Wie won, wie verloor in 2000 (3)

Nieuwsfeiten, en de leiders die ze maken of ermee te maken krijgen, balanceren op een dunne lijn tussen hoop en ontluistering. Aan het eind van het eerste jaar in het nieuwe millennium maken redacteuren van de buitenlandredactie de balans op. Een terugblik. Bezinning, ook. Maar vooral: een genadeloos oordeel, bewust op de man gespeeld. Drie winnaars van het jaar 2000 en drie verliezers van het jaar 2000 op een rij: hoofdrolspelers op het wereldtoneel die verrasten door hun succes in hun worsteling met de geschiedenis of die juist faalden omdat ze verwachtingen – de onze, om het subjectief te houden, of die van hun achterban – dit jaar niet waar konden maken.

Deze portretten zijn geschreven door Wim Brummelman, Joop Meijnen, Peter Michielsen, Carolien Roelants, Robert van de Roer en Frank Vermeulen.

Zijn blik heeft vaak iets verbetens. Als van een fret. Hij praat monotoon, geen intonatie, zelfs niet als hij zweert dat hij de Tsjetsjenen ,,met hun kop in de plee in hun eigen stront zal verzuipen''. Hij heeft de motoriek van een opgelaten puber op weg naar een erepodium: ergens in de heup begint een zijwaartse wiegel van het bovenlijf, die nog wordt versterkt door de opvallend onopvallende slingerbeweging die hij vanuit schouder en bekken elk afzonderlijk zijn ledematen meegeeft. Wie Vladimir Poetin ziet lopen gelooft zijn ogen niet. Het kan niet. Het màg niet. Maar het gebeurt.

Niettemin, de Russen zweren bij hem, deze kleine president die zijn hele volwassen leven bij de KGB doorbracht, deze homo sovieticus die is wat de homo sovieticus nooit was: koud-nuchter, pragmatisch, no nonsense. Een rekenaar zonder platen voor het hoofd en zonder illusies. Een anti-ideoloog, want ideologie leidt af, kost geld en heeft geen nut. Alleen het nationaal belang telt, voor Vladimir Poetin, de rest is onzin, hoe heilig het gisteren ook was. Hij is berekenend, hard, meedogenloos desnoods – zie Tsjetsjenië, zie de uitschakeling van de steenrijke oligarchen, de gierige regiogouverneurs en de onafhankelijke elektronische media. Een man van actie, die judoot en zelf achter de stuurknuppel van een MiG klimt. Een doener. Een koele doener, dat zeker: Vladimir Poetin is emotioneel kil, zo vermeldde zijn personeelsdossier bij de KGB. Een man zonder emoties. Hij straalt het uit.

Hij is voor de Russen het succesnummer van het jaar. Eén dag voor het aanbrak maakte Boris Jeltsin hem tot zijn opvolger. De kiezers – gedemoraliseerd in tien jaar van aftakeling en gestuntel – vonden het prachtig: eindelijk vastbeslotenheid in het Kremlin. Eindelijk de echte man die de chaos bedwingt, de superrijken hun plaats wijst, de strijdkrachten weer strijd-krachten maakt, de Kaukasische zwartkonten op hun donder geeft en een eind maakt aan de vernedering van Rusland door een arrogant Westen. Zjoeganov? De democraten? Onbetekenende figuranten. Ze mogen de coulissen bevolken. Persvrijheid? Als het uitkomt, anders niet. Kranten? Mwah, zenders niet.

In maart kozen de kiezers hem in één ronde, met 52,6 procent van de stemmen. Een vertrouwensstem die alleen maar luider werd, want blunders, zoals bij de ramp met de Koersk, worden hem grif vergeven. In juni had 61, eind juli zelfs 73 procent van de Russen vertrouwen in de kleine man aan het roer, wiens economische beleid door de hoge olieprijs – zijn mazzel – de wind in de rug heeft. Nog even en Vladimir Poetin wordt heilig.