Uitstel stemming VN over Eritrea

Nederland en Canada zijn er gisteren voor de tweede keer in geslaagd een stemming over opheffing van het internationaal wapenembargo tegen Ethiopië en Eritrea in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties uit te stellen. Dit zegt een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Nederland en Canada zouden het liefst zien dat het wapenembargo, zoals oorspronkelijk voorzien was, tenminste voortduurt tot medio mei volgend jaar. Beide landen nemen met troepen deel aan UNMEE, de vredesmacht in het grensgebied tussen Ethiopië en Eritrea en vrezen dat opheffing van het internationale wapenembargo de veiligheid van hun vredestroepen niet ten goede komt.

Dat eventuele opheffing nu pas in het nieuwe jaar in de Veiligheidsraad aan de orde komt, betekent dat Nederland er in de Veiligheidsraad niet meer over kan meestemmen, daar het Nederlandse lidmaatschap van de Veiligheidsraad morgen afloopt.

Den Haag hoopt evenwel dat de aanwezigheid van Nederlandse troepen in UNMEE ons land op het verdere verloop van het vredesproces in de Hoorn van Afrika een zekere invloed zal verschaffen, aldus de woordvoerder.

Nadat Ethiopië en Eritrea eerder deze maand onder auspiciën van de Verenigde Staten een vredesakkoord hadden getekend, wilden de VS vorige week al tot opheffing van het wapenembargo komen, daarin gesteund door de Groep van Ongebonden landen in de VN.

Bij het besluit de stemming van de agenda te halen heeft volgens waarnemers ook een rol gespeeld dat Rusland gisteren weinig enthousiasme aan de dag legde voor een stemming.

Overigens is de opheffing van het wapenembargo maar een onderdeel van een ontwerp-resolutie van verdergaande strekking, die verder de volledig goedkeuring van Nederland kan wegdragen. Zo wil de Veiligheidsraad verdere inspanningen op het gebied van uitwisseling van krijgsgevangenen en vluchtelingen tussen Ethiopië en Eritrea en uitwisseling tussen beide landen van informatie over de locatie van mijnenvelden, zodat mijnen efficiënter kunnen worden opgeruimd.