DE TIJD DRAAIT DOMWEG RONDJES

Een zoektocht naar de atmosfeer die hij als kind heeft gekend, zo noemt Bert Teunissen zijn portrettenreeks Domestic Landscapes. Het huis als landschap, doorheen de jaren gegroeid rondom wie het bewoont. De huizen op deze foto's zitten hun bewoners even soepel als oud schoeisel. Ze roepen de sfeer op van heimelijke ontdekkingstochten door de oude huizen van mijn kindertijd, woningen die nog niet op maat waren geknipt van wat sociologen in de jaren zeventig het moderne kerngezin noemden; hokjes op maat van ma en pa, en twee, hoogstens drie kindjes.

Het waren integendeel woningen met vele kamers en achterkamers voorzien op families, op bergen kroost en evenveel ouderdom.

Aanleiding voor Teunissens tocht was de herinnering aan het huis waarin hijzelf opgroeide, en het gevoel van verlorenheid toen zijn ouders een nieuwe woning opzochten. Een wereld van geuren, geluiden en licht was op slag verdwenen.

Een fotograaf heeft alleen maar dat laatste, maar wat Teunissen met licht doet was voor de Amerikanen, naar verluidt, genoeg om hem meteen tot een nieuwe Vermeer uit te roepen. Ik weet het niet. Het licht van Teunissen heeft veel meer gestalten dan dat van Vermeer, het is soms het belangrijkste personage. Op een van de foto's valt het bijna als een scherf of splinter een woonkamer binnen. Het lijkt bezit te willen nemen van een lege stoel en trekt zozeer de aandacht dat je pas nadien merkt dat er ook een man aanwezig is. Ander licht, dat eerst de pelargoniums op de vensterbank bijna transparant maakt, diept hem in zijn grijsblauwe overall even uit de duisternis onder de schoorsteen op.

Of neem die foto van de bejaarde dame, pront achter de toog naast de tapkast, in een gelagzaal die met de jaren meer en meer woonkamer lijkt te zijn geworden. Klanten zijn er niet, de asbakken staan schoongespoeld te glimmen op tafel en de vrouw zelf zou zonder haar witte gebreide jasje en de rode blouse volledig in de achtergrond opgaan. Het licht moet eerst een dichte vitrage overwinnen en zware bruine overgordijnen. Wanneer het dan eindelijk binnen is, weekt het de dingen niet uit hun omgeving los, maar legt het er een laag vergeeld vernis overheen.

Voor de oppervlakkige kijker ruikt een en ander al snel naar nostalgie. Teunissen is zich daar van bewust: 'Sommigen zeggen dat je, als je in het verleden leeft, elke dag een beetje sterft. Ik denk dat we hoe dan ook elke dag een beetje sterven, en ik vraag me af wat er mis is met leven in het verleden', zegt Teunissen in het Amerikaanse fotoblad Aperture.

We hebben iets met nostalgie, het mag niet. Het verleden is museaal of documentair, veilig voorzien van naambordjes of voetnoten. Met je tijd meegaan is het parool van onze tijd, maar op de foto's van Teunissen is tijd iets dat domweg rondjes draait, om het kwartier galmt of koekoek roept, en elke ochtend van de kalender wordt gerukt. Klokken en kalenders hebben me altijd geïntrigeerd in die huizen zonder tijd. Op die foto van een man aan tafel, voor het schouwtablet met aarden borden en het ingelijst haakwerk, hangen er twee; een maandkalender en een scheurkalender. Zijn huis, te oordelen aan de ingemaakte kast achter zijn rug en de vele deuren een oude boerenwoonst, doet me denken aan de woning van een groottante. Het hing er vol kalenders. Drie in de woonkamer, twee in de keuken, een paar in de berging, één in de slaapkamer en nog één, in de ouderwetse wc buiten naast de varkensstal. Ze had er een halve dagtaak aan om ze bij de tijd te houden en wanneer ze het soms vergat en de dagen elkaar tegenspraken, zette ze al haar kalenders gelijk aan de krant, waarin ze een blind vertrouwen had.

