Wie won, wie verloor in 2000 (6)

Nieuwsfeiten, en de leiders die ze maken of ermee te maken krijgen, balanceren op een dunne lijn tussen hoop en ontluistering. Aan het eind van het eerste jaar in het nieuwe millennium maken redacteuren van de buitenlandredactie de balans op. Een terugblik. Bezinning, ook. Maar vooral: een genadeloos oordeel, bewust op de man gespeeld. Drie winnaars van het jaar 2000 en drie verliezers van het jaar 2000 op een rij: hoofdrolspelers op het wereldtoneel die verrasten door hun succes in hun worsteling met de geschiedenis of die juist faalden omdat ze verwachtingen – de onze, om het subjectief te houden, of die van hun achterban – dit jaar niet waar konden maken.

Deze portretten zijn geschreven door Wim Brummelman, Joop Meijnen, Peter Michielsen, Carolien Roelants, Robert van de Roer en Frank Vermeulen.

Tot Al Gore op 13 december jongstleden toegaf de verkiezingen te hebben verloren, leek hem een stralende toekomst beschoren. Gore-mensen speculeerden over de presidentsverkiezingen van 2004. En over de comeback van Gore, met historische verwijzingen naar Richard Nixon die ook pas in derde instantie in het Witte Huis belandde.

Gore's gooi naar het presidentschap stond vanaf het begin af aan onder het kwade gesternte van zijn huidige baan: vice-president. Het vice-presidentschap hoeft het presidentschap niet in de weg te staan. Dat hebben Gerald Ford en George Bush sr. bewezen. Maar veel hangt af van de invulling van dat ambt. Gore was acht jaar lang die wat butler-achtige man in bankierspak achter Bill Clinton. Hij werd alleen fel toen hij zijn baas verdedigde ten tijde van het Monica Lewinsky-schandaal en hij Clinton bestempelde als ,,een van onze geweldigste presidenten''. De overstap van lakei tot leider is niet een erg geloofwaardige.

Dit is allemaal beeldvorming. In werkelijkheid, zoals Gore-biograaf Bill Turque betoogt, was Gore een van de invloedrijkste vice-presidenten uit de Amerikaanse geschiedenis. Clinton vroeg hem destijds de tweede viool te spelen, maar Gore bedong daarbij dat de twee wekelijks de zaken op een lunchvergadering zouden doornemen.

Gedurende de Clinton-jaren moest Gore strijden om het oor van de president met een belangrijke concurrent: first lady Hillary Clinton. Hillary is 7 november in de Senaat gekozen, en gevoelsmatig heeft Gore dus ook van háár verloren.

Gore's concession speech ontlokte lof aan vriend en vijand – maar in het Democratische kamp sloegen de kompassen meteen al uit naar een andere pool: Bill Clinton. Hij is pas 54 jaar, de jongste onverkiesbare ex-president na Theodore Roosevelt, die in 1909 als 50-jarige het Witte Huis verliet. Clinton is volgens een recente opiniepeiling bovendien nog steeds ongekend populair. Veel Democraten beschouwen de comeback-kid Clinton als leider van de Democratische partij en niet loser Gore, die als presidentskandidaat in naam de partijleider is. In het Amerikaans-Engels kan het woord loser als bijbetekenis `veroordeelde' krijgen. Zo is een two-time loser niet iemand die twee keer verloren heeft maar een twee keer veroordeelde delinquent. Dat geldt in zekere zin ook voor Al Gore, toen hij in 2000 voor de tweede keer het presidentschap aan zich voorbij liet gaan (in 1988 deed hij ook al tevergeefs mee). Meer dan een verliezer is hij een veroordeelde. Veroordeeld tot de politieke schaduw.