Hollands Dagboek: Marcel Möring

Schrijver Marcel Möring (43) vierde deze week in zijn woonplaats Rotterdam Chanoeka. Hij werkt aan een nieuw boek, dat al aan het buitenland is verkocht, en maakt zich onderwijl zorgen over de plannen voor de Culturele Hoofdstad. Hij en zijn vrouw Hanneke hebben twee kinderen, Sam en Sophie.

Woensdag 20 december

Virussen zijn antisemieten. Begin deze maand zwaar verkouden geweest, toen een weekje beter, en nu alles tegelijk: verkouden, keelpijn, en mijn defecte oor loopt. De kno-poli van het Havenziekenhuis gebeld.

Een pagina geschreven en weer weggehaald, voor het raam gestaan en naar buiten gekeken. Deze singel is de Culturele As van de Culturele Hoofdstad. Dat betekent dat alles vernieuwd en hersteld is en er een enorme kade van rood baksteen is gekomen en twee nieuwe bruggen. Het doet nogal provinciaal aan. Dit had ook Zutphen kunnen zijn. Maar de beelden zijn mooi. Voor mijn huis staat een prachtige Joel Shapiro, die overdag zijdezacht glanst en 'savonds goud opgloeit.

In het Havenziekenhuis in de wachtkamer in Hermann Brochs Huguenau gelezen en daarna stevig aangepakt door de oorarts. Inderdaad een geperforeerd trommelvlies en ontsteking. Ik begin te begrijpen waarom ik me de afgelopen week zo beroerd voelde.

Thuisgekomen vlug door de voorraad levensmiddelen om tot de ontdekking te komen dat er niet veel meer is. Ik versnipper een gele en een rode paprika in de keukenmachine, zet een pan met olijfolie op het vuur, laat de paprikamoes uitlekken, gooi die in de pan, voeg knoflook, ansjovis en tonijn toe en begin aan de pasta.

Donderdag

Ik heb voor het eerst in lange tijd uitgeslapen. Om negen uur wakker. Hanneke brengt de kinderen naar school, waardoor ik, God zij geprezen, het traditionele Trapzingen mis. Elke jaar verzamelen de Montessorikindertjes zich in de week voor kerst in het trappenhuis van de school en zingen daar drie kwartier lang over Jezus en het ezeltje en de herdertjes bij nachte. Niks tegen de dominante cultuur die zich manifesteert, maar twee liedjes voldoen wat mij betreft ook. Het is toch geen christelijke school, verdomme.

Even langs bij Van Gennep om het programma van Rotterdam 2001 te halen, maar dat blijkt er nog niet te zijn. Men heeft distributieproblemen. Morgen zou het programma er zijn. Dat is wel vreemd, als het al een week geleden gepresenteerd is. Het verbaast me niet. Als iets het afgelopen jaar duidelijk werd, dan wel dat Rotterdam 2001 een communicatieprobleem heeft. Ik heb de afgelopen maanden, met de gretige nieuwsgierigheid die meer Rotterdammers moeten voelen, geprobeerd iets te weten te komen over 2001. Ik heb de website uitgeplozen (die een prijs van de vereniging voor digitale marteling verdient), ik heb mensen aangesproken die voor of met Rotterdam 2001 werken. Maar ik weet nog steeds niets. En ik zit dicht bij het vuur. Ik bedoel: ik kén mensen, ik wéét waar ik moet zoeken en wie ik moet vragen. We zijn tot nu toe steeds veroordeeld geweest tot conceptuele bespiegelingen over `een houding [die] haar identiteit lijkt te zoeken in het begrip beweging' en `verhevigde en versnelde processen van heterogenisering' en `centripetale krachten'. Wel bekend raakte de openingsact voor Rotterdam Culturele Hoofdstad: Mini en Maxi. Wat moet je zeggen van een stad die zichzelf cultureel definieert met een komisch programma voor demente VVD'ers? Paul de Leeuw is overigens cultureel ambassadeur van Rotterdam 2001. Jules Deelder heeft zich er al boos om gemaakt.

