De ene springschans is de andere niet

Drie dagen na zijn `historische' afdaling in Garmisch-Partenkirchen keek Jeroen Nikkel (20) gisteren in Innsbruck noodgedwongen toe bij de derde wedstrijd uit de Vierschansentoernee.

In een paar dagen dagen kan veel veranderen. Ging hij op nieuwjaarsdag nog de boeken in als eerste Nederlander die ooit van de befaamde skischans in Garmisch-Partenkirchen naar beneden suisde, drie dagen na zijn `historische vlucht' volgde de ambitieuze springer uit de Lage Landen de verrichtingen in Innsbruck noodgedwongen op televisie.

Maar aangeslagen zegt Jeroen Nikkel (20) niet te zijn, nadat hij woensdag in de kwalificatieronde van de derde wedstrijd uit de Vierschansentoernee dankzij een sprong van 79,5 meter bleef steken op de 72ste plaats. ,,Mijn kansen komen nog wel'', zegt de eerstejaars student communicatiewetenschappen uit Maarssen.

Een herhaling van de stunt uit Garmisch zat er niet in?

Nikkel: ,,Deze schans heeft een andere aanloop dan die in Garmisch: hij is veel sneller vanwege een grotere radius. Dat betekent dat je weinig tijd hebt om af te zetten, en juist op dat punt had ik problemen in de kwalificatieronde. Mijn afsprong en lichaamshouding zijn en blijven belangrijke details waaraan ik moet werken. Verder moet een schans je ook liggen. Het is bovendien helaas nog niet mogelijk om mezelf elke dag voor een belangrijke wedstrijd te plaatsen. Zo eerlijk moet ik zijn.''

Hoe kijk jij terug op de voorbije week?

,,Het was fantastisch om als eerste Nederlander van die beroemde schans af te mogen springen. Dat zal me nog lang bijblijven. Garmisch is en blijft toch de wedstrijd met de meeste uitstraling. Ik heb er veel van geleerd. Het belangrijkste is dat ik nu weet dat ik het kan en dat al die inspanningen van de afgelopen jaren niet voor niets zijn geweest. Die psychologische drempel heb ik nu genomen. Dat is pure winst.''

In de euforie na Garmisch werd gesproken over `een keerpunt'. Is dat niet wat voorbarig?

,,Nee hoor. Door me te kwalificeren heb ik een enorme stap voorwaarts gezet, zij het dat het een eerste stap is. Niettemin is het een keerpunt, zowel voor mij als voor het Nederlandse schansspringen. Het is nog weliswaar niet zo dat ik nu met de grote jongens meedoe om de eerste plaatsen, maar ik hoop dat mijn deelname een aanzet is tot de definitieve doorbraak. Dat is een lange weg, en dat besef ik maar al te goed.''

Je zegt: `Ik weet nu dat ik het kan'. Heb je daaraan getwijfeld?

,,Nee, dat niet, want ik zet alles opzij om mezelf verder te ontwikkelen. Maar het wachten was toch op dat ene moment, het moment dat een Nederlander daadwerkelijk met de beste vijftig springers van de wereld naar beneden zou mogen gaan. Dat moment kwam afgelopen maandag en dat had ik nodig, en met mij het Nederlandse schansspringen.''

Hoe bracht Nederlands derde schansspringer, de genaturaliseerde Oostenrijker Ingemar Mayr, het er gisteren vanaf?

,,Wel aardig, geloof ik. Hij sprong 85 meter, als ik me niet vergis. Ik heb het op tv gezien, omdat ik nu al in Bischofshofen ben waar morgen de laatste wedstrijd uit de Vierschansentoernee wordt gehouden. Ik zal het hem straks zelf vragen, want hij komt zo deze kant op. Het is voor het eerst dat we contact met elkaar hebben, omdat hij de afgelopen twee jaar moeite had om een Nederlands paspoort te krijgen. Die pas heeft hij nu. Ik juich zijn komst toe, al is het wel zo dat zijn entree niet ten koste van Niels (De Groot, red.) en mij mag gaan. Dat was ook een voorwaarde voor zijn toelating tot ons team.''

Wat zijn morgen je kansen in de laatste wedstrijd uit de Vierschansentoernee?

,,Ik ga 'm niet winnen, mocht je dat soms denken. Anderzijds kan het snel gaan. Jongens die afgelopen zomer op de kunststofmatten nog niks presteerden, vliegen nu als gekken van die schans. Wat mezelf betreft: aan zelfvertrouwen ontbreekt het me niet na Garmisch. Ik heb in Bischofshofen dan ook niets te verliezen.''

Om volgend jaar bij de Winterspelen te kunnen starten, verlangt NOC*NSF twee keer een plaats bij de beste vijftien. Dat is een pittige eis.

,,Absoluut, maar niets is onmogelijk. Ik ben op de goede weg. Het volgende doel is een plaats bij de beste dertig. Het is van belang om de lat voor jezelf hoog te leggen. Mocht het niet lukken, ook best. Ik ben net twintig, jong genoeg dus om de volgende keer nog een poging te wagen.''

Hoe is het met jouw neef en Nederlands andere schansspringer, Niels de Groot?

,,Die heeft rust voorgeschreven gekregen van Horst (coach Tielmann, red.). Niels bleek wat onrustig en dat kwam zijn sprongen vanzelfsprekend niet ten goede. Hij moet zijn hoofd schoonmaken en vanaf volgende week weer vol aan de bak in de trainingen met het oog op de Universiade en de WK van volgende maand in Finland.''

Wat is het belang van de toevoeging van tweevoudig winnaar van de Vierschansentoernee Jochen Danneberg aan de technische staf?

,,Heel erg belangrijk. Jochen en Horst vullen elkaar perfect aan. Wat de één niet ziet, dat ziet de ander. Het zijn vaak kleine technische aanwijzingen, maar daar gaat het juist om bij schansspringen. Of ik in verwarring raak door mogelijke tegenstrijdigheden in de coaching? Integendeel: hoe meer meningen, hoe beter, want daardoor krijg ik meer inzicht in deze sport.''

    • Mark Hoogstad