt. Zo niet – aarzel niet en zoek een ander. Het eerste oriënterende gesprek is toch meestal gratis.