Wie won, wie verloor in 2000 (4)

Nieuwsfeiten, en de leiders die ze maken of ermee te maken krijgen, balanceren op een dunne lijn tussen hoop en ontluistering. Aan het eind van het eerste jaar in het nieuwe millennium maken redacteuren van de buitenlandredactie de balans op. Een terugblik. Bezinning, ook. Maar vooral: een genadeloos oordeel, bewust op de man gespeeld. Drie winnaars van het jaar 2000 en drie verliezers van het jaar 2000 op een rij: hoofdrolspelers op het wereldtoneel die verrasten door hun succes in hun worsteling met de geschiedenis of die juist faalden omdat ze verwachtingen – de onze, om het subjectief te houden, of die van hun achterban – dit jaar niet waar konden maken.

Deze portretten zijn geschreven door Wim Brummelman, Joop Meijnen, Peter Michielsen, Carolien Roelants, Robert van de Roer en Frank Vermeulen.

Begin oktober, een paar dagen voor zijn val, kwam hij nog eenmaal op de staats-tv om het volk te winnen voor zijn Groot-Servische missie. Als hij, Slobodan Miloševic, ook de tweede ronde van de Joegoslavische presidentverkiezingen zou verliezen van Vojislav Koštunica, dan zou dat de bezegeling zijn van verderfelijke Westerse inmenging.

Hij oogde vermoeid, zijn retoriek klonk afgezaagd en hij zou de tweede ronde niet halen hoezeer een Haagse minister hem die herkansing ook gunde. Maar helemáál ongelijk had hij niet. Want politieke adviseurs, consulenten en trainers uit de Verenigde Staten probeerden toen vanuit buurland Hongarije al bijna een jaar de sterk verdeelde Servische oppositiepartijen ervan te overtuigen dat zij alleen een kans maakten tegen Miloševic als ze een coalitie zouden vormen.

Het gaat te ver Koštunica's zege toe te schrijven aan deze bemoeienis van de VS, maar een rol speelde zij zeker, zo reconstrueerde The Washington Post eerder deze maand overtuigend. Uiteindelijk was het de min of meer spontaan georganiseerde volksopstand die Miloševic op 5 oktober van diens troon stootte. Gotov je, stond op ontelbare posters en buttons, zonder de naam te noemen. `Zijn rol is uitgespeeld'.

Vier verloren oorlogen, twee eerdere volksopstanden, achtenzeventig dagen NAVO-bombardementen en bijna tien jaar internationale sancties waren eraan vooraf gegaan Miloševic, 59 inmiddels, overwon het allemaal. Hij veranderde, sinds zijn opkomst in 1987, van een saaie apparatsjik in een even obscure als meedogenloze nationalist, die zich en passant kwalificeerde voor bijna het hele scala aan walging, van aartscrimineel tot zwaargeschift. Daardoor kan hij zich meten met de grootste politieke boosdoeners van de vorige eeuw. Dat hij daarbij een `rein geweten' heeft, zoals hij vorige week nog herhaalde, spreekt voor zich.

Toch gaat deze beeldvorming, hoe treffend ook, te gemakkelijk voorbij aan de politieke entourage van loyalisten, opportunisten en dubieuze handlangers waarmee Miloševic zich in zijn repressieve politiestaat al die dertien jaren wist te omringen. Dankzij hen kon hij al die tijd bogen op tamelijk brede steun onder de bevolking van de al maar kleiner wordende Joegoslavische Federatie.

Pas als ook die kliek is verdwenen, is de man die zich onoverwinnelijk waande, maar zijn land moreel, sociaal, economisch en politiek in een bankroet stortte, definitief verslagen. Waarbij opnieuw geldt: zonder buitenlandse hulp zal dat bezwaarlijk gaan.