Scepsis...

NOOIT IS EEN jaarwisseling zo in spanning afgewacht als twaalf maanden geleden. Miljarden waren ervoor uitgetrokken: voor het kennelijk nog steeds onvermijdelijke vuurwerk en voor al die geautomatiseerde systemen die ons leven draaiend houden. Achteraf viel het mee. Met name de Westerse wereld draaide onbekommerd door. De economische prognoses werden zelfs naar boven bijgesteld. Pas recent dienden zich de eerste tekenen aan dat de bomen niet tot in de hemel groeien. De zorgen daarover zijn vooralsnog gering, want de bomen blijven wel groeien.

Toch was 2000 niet louter hosanna. Her en der groeit de scepsis. Vooral in de financiële wereld zijn de juichkreten van begin dit jaar verstomd. Toen de `millenniumbug' uitbleef, maakte de psychologie eerst een draai van 180 graden. De oude economie was `uit'. De nieuwe economie was `in'. De hysterie rond World Online reflecteerde dit. Maar toen bleek dat er tussen de hoop op morgen en de werkelijkheid van vandaag gewoon gewerkt en winst gemaakt moet worden, zakte de nieuwe economie door de knieën. Zelfs grote bedrijven, die met één been in de oude en één been in de nieuwe economie staan, hebben het nu zwaar te verduren. De kosten daarvan moeten nog worden vastgesteld.

In deze massale aandacht voor allerhande beurskoersen, etaleert zich de economisering van ons wereldbeeld. Die tendens is logisch. Arbeid ten bate van de eigen welvaart schept voldoening. Sinds de Koude Oorlog is er bovendien ruimte voor zo'n liberalere benadering. Maar tegelijkertijd wordt nu duidelijk dat liberale democratisering zich niet langs rechte lijnen voltrekt.

DE OPGELAAIDE intifada in de Palestijnse gebieden en het onvermogen van de Israëlische regering om een antwoord te vinden, illustreert dat het begrip `vredesproces' grotendeels een bezweringsformule is geworden. De onmacht van de nieuwe Indonesische president om het religieuze geweld op onder meer de Molukken een halt toe te roepen, bewijst dat het einde van een corrupte regering niet automatisch leidt tot de ontmanteling van een corrupt systeem.

Dichterbij zijn vergelijkbare paradoxale stappen en sprongen zichtbaar geworden. In Servië hebben de burgers zich tien jaar ná de buren ontdaan van het oude regime en daarmee de deur naar Europa op een kier gezet. Maar nu, na de geregisseerde volksopstand tegen Miloševic, doemen de gewone problemen op. De wederopbouw van Servië is een titanenklus. De voorwaarden voor vrede op de Balkan zijn gunstiger dan een jaar geleden. Als de buitenwereld denkt dat de nieuwe machthebbers per definitie bondgenoten zijn, maakt ze zich echter schuldig aan illusiepolitiek. Zeker de EU mag geen toon te hoog zingen, sinds haar leiders er in Nice een rommeltje van hebben gemaakt dat de `verbreding' én `verdieping' van Europa belast.

De Russen op hun beurt hebben zich juist uitgesproken voor herstel van oude waarden en normen. De eveneens geregisseerde verkiezing van Poetin tot president (en de verpletterende nederlaag van zijn concurrenten die als Westers te boek staan) is een signaal dat Rusland zijn bekomst heeft van de materiële en politieke grilligheden waarmee de radicale hervormingen gepaard gingen. Dictatuur is voor de Russen geen optie, een sterke man wel.

HOEWEL HET KWALITATIEVE niveau van de welvaart grote verschillen vertoont, gaat het ook elders meer en meer om de verhouding tussen het publieke en het private domein. Geen ingrijpender voorbeeld dan de gekkekoeienziekte BSE. Jarenlang hebben overheden en boeren het kannibalisme in de voedselketen met geruststellende woorden proberen te beheersen. Nu de prijs daarvan torenhoog lijkt, staan ze met hun mond vol tanden naar de lege schappen in de supermarkten te kijken.

Terwijl de BSE-chaos zich over Europa verspreidde en soms zelf in paniek uitmondde, werd er over de presidentsverkiezingen in de VS juist gelachen. Het woord `soap' lag in de mond bestorven. Ten onrechte. Want na vele bittere en gepolitiseerde juridische gevechten heeft de Amerikaanse democratie zichzelf toch niet verloochend. Door de strijd op te geven, heeft Gore uiteindelijk een essentie van democratische besluitvorming geformuleerd: in een democratie is het aan de teltafels niet de winnaar die de zege opeist, maar de verliezer die zijn nederlaag toegeeft. De voortdurende scepsis over de cruciale uitslag in Florida geeft niettemin te denken. Als het volk zich kan uitspreken, moet het instrumenten hebben. Verkiezingen zijn immers het hart van het openbare leven. En dat is in de VS niet het geval. Terwijl de economie bloeit, kwijnen de stembureaus in de armere wijken weg met uit de jaren vijftig daterende technologie.

...en stagnatie

GRAPPENMAKERIJ daarover in Nederland is uit den boze. Want ook in eigen land manifesteren zich tekenen van stagnatie. Zeker, voor het eerst sinds 1950 vertoont de rijksbegroting een overschot. Het poldermodel, de consensus tussen alle grote partijen, betaalt zich uit. Juist daarom is het zo pijnlijk dat de verhouding tussen private rijkdom en publieke armoede een immens probleem aan het worden is. Nagenoeg alle bestuurders willen iets doen aan de bekende trits onderwijs-zorg-veiligheid. De budgetten worden daarom verhoogd, in een poging onder meer de verhoudingen op de arbeidsmarkt enigszins te corrigeren. Maar hoe worden de middelen besteed? Steeds meer tekenen wijzen er op dat er een gat gaapt tussen het opstellen van de begroting en de uitvoering van het beoogde beleid. Kwantiteit en kwaliteit sporen niet.

De reden daarvoor is tweeërlei. Op de keper beschouwd zijn er onvoldoende ideeën om onderwijs of zorgsector te revitaliseren. En als er plannen zijn, dan raken die vaak verstopt in bureaucratische kanalen waar de ene hand niet weet wat de andere doet. Het aantrekken van handen-aan-het-bed uit verre landen is daarvan de pijnlijke apotheose. In Nederland lopen duizenden artsen en verpleegkundigen rond die gefrustreerd de pijp aan Maarten hebben gegeven omdat het verantwoordelijke ministerie alleen in kleine lettertjes kon denken. Nu het te laat is, moeten Poolse collega's uitkomst bieden.

Dat zijn lapmiddelen. Eerst moet de bureaucratie worden doorgespoten en dient het openbaar bestuur zijn oor buiten de eigen bolwerken te luisteren leggen. Want de door iedereen erkende opknapbeurt van het publieke domein is niet zozeer een kwestie van betalen als wel van denken.