Het blanke beeld van Surinaamse slaven

Hoe diepgeworteld het blanke superioriteitsgevoel begin negentiende eeuw was, bewijst zelfs een opmerking van een overtuigd nastrever van gelijkberechtiging. A.F. Lammens, rechter in Paramaribo, loofde het artistieke werk van de autodidact Gerrit Schouten en concludeerde dat `dit alles bewijst dat de kleurling zeer vatbaar is, voor de ontwikkeling van menschelijke begaafdheden'.

Schouten (1779-1839) was de zoon van een Nederlandse ambtenaar en een vrije Surinaamse kleurlinge en heeft in de eerste decennia van de negentiende eeuw tekeningen en plastisch werk gemaakt van de Surinaamse flora en fauna, en van het volksleven in de kolonie. Ondanks de vooroordelen waartegen zijn beschermheer Lammens zich teweer stelde, genoot Schouten als kunstenaar een reputatie die voor kleurlingen destijds ongewoon positief was. Toch is zijn werk daarna snel in vergetelheid geraakt. Ter gelegenheid van het 25-jarig jubileum van de onafhankelijkheid van Suriname, toont Teylers Museum een ruime keuze uit zijn zo goed als onbekende werk.

In het Suriname van Schoutens tijd bestond nog de slavernij die daar pas in 1863 officieel en tien jaar later feitelijk zou worden afgeschaft. De tentoonstelling laat aan de hand van tekeningen en prenten van tijdgenoten iets zien van de opvattingen die daarover bestonden. Théodore Bray bijvoorbeeld, die in de jaren veertig en vijftig fortuin maakte in de kolonie, maakte een serie ingekleurde litho's van het landleven. Één ervan geeft een kijkje op het interieur van een suikerrietmolen, waar slaven aan het werk zijn, terwijl de blanke opziener er met de armen over elkaar bij staat.

Ook een serie tekeningen van Willem Winkels, vanaf 1839 `blankofficier' op een Surinaamse plantage, illustreert de verhoudingen, zoals in een blad waar een vadsige blanke planter zijn laarzen laat uittrekken door twee zwarte vrouwen. Winkels was een verklaard voorstander van emancipatie van (voormalige) slaven, maar meende dat – om wraakacties te voorkomen – onder hen eerst beschaving gebracht moest worden. Hoewel hij ook zichzelf en zijn landgenoten niet spaarde, tekende hij geëmancipeerde kleurlingen dan ook als aapachtig karikaturale figuren, die zich, in uniform en met lange pijpen in de mond, belangrijk voordoen.

De houterige stijl van Winkels contrasteert met die van een andere amateur, de Rotterdamse advocaat Arnold Borret (1848-1888). In fijne gekleurde tekeningetjes, bracht hij de verschillende bevolkingsgroepen van Suriname in beeld: Europeanen, Creolen en Indianen, maar ook nieuwe immigranten als Chinezen en Hindoestanen, die na de afschaffing van de slavernij als goedkope werkkrachten naar Suriname waren gekomen. Borrets tekeningen getuigen van een meer objectieve belangstelling, die ook het werk van Gerrit Schouten kenmerkt.

Van Schoutens hand is een serie te zien van prachtig gekleurde aquarellen die zeer gedetailleerd allerlei inheemse gewassen in beeld brengen. De botanie, waarvoor zulke tekeningen als hulpmiddelen dienden, was in die tijd een nog jonge wetenschap, net als de volkenkunde. Die komt om de hoek kijken in een aantal opvallende en onderhoudende werken van Schouten. In zogenaamde diorama's, kijkkasten die aan de voorkant open zijn, vormen uit papier geknede figuurtjes, huisjes en bootjes perspectivische gezichten. Grote diorama's geven een beeld van weidse plantages, steevast met een bevaren rivier op de voorgrond, waarachter het statige huis van de planter en de bedrijfsgebouwen.

Andere kijkkasten zijn rijker aan figuren en tonen bijvoorbeeld Indianendorpen, waarin het uiterlijk en de activiteiten van de bewoners gedetailleerd zijn weergegeven.

Een opvallende categorie vormen diorama's met slavenhutten. Daarin ontrollen zich dansfeesten, die in het sociale leven van de slaven een belangrijke functie moeten hebben gehad. Meestal heeft een van de slaven zich uitgedost in een uniform en draagt hij, hoewel dat normaal gesproken voor slaven verboden was, schoenen. Hij speelt de rol van de blanke overheerser die in de vertoningen duidelijk op de hak werd genomen. Kennelijk lieten de planters, voor wie Schoutens diorama's als souvenir bedoeld waren, zich deze bespotting welgevallen. In elk geval vonden de kijkkasten tot in Nederland waardering: in 1827 bestelde het Koninklijk Kabinet van Zeldzaamheden in Den Haag er twee, waarvoor Schouten een jaar later werd beloond met een medaille van koning Willem I. Maar rechter Lammens beklaagde zijn protégé, want in een publieke uitreiking van de koninklijke onderscheiding was niet voorzien, en hij schreef aan de koning: `hoe kan men nu weten (...) dat Zijne Majesteit niet bezit het vooroordeel (hier zo ongelukkig gevestigd) dat menschen van de kleur of zwarten, geen gelijke aanspraak zouden kunnen maken op de Koninglijke Protectie?'

Tentoonstelling: Een kijk op Suriname; tekeningen en kijkkasten van Gerrit Schouten (1779-1839). Teylers Museum, Spaarne 16, Haarlem. T/m 18/3. Open: di t/m vr 10-17, za-zo 12-17 uur, Nieuwjaarsdag gesloten. Inl. (023) 5319010.