Tegen het einde van de middag belt Derek, mijn agent uit Londen. Mijn Engelse uitgever heeft geboden op Modelvliegen en de daaropvolgende roman. Begin januari verwacht Derek een contract. Als dat rond is, zijn mijn volgende twee boeken aan Amerika, Engeland en Duitsland verkocht. Nu hoef ik ze alleen nog maar te schrijven.

Het was al sinds Het Grote Verlangen zo dat de rechten op mijn boeken onmiddellijk na publicatie naar de grote landen werden verkocht. Nu worden ze verkocht, en soms geveild, vóór er een Nederlandse editie is verschenen. De Duitsers hebben inmiddels alles genomen wat nog beschikbaar was, de Amerikanen Modelvliegen en de aanstaande dikke roman en de Engelsen zullen dat ook doen. Daarna gaat mijn agent de kleinere landen doen. Het betekent niet alleen dat ik weet wat ik de komende jaren zal verdienen, maar ook dat het vertrouwen van mijn buitenlandse uitgevers zo groot is dat ze kopen wat nog niet bestaat. Het geeft mij het aangename gevoel dat er veel wordt verwacht.

Vrijdag

Lees tussen de middag op booksunlimited.co.uk een recensie van Michael Hofman over Craig Raine, zijn voormalige editor/ontdekker. Titel: `Raine, Raine, go away'. Het is een onplezierige afrekening, maar niet unfair. Craig Raine is een gruwelijk overschat dichter die inderdaad zo methodisch te werk gaat dat je je afvraagt of aan zijn poëzie nog wel mensenhanden te pas komen. Ik heb heel lang gedacht dat ik de enige was wiens wenkbrauwen vanzelf begonnen te fronsen bij het werk van Raine. Ik heb diezelfde ervaring trouwens bij het laatste boek van Ishiguro, dat ik een zeldzaam melodramatische draak vond, een staaltje stilistische aanstellerij.

Besteed twee uur aan het opsporen van chanoeka-kaarsen, zonder ze ergens te vinden. Koop uiteindelijk drie doosjes gruwelijk goudkleurige kerstboomkaarsjes die de goede maat voor de chanoekia hebben. Bij het invallen van de duisternis staan de twee kandelaars voor het raam. Sam weet het allemaal al, maar voor Sophie is het nieuw. Zij verheugt zich er vooral op dat ze zelf een kaars mag aansteken. Ik geef de zeer beknopte versie van het en-de-olie-raakte-niet-op verhaal. (Bij de herinwijding van de tempel, na een periode van oorlog en interne conflicten, was er nog maar één kruikje olie om het eeuwige licht mee te ontsteken, nauwelijks genoeg voor een dag, maar het licht brandde acht dagen en nachten, zolang als de wijding duurde.) Ik vind het nogal een zwijmelgeschiedenis, maar goed: de eerste kaarsen gaan aan.

Het programmaboek van Rotterdam 2001 is nog steeds niet uitgeleverd. Het wachten is nu op volgende week vrijdag. Ik geef het op.

Zaterdag

Met Leo, boekverkoper bij Donner, en Rob, architect, ga ik 'savonds eten in Parkzicht, een prachtig restaurant dat in het park onder de Euromast ligt en waar de beeldengroep in de fontein bedekt is met ijs. We drinken een kruidige Tokay Pinot Gris bij de paté van eendenlever en fazant en een mooie Saint Emilion grand cru bij de kalfslende. En we praten over oude Angelsaksische filosofie versus modieuze cryptische Fransen. Leo bekent dat hij vroeger een Slade-fan was, Rob behoorde bij de bluesjongens op school en ik geef toe dat ik soul was, zo eentje met een wijde roze fluwelen broek en overhemden met lange boordpunten.

