Fiscale tegenvallers

Het nieuwe belastingsysteem is bijna voor iedereen voordelig. Maar voor sommigen heeft het een lager besteedbaar inkomen tot gevolg.

Op 1 januari 2001 is het zover: het nieuwe belastingsysteem wordt van kracht. Bijna iedereen profiteert van de lastenverlichting. De tarieven dalen, de vermogensbelasting verdwijnt. In plaats van de belastingvrije sommen worden heffingskortingen op de af te dragen inkomstenbelasting ingevoerd. Verschillende aftrekposten verdwijnen, en de overgebleven posten kunnen tegen een lager tarief worden afgetrokken.

Het nieuwe systeem kent in tegenstelling tot het huidige drie boxen. In box 1 valt het inkomen uit tegenwoordige en vroegere arbeid en het inkomen uit het eigen huis dat tot hoofdverblijf dient. Het inkomen in box 1 wordt progressief belast tegen maximaal 52 procent. In box 2 wordt inkomen uit aanmerkelijk belang belast. In box 3 wordt het vermogen met een rendementsheffing van 1,2 procent van het gemiddelde vermogen belast. Tot het laatste moment is de Tweede Kamer druk bezig geweest met aanpassingen en verfijningen. Hoewel het nieuwe belastingsysteem gepresenteerd wordt als een financiële vooruitgang voor een ieder, zal voor een aantal mensen de nieuwe belastingwet tot een lager besteedbaar inkomen kunnen leiden.

Een hoog inkomen hebben, in combinatie met grote aftrekposten en veel beleggingsconstructies gericht op belastingbesparing, kan tot mogelijk minder besteedbaar inkomen leiden. Het gaat om belastingbetalers met bijvoorbeeld een hoge hypothecaire lening, een alimentatieverplichting, een dure lease-auto van de zaak en die hun vermogen in fiscaal gunstige constructies geparkeerd hebben.

Neem het voorbeeld van een gescheiden man met een inkomen waarbij alle aftrekposten samen nog juist in het huidige hoogste tarief van 60 procent vallen. De rente van de hypothecaire lening op zijn huis en zijn alimentatieverplichting blijven in box 1 aftrekbaar, maar tegen 52 procent in plaats van de huidige 60 procent. De bijtelling van het huurwaardeforfait in box 1, wordt verlaagd van 1,25 procent naar 0,8 procent van de WOZ-waarde (Wet Onroerende Zaken), echter wel op basis van

de veel hogere WOZ-waarde per 2001.

De lease auto van de zaak heeft een cataloguswaarde 70.000 gulden. De bijtelling in het nieuwe systeem wordt 25 procent in plaats van 20 procent. Hierdoor moet hij ondanks het lagere inkomstenbelastingtarief meer zelf betalen.

De algemene heffingskorting in box 1 (3.473 gulden) biedt hem minder voordeel dan de huidige belastingvrije som. De aftrek van het arbeidskostenforfait en de overige kosten aftrek in verband met het werk vervallen; daarvoor komt in de plaats de heffingskorting voor werkende mensen van maximaal 2.027 gulden; ook dit is in zijn geval ongunstig.

Op zijn vermogen van 100.000 gulden, grotendeels in IT-fondsen belegd, wordt geen dividend uitgekeerd. Het gemiddelde vermogen zelf (peildata 1 januari en 31 december van een jaar) wordt tegen 1,2 procent belast in box 3. In het huidige belastingsysteem is vanwege de vrijstelling van 200.000 gulden (250.000 gulden voor gehuwden) geen vermogensbelasting verschuldigd. Vanaf 2001 wordt het belegde vermogen, afgezien van de vrijstelling van 38.785 gulden belast. Deze man heeft onder het nieuwe systeem duizenden guldens minder te besteden. Het voordeel uit de lagere tarieven tot en met de derde schijf van de inkomstenbelasting weegt niet tegen de nadelen van de verminderde aftrek op.

Ook bijvoorbeeld een zeventigjarige weduwe, die naast de alleenstaanden-AOW en een weduwepensioen, samen ongeveer 65.000 gulden, haar inkomen aanvult met de rente van de spaarrekening, van het dividendfonds (een beleggingsfonds dat belegt in obligaties en spaarproducten en de rente aan de deelnemers als dividend uitkeert) en met aandelen die onbelast stockdividend uitkeren, kan minder te besteden krijgen.

Deze mevrouw woont in een huurhuis. In plaats van de belastingvrije som, krijgt zij de heffingskorting van 1.552 gulden in box 1 voor 65-plussers. Zij komt niet in aanmerking voor de extra heffingskorting voor ouderen, aangezien deze geldt voor inkomens tot 61.052 gulden. Zij maakt, binnen het huidige systeem, gebruik van de rente- en de dividendvrijstelling van elk 1.000 gulden en van de onbelaste uitkering in aandelen. Daarom is zij over haar huidige vermogensinkomsten geen belasting verschuldigd. In het nieuwe systeem betaalt zij ook geen belasting over de rente en het dividend, maar wel 1,2 procent, na de algemene vrijstelling, over het vermogen zelf in box 3. De afschaffing van de huidige vermogensbelasting biedt geen voordeel voor mevrouw, omdat het vermogen lager was dan de vrijstelling. Haar besteedbare inkomen vermindert in 2001, tenzij zij haar beleggingen zodanig wijzigt, dat zij minderr rente en dividend op haar vermogen verkrijgt. Daarbij komt nog de verhoging van de BTW per 1 januari 2001 van 17,5 naar 19 procent, waardoor de uitgaven duurder worden.

Ook mensen die een vakantiewoning of een huis voor studerende kinderen bezitten, kunnen nadeel ondervinden. Als het huis huur opbrengt, is deze onbelast in box 3. Anders dan bij het huis, dat tot hoofdverblijf dient, kan de rente van een eventuele lening niet langer afgetrokