REINHARD KEISER

De tijd is de Duitse componist Reinhard Keiser (1674-1739) niet genadig geweest. Zijn naam geniet enige bekendheid door een abusievelijk aan hem toegeschreven Markus Passion, waaruit notenmateriaal werd geput voor latere reconstructies van de verloren Markus Passion van J.S. Bach. Maar een roemlozer soort roem lijkt nauwelijks denkbaar, en dat terwijl Keiser in 1740 nog `de grootste operacomponist ter wereld' werd genoemd. Wat ging er mis? Enerzijds was er niemand die na Keisers dood moeite deed zijn muziek onder de aandacht brengen. Anderzijds werd het esthetisch oordeel over Keisers oeuvre vertroebeld door zijn rokkenjagerreputatie. Keiser vestigde zich in 1697 in Hamburg en bleef daar tot zijn dood werken. Hij schreef er zestig opera's op veelal mythologische thema's, waarvan er twintig bewaard bleven.

Eén daarvan is de opera Croesus, waarvan onlangs een opname verscheen door de Akademie für Alte Musik Berlin onder leiding van René Jacobs. Met opzwepende orkestrale tussenspelen, fraaie duetten en aria's en een weldadige dosis scherts schetst Keiser het verhaal van Koning Croesus, zijn strijd met Koning Cyrus en de liefde tussen Prins Atis en Prinses Elmira. Jacobs realiseert met de Akademie twee doelen. Enerzijds geeft Croesus een indruk van het vergeten genre van de op Venetiaanse leest geschoeide, Duitse barokopera die tussen 1678 en 1738 in Hamburg floreerde. Anderzijds is Croesus gewoon een prachtopera, rijk aan de melodische vindingrijkheid waarom Keiser tijdens zijn leven werd geprezen, en die door Jacobs, koor, solisten en orkest zeer zorgvuldig en energiek wordt uitgevoerd.

Croesus van Reinhard Keiser door de Akademie für alte Musik Berlin o.l.v. René Jacobs m.m.v. Dorothea Röschman, Werner Güra, Roman Trekel, Johannes Mannov e.a. (Harmonia Mundi, HMC 901714.16)