Het eten is goed, de wijn is goed. We eindigen met sigaren – ik neem een Romeo y Julietta – en oude jenevers en calvados. Buiten ijzelt het lichtjes. Thuis nog een calvados met Hanneke. Uit het huis van de buren klinken Franse chansons uit de jaren zestig.

Zondag

Het sneeuwt. Sophie, die nog nooit sneeuw heeft gezien, rent het balkon op en steekt haar hand over de balustrade om vlokken te vangen.

's Avonds belt een fotograaf van het Rotterdams Dagblad aan om een foto te maken van het aansteken van de chanoeka-kaarsen. Ze doen drie feesten in één reportage – christelijk, islam en jodendom – en kregen bij het georganiseerde jodendom blijkbaar geen gehoor. Nu zijn ze bij ons gemengde en zeer ongeregelde gezin uitgekomen. Sam en Sophie poseren als de zoete brave kindertjes die ze alleen zijn in het gezelschap van andere mensen.

Eerste kerstdag

Voor het eerst in jaren hebben we echt kerstafspraken. Een jongere broer van mijn moeder is iets meer dan een week geleden gestorven en in een opwelling heb ik bedacht dat we nu naar Assen moeten. Hoe noordelijker we komen, hoe witter het wordt. Tot we de kerstkaart die Drenthe is binnenrijden. De velden zijn bedekt met sneeuw, de bomen in de verte zijn fijnbestoven en boven dit alles staat een helderblauwe vrieslucht. Iets na zessen keren we in het pikkedonker terug. De auto komt langzaam op temperatuur, de ijsbloemen verdwijnen van de ramen. Sam en Sophie doen een quiz. Ik vang de vraag op of de zon a) een ster is, b) een planeet, c) een meteoriet. Sophie heeft moeite met het juiste antwoord, maar gaat na een nogal geleerde verklaring van Sam overstag.

Tweede kerstdag

De tijd loopt als water door mijn vingers. Ik haat de kerstdagen.

Woensdag 27 december

Het sneeuwt. Het blijft sneeuwen. Het is In Babylon all over (dit is het ideale moment om dat boek in de voordelige Rainbow-editie te kopen).

Werk eindelijk weer goed door. Aan het einde van de middag blijk ik in een dag meer te hebben gedaan dan in de hele afgelopen week. Volgens mij je reinste gesublimeerde kerstfrustratie. Ik werk aan een dikke, ingewikkelde roman, die ik het afgelopen jaar terzijde heb moeten leggen om Modelvliegen te schrijven. Nu zit ik er weer helemaal in. Ik heb twee deuren in mijn werkkamer met schoolbordverf beschilderd en sta daar regelmatig als een verknipte wiskundige bewegingen en structuren op te schetsen. Mijn vriend Bert heeft een boekenwagentje voor mij getimmerd dat naast mijn werktafel staat en waarin zich knipsels, kaartjes en notitieboeken opstapelen. Nu moet ik niet meer ziek worden en elke dag braaf binnen blijven zitten en hard doorwerken. Ik wil niets liever. Ik moet me af en toe dwingen om te eten en te drinken.

Aan het begin van de avond nemen we Sam en Sophie mee naar buiten. We trekken ze op de slee langs de singel, tot aan Boijmans en dan weer terug. Het is een prachtige donkere avond en alles is lobbig wit. Boven de nieuwe schijnwerpers in de kade kringelen wolkjes waterdamp, hier en daar gooien jongens met sneeuwballen.

Tegen half tien komt Francisco van Jole. We rijden naar Parkzicht en zijgen neer in de fauteuils. Een ober brengt een ansichtkaart. Die is van Leo. Hij en zijn vrouw zitten boven met vrienden te eten. Francisco en ik praten over het boek dat hij aan het schrijven is en over het einde van de digitale revolutie. Ik rook een havana, drink Tsjechisch bier en ben tevreden over de dag. Ik denk de hele tijd aan mijn boek.

Op weg naar huis is Rotterdam stil en verlaten.