Het V-principe

In elk Nederlands woord staat ten minste één klinker en in elke zin tenminste één werkwoord. Klinkers klinken het duidelijkst, werkwoorden werken het hardst.

Wat in de twee kaders hieronder staat, is welbekend. Niemand zal uit het feit dat in de scheikunde de hoofdletter H waterstof betekent, terwijl die H op de automobielen naar Hongarije wijst, vergaande conclusies trekken. Maar de distibutie van V's in woorden en zinnen loopt wel degelijk opmerkelijk parallel. Het was taalkundigen niet opgevallen omdat die lui zich al vroeg specialiseren: De Maartens Koning in de woorden en de Noammen Chomsky in de zinnen.

Laat ik eens met u de opbouw nagaan van woorden van twee, drie en vier letters en van zinnen met evenveel woorden, die werkwoorden bezitten op de plekken waar de woorden klinkers hebben. De V's zal ik cursief zetten, zodat u gemakkelijk constateert dat hun positie in woord en in zin dezelfde is.

Voor woorden en zinnen van twee elementen zijn maar twee mogelijkheden.

LA: Leeuwen aten

AL: Aten leeuwen?

Nu drie elementen. Drie goede woorden zijn: LAS, SLA, en ALS. Wat minder geslaagd is SAL, en fout is LSA. Daarbij horen de drie juiste zinnen: Leeuwen aten schaapsvlees. Sommige leeuwen aten, Aten leeuwen schaapsvlees? Wat minder geslaagd is Schaapsvlees aten leeuwen, en fout is Leeuwen schaapsvlees aten.

Even een oplopend reeksje.

RA: Ratten aten.

RAK: Ratten aten kaas.

PRAK: Paarse ratten aten kaas.

SPRAK: Sommige paarse ratten aten kaas.

SPRAKE: Sommige paarse ratten hebben kaas gegeten.

SPRAKEN: Sommige paarse ratten aten kaas, ervoer Nicodemus.

SPREKEND: Sommige paarse ratten eten kaas, ervoer Nicodemus deemoedig.

SPREKENDERWIJS: Sommige paarse ratten eten kaas, ervoer Nicodemus; daarop ervoeren ratten: Wij ijlen stervensmoe.

Laat ik niet langer proberen om de woorden van de zin te doen beginnen met de letters van het corresponderende woord, het gaat immers alleen om de correspondentie tussen de werkwoorden in de zin en de klinkers in het woord. Treffend vond ik de volgende gevallen:

TROTS: Hoge bomen vangen veel wind.

SCHACHT-ARTS: Wie een kuil graaft voor een ander valt er zelf in.

PARDON: Ik val aan, wie volgt mij?

SCHEET: Wie niet weg is, is geroken.

Woorden en zinnen van vier elementen:

TREE: Twintig ratten hebben gegeten.

EERT: Gegeten hebben ratten trouwens.

RETE: Ratten hebben kaas gegeten.

TERE: Kaas hebben ratten gegeten.

ETRE: Hebben ratten gisteren gegeten?

REET: Ratten hebben gegeten trouwens.

TEER: Heerlijk gegeten hebben ratten.

En dus ook met lettergrepen en bijzinnen:

TRAPTREE: Twintig ratten aten peperduur, toen Rotterdam geplunderd werd.

RETEGOED: Ratten aten, tijgers aten; goed gesmikkeld hebben dieren.

TEERBEMIND: Heerlijk gegeten hebben ratten; muizen kotsten; er zat gif in!

KAASETER: Katten hebben geroepen: ratten, Eet! Toen aten ratten.

Het V-principe opent geheel nieuwe vergezichten in de bestudering van de Nederlandse literatuur.

Multatuli begint zijn Max Havelaar (1860) met de zin: `Ik ben makelaar in koffie en woon op de Lauriersgracht.' DICHTKUNST dus, daar gaat het eerste hoofdstuk over. We lezen:

Een meisje is een engel (CLOWN). Wie dit het eerst ontdekte heeft nooit zusters gehad (SCHMIERDE). Liefde is een zaligheid (VAST). Ik heb niets tegen verzen op-zich-zelf (WARMST). Wil men de woorden in `t gelid zetten, goed! (ARTSSCHIP). Maar zeg niets wat niet waar is (DICHTTE). `De lucht is guur en `t is vier uur' (BRANDKAST).

We hebben dus uit de zeven zinnen zeven woorden afgeleid: `Clown schmierde vast: Warmst ertsschip dichtte brandkast'. Die zeven uit de zinnen van Multatuli afgeleide woorden maken weer een zin met werkwoorden op de tweede en zesde plaats. Die zin laat zich wederom tot een woord reduceren , namelijk tot het woord DICHTEN. Beschouwen we tenslotte Dichten als een zin met als enige woord de gebiedende zin van het werkwoord Dichten, dan is de reductie daarvan het een-letterige: `O!'. Ik weet niet zeker of Multatuli dit bewust doorzag, maar het komt wel zeldzaam goed uit. Er ligt nog een rijk arbeidsveld voor ons open.