Inspecties moeten openheid betrachten

Het is een beeld dat na elke ramp terugkeert: de controle op de naleving van regels is onvoldoende of geheel afwezig. Laksheid en onwil zijn daar debet aan. Alleen een mondige pers en mondige burgers kunnen de overheid bijsturen, stelt Roger Vleugels.

De inspectierapporten over de ramp in Enschede werpen het licht op een taboe: Nederland heeft een uiterst matig bestuur, en magere politieke controle daarop. Na de Bijlmerramp kon dat geconstateerd worden, en nu na Enschede en Volendam weer. Vaak zijn de regeltjes zelf nog wel in orde. Maar het zijn de logistiek en hiërarchie in, onder en achter die regeltjes, de bureaucratie, de competentiekwesties, het gedogen, de inertie, het gebrek aan deskundigheid, het hautaine ivoren toren gedrag – om over handhaven maar te zwijgen – die leiden tot een beeld dat bij voortduring onthutsend is. Nog erger is het gesteld met de openbaarheid van informatie over vergunningen, over handhaving, inspectie en controle. Enerzijds valt op dat gemeenteraden en Tweede Kamer amper interesse in deze materie tonen, zelfs niet na een ramp of wanneer de Kamer zich optuigt met een parlementaire enquêtecommissie. Anderzijds wordt de pers of de burger, wanneer deze met de Wet Openbaarheid van Bestuur in de hand inspectierapporten opvraagt, voortdurend tegengewerkt.

Trouw lukte het na moeizaam procederen om in 1997 voor het eerst de kwaliteitscijfers over het middelbaar onderwijs van de inspectie te krijgen. In de jaren daarna werden diezelfde cijfers aanvankelijk toch weer geweigerd.

Burgers die de afgelopen week inzage vroegen bij hun gemeente en bij de brandweer in de inspectierapporten over en correspondentie met lokale horecagelegenheden, werd dit menigmaal geweigerd. De brandveiligheid van menige tunnel, studentenhuis of pension is onder de maat. Inspectierapporten hierover, aanschrijvingen en zelfs inzage in de regels worden bij voortduring geweigerd als pers of burger deze, zich daarbij beroepend op de Wet Openbaarheid van Bestuur, opvragen.

Toen het televisieprogramma Zembla het inspectierapport over de afdeling gynaecologie van het Eemland-ziekenhuis opvroeg werd dit, ondanks vijf sterfgevallen in korte tijd, geweigerd, met als argument dat openbaarheid de gezondheidszorg in gevaar zou brengen. Dat argument werd in drie zittingen door de rechters van tafel geveegd. Toch handhaafde het ministerie die lijn tot aan de Raad van State – waar het ministerie verloor. Het rapport werd alsnog openbaar. En wat bleek? De inspectie stelde dat zij door bezuinigingen zover uitgekleed was dat niet meer eigenhandig kon worden geïnspecteerd, en zij derhalve afhankelijk was van `inspectierapporten', gemaakt door de te inspecteren beroepsgroep zelf. De inspectie vreesde, nu zij afhankelijk is van de vrijwillige en vertrouwelijke levering van die `rapporten', dat zij die niet meer zou krijgen, wanneer ze openbaar zouden worden gemaakt.

Dat intussen, volgens berekeningen van de Groningse Universiteit, door medische missers jaarlijks meer doden vallen dan in het verkeer, is een feit waar geen inspecteur van wakker ligt.

Meestal is sprake van twee redenen op grond waarvan documenten geweigerd worden. Ten eerste: De privacy van de te inspecteren partij, bijvoorbeeld de horeca-ondernemer, de school, de huizenbezitter, het ziekenhuis. Dit argument is niet valide want private partijen hebben inzake hun beroepshalve functioneren, inclusief een eventueel onjuist beroepshalve functioneren, geen recht op privacybescherming.

De tweede weigeringsgrond betreft het nadeel dat de geïnspecteerde partij bij openbaarheid zal ondervinden. Rechters vinden dit een nadeel dat zo'n partij toekomt en kiezen dan ook terecht voor het het algemeen belang bij openbaarheid. Maar voordat iemand bij de rechter staat is er vaak al weer een jaar verstreken.

In beide gevallen speelt op de achtergrond de vrees dat openbaarheid de concurrentiepositie van de geïnspecteerde partij nadelig zou kunnen beïnvloeden. Anders gezegd: de overheid vindt concurrentie belangrijker dan de veiligheid van de burger.

Vier jaar geleden werd na een geslaagde WOB-procedure van RTL Nieuws bekend dat voor menselijke consumptie afgekeurd slachthuisafval toch in de menselijke voedselketen, en wel in margarine, kan opduiken. Tegelijk werd bekend dat de inspectie dit al acht jaar wist; inmiddels weten we dat het systeem nóg niet sluitend is. Over de inspecties die hiermee te maken hebben volgden reeksen onthullingen in de media, maar er is geen spoor van verbetering zichtbaar. Dus blijft het rond voedsel, voedselexport, BSE, handel in exotische dieren enzovoort rommelen.

Het gaat hier om inspecties van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, de Rijksdienst voor keuring van Vee en Vlees en de Algemene Inspectiedienst.

Bestuur, politiek en Kamerleden tonen keer op keer dat controle bij hen niet in goede handen is. Om die reden moet alles, maar dan ook alles, bij inspecties onmiddellijk en volledig openbaar zijn. De overheid heeft inmiddels voldoende bewezen niet zonder mondige pers en burger te kunnen.

Roger Vleugels is juridisch adviseur op het terrein van openbaarheid van bestuur.

    • Roger Vleugels