Column

Roken

Veel dingen zijn slecht. Van Duitse biefstuk kan je de ziekte van Creutzfeldt Jakob krijgen en als je daarna met je GSM naar je neuroloog belt, heb je kans dat je er nog een hersentumor bij krijgt. Die tumor kan je binnenkort declareren bij Libertel en Ben. Net als je longkanker. Dan moet je echter niet bij je telefoonboer zijn, maar bij Philip Morris en zijn vriendjes. Zelf ben ik op het ogenblik met computerleverancier Compaq in gevecht over mijn muizenarm. Nergens in de bijsluiter staat dat je dat soort klachten kan krijgen. Mijn advocaat claimt voorlopig zes miljoen en we hopen op de helft.

Kilo's geleden ben ik gestopt met roken en ik mag zeggen dat ik stevig pafte. `Een weggooiaansteker per dag', riep ik ooit in een van mijn programma's en ik denk dat ik er toen niet ver naast zat. Ik heb het een jaar of vijftien volgehouden. Of ik daarna zo'n asbakloos type ben geworden? Nee hoor. Iedereen, die bij mij thuis komt, mag zich helemaal scheel roken. Ik vind het ook nog lekker ruiken. Of het me stoort dat ik op dat moment een meeroker ben? Natuurlijk niet! Mijn vrouw rookt, mijn dochter rookt, mijn beste vriend rookt en ik geef ze alle drie graag een vuurtje! Op mijn vele treinreizen ga ik nooit bewust Niet Roken zitten. Ben je gek. Ik ben sowieso al blij als ik in de trein een zitplaats heb. Mijn vrouw, dochter en vriend mogen bij geconstateerde longkanker alleen niet tegen mij zeuren. Maar misschien slepen ze mij nog voor het gerecht omdat ik ze ooit een vuurtje heb gegeven? Of dat ik aanleiding heb gegeven door die asbak op tafel. Mij verbaast niks meer. Door het roken sterven ook veel mensen op jonge leeftijd aan hart- en vaatziekten. Of dat de wachtlijst bij de cardioloog langer of korter maakt, weet ik eigenlijk niet.

Ik heb dus geen hekel aan roken, maar waar ik wel onbedaarlijk de pest aan heb is aan de Vereniging van Niet-Rokers. Je moet toch echt zwaar gestoord zijn wil je voor zo'n clubje tijd hebben. Wat zijn dat voor mensen? Een roedel Wassenaarse huisvrouwen met teveel vrije tijd? Ik las dat ze bij Madame Tussaud geprotesteerd hebben tegen het wassen beeld van Annie M.G. Schmidt. Waarom? Omdat Annie een sigaret in haar hand heeft. Annie geeft niet het goede voorbeeld! Wat is dat nou voor onzin. Annie rookte! En niet weinig. Ik kan me niet herinneren dat ik Annie M.G. ooit zonder sigaret heb gezien. Dampend ging zij door het leven en volgens mij is zij het bewijs dat roken helemaal niet slecht is. In elk geval niet voor je humeur. Tot op hoge leeftijd bleef zij hartstikke blij, schreef heel lang het ene leuke kinderboek na het andere, vrolijkte het land op met een aantal prachtige musicals en had eigenlijk alleen last van haar blindheid. En volgens mij word je van roken niet blind. Waar bemoeien die mensen zich mee? Annie rookte als een ketter, genoot er zichtbaar van en had helemaal nergens last van. Sterker nog: vooral aan het eind van haar leven, toen ze niet meer kon lezen, genoot ze dubbel van haar sigaretje! Als ik de sigarettenindustrie was, dan zou ik aan haar zoon Flip van Duyn vragen of ik Annie mocht gebruiken voor een wervende commercial. Doe als Annie. Rook! Steek de ene met de andere aan. Je wordt in elk geval geen humeurige zeurbejaarde!

Ik heb dankzij het niet-rokersclubje eindelijk weer eens een goed voornemen. Morgenavond om twaalf uur stoppen een paar honderdduizend mensen met roken en ik begin weer. De familie telt af en de vlam gaat in mijn Gauloise! Even duizelig, maar daarna weer helemaal terug. En ik zal zorgen dat ik nog beroemder word dan Annie en dat ik ook in het waxinemuseum kom. Onder één voorwaarde: dat ik tussen Annie M.G en Harry Mulisch in kom te staan. Annie met de peuk, ik met sigaar en Harry met die prachtige pijp! Ik ben dan volmaakt gelukkig. Met dank aan Annie en vooral aan dat clubje frisse luchtterroristen.