Hengelen naar zeevis

Verdwenen vissoorten als stekelrog en ansjovis maken in de Nederlandse kustwateren een comeback. Of misschien zaten ze er al, maar zijn ze pas ontdekt nu er in de Eems-Dollard en in de Noordzee vis wordt geïnventariseerd.

Als er een monniksgier in ons land rondhangt, haalt dat alle kranten. Een broedgeval van de steltkluut, de aanwezigheid van het blafhert; geen zeldzame vogel of zoogdier blijft verborgen voor het oog van natuurvorsers. Natuurgebieden worden tot de laatste grasspriet geïnventariseerd en in heel Nederland zijn voortdurend vrijwilligers bezig met vogels tellen of paddestoelen in kaart brengen. Alleen over welke vis langs onze kust zwemt is nauwelijks iets bekend. De commercieel interessante soorten worden bijgehouden om vangstquota vast te stellen, maar slechts weinig vissers melden het als ze een zeldzaamheid in hun netten hebben. Bovendien kunnen dat toevalsvangsten van dwalende vissen zijn, die weinig zeggen over het regelmatig voorkomen van de soort. Alleen regelmatig genomen steekproeven in dezelfde wateren kunnen daarover iets verraden.

En dus is het Rijksinstituut voor Kust en Zee (RIKZ) sinds vorig jaar in opdracht van Rijkswaterstaat Noord-Nederland maandelijks met een garnalenvisser op de Eems en Dollard aan het vissen. Niet voor de handel, maar om erachter te komen welke soorten trekvis er hoeveel en wanneer voorkomen. Het gaat om vissoorten die tussen zout en zoet water migreren. Die kennis is nodig voor het ecologisch beheer van kustwateren en estuaria. Zalm en stekelbaars bijvoorbeeld proberen allebei landinwaarts te zwemmen om te paaien. Beide soorten hebben last van sluizen en gemalen en zouden baat kunnen hebben bij visapassages. Maar dan moet je wel weten waar ze het binnenwater op willen zwemmen. Stekelbaarsjes verdringen zich in wolken voor sommige sluizen. Het iets langer open laten van die sluizen, al was het maar op een kier, resulteert daar in een fikse immigratie van stekelbaars. Zalm is nog niet gesignaleerd in de Eems, maar wel ontdekten Zwanette Jager en haar collega-onderzoekers van het RIKZ dat de fint in de Eems voorkomt. Er zitten regelmatig jonge finten in het net. De fint is een zeldzame rode-lijstsoort. Jager vreesde dat er in Nederland geen levensvatbare populatie meer was omdat ze wegens vervuiling uit de Zeeuwse wateren zijn verdwenen en het IJsselmeer geen getijden meer kent. De fint paait in zoetwatergetijdegebieden in rivieren.

Ook de rivierprik is een rode-lijstsoort die tussen zoet en zout pendelt, en waarvan gevreesd werd dat ie in de Eems het uitsterven nabij was. Toch vangt het RIKZ er tientallen. Ze hebben een vervaarlijke zuigbek, waarmee ze zich vastzuigen aan andere vissen. Een nog vervaarlijker zuignap en een nog rodere lijst-status heeft de zeeprik, die zowat een meter lang kan worden. Ook zeeprikken worden regelmatig gevangen. Bijzonderder nog is de vangst van enkele ansjovisjes, ranke visjes van een centimeter of twaalf. Uit visserijgegevens blijkt dat er rond 1850 een bloeiende visserij op ansjovis in de Dollard was. De vis verdween en volgens Jager is dit de eerste vangst van ansjovis sinds twaalf jaar.

Het zeldzaamste wat de RIKZ-vissers tot dusver tussen de duizenden garnalen, spieringen, slakdolven in de netten aantroffen is waarschijnlijk een steur. Twee keer zelfs. De steur zwom ooit met velen de Nederlandse binnenwateren op, maar is al tientallen jaren uit onze wateren verdwenen. Het is nog te vroeg om over deze twee vangsten te juichen, want het zouden gekweekte vijvervarianten kunnen zijn, die door hun eigenaren in een rivier gegooid zijn. Eén ligt nog bij Hans Kleef van het RIKZ in de diepvries te wachten op DNA-fingerprinting, dat uitsluitsel moet geven.

Met diverse technieken gaan vis-onderzoekers de gangen van trekvis na. Bij grote vissen als zalm en zeeforel kun je transpondertjes implanteren, die een signaal uitzenden dat opgepikt wordt door draden op rivierbodems. Jager zou willen uitzoeken waar hoever de finten de Eems opzwemmen, maar fint is te klein voor zon relatief zware transponder. Misschien dat laseranalyse uitkomst kan brengen. Daarmee kun je uit de groeiringen van elke schub afleiden waar een vis geboren moet zijn en uit waar hij vervolgens heeft vertoefd.

Ook op de Noordzee wordt vis geïnventariseerd, door het Rijksinstituut voor Visserijonderzoek (RIVO). Dat leidde onlangs tot de ontdekking van ettelijke jonge stekelroggen. De stekelrog is een van beide roggensoorten die door Noordzeevissers regelmatig wordt gevangen. Rond 1900 was het de meest talrijke van de tien roggensoorten die in de zuidelijke Noordzee zwommen. Er werd gericht op stekelroggen gevist. Roggen zijn pas op relatief hoge leeftijd geslachtsrijp en krijgen weinig nakomelingen. Dat maakt ze kwetsbaar voor visserij. In 1941 constateerde het RIVO dat de stand flink was afgenomen. Tot in de jaren vijftig werden stekelroggen nog regelmatig voor de Nederlandse kust gevangen, maar daarna bleef het bij een incidentele vangst van een enkel exemplaar. De roggen verdwenen in de jaren vijftig en zestig uit de Waddenzee en uit de Zeeuwse Delta. Tot voor kort namen alle deskundigen aan dat de soort niet meer langs de Nederlandse kust voorkwam.

stekelroggen

RIVO-medewerkers Henk Heessen en Ronald Bol waren dan ook blij verrast toen ze een week meevoeren op een kotter en er voor de Zuid-Hollandse kust regelmatig stekelroggen gevangen werden. Het waren vissen van zestien tot twintig centimeter. Daaruit is af te leiden dat ze vorig jaar geboren zijn. Stekelroggen zijn niet bijster reislustig, zodat de gevangen exemplaren waarschijnlijk uit eieren zijn gekropen die op de Nederlandse kust zijn afgezet. Het is niet erg waarschijnlijk dat ze van de Engelse kust, het zwaartepunt van hun verspreidingsgebied, de Noordzee zijn overgestoken.

De aanwezigheid van stekelroggen kan het gevolg zijn van een minder intensieve visserij langs de kust, waardoor er minder roggen in visnetten verstrikt raakten en er meer prooivissen voor ze overbleven. Het kan echter ook zijn dat er al langer stekelroggen voor de kust zwommen, maar dat ze pas zijn opgemerkt sinds beide RIVO-medewerkers op visvangst gingen.

    • Koos Dijksterhuis