Waarom vertel ik dat? Omdat die foto's evengoed in België gemaakt konden zijn. Tussen de Waddenzee en de heuvels van Artesië in Frans-Vlaanderen moeten talloze van die huizen te vinden zijn, niet geregeerd door de allernieuwste trend maar door de gewoonte.

De soep op tafel zal in het zuiden misschien iets meer naar knoflook ruiken dan in het noorden, maar de klok hangt waar ze hangt, naast de kachelpijp of boven de keukentafel, niet omdat het zo snoezig staat, maar omdat ze er altijd gehangen heeft.

'Op een bepaald ogenblik in hun leven hebben deze mensen besloten dat de manier waarop ze leefden ideaal was en zo moest blijven', zegt Teunissen. 'Ik heb groot respect voor mensen die leven zoals ze willen zonder zich tot iets anders te laten verleiden, omdat de samenleving dat van hen verlangt.'

In mijn eigen land is er een tak van de televisie-industrie die wel eens met een cameraploeg bij ze over de vloer komt, om ze af te schilderen als levende fossielen, menselijke vogelbekdieren die eigenlijk allang uitgestorven hadden moeten zijn. Dat doet Teunissen niet. Hij blijft respectvol op afstand, zijn geportretteerden kijken in de lens met een gereserveerde vriendelijkheid. Zijn foto's schilderen niemand af als voorbijgestreefd, ze lijken zelf te hongeren naar meer dan wat je op film kunt vastleggen. De geur van de gootsteen bijvoorbeeld, in die bijna verblindend witte achterkeuken, waar het water nog uit de pomp komt en dat harde licht de ouderdom van de beide bewoners niet vergoelijkt. Ze zitten elk aan een kant van de tafel, tussen hen in staan de koppen voor het ontbijt en het avondmaal al klaar.

Ik zou de kilte van die glanzende muurtegels willen voelen, en de ruigte waar het glazuur plaats maakt voor het cement van het voegwerk. Ik zou willen weten wat er schuilgaat achter die deur. Een keldergat, of een gang met donkere arduinen tegels waarop blote voeten zo uitbundig kunnen pletsen? Ik vraag me af of het er naar ham zou ruiken of gerookte worst, en of die pomp lekt. Geen verveling eindelozer dan het getik waarmee vallende druppels de tijd naar hun hand willen zetten. Dat is wat Teunissen ook doet met het licht, hij wil dat het riekt en geluid maakt, en ook al kan dat niet echt, het licht op die foto's blijft op het netvlies hangen, omdat het zo hongerig en jaloers is.

Erwin Mortier is schrijver te Brussel. Zijn tweede boek Mijn tweede huid, waarin een oud huis een hoofdrol speelt, verscheen vorig jaar bij uitgeverij Meulenhoff.

Fotograaf Bert Teunissen (1959) is sinds 1987 freelance commercieel fotograaf. In 1996 begon hij een aantal persoonlijke projecten. In Domestic Landscapes fotografeerde hij kamers in verschillende huizen in zijn geboorteplaats Ruurlo en omstreken en in Zuid-Frankrijk. In september vorig jaar was een expositie van deze serie in de New-Yorkse Gallery 24 een groot succes: bijna alle foto's werden voor hoge bedragen verkocht, critici vergeleken de lichtval in zijn werk met dat van de schilder Vermeer. Dit jaar volgen tentoonstellingen in verschillende Amerikaanse musea. Teunissen wil de serie nog uitbreiden met foto's uit andere landen.

[streamliners] Het licht van Teunissen heeft veel meer gestalten dan dat van Vermeer, het is soms het belangrijkste personage.

Ik zou willen weten wat er schuilgaat achter die deur. Een keldergat, of een gang met donkere arduinen tegels waarop blote voeten zo uitbundig kunnen pletsen?

Op een van de foto's valt het licht bijna als een scherf of splinter een woonkamer binnen.

We hebben iets met nostalgie, het mag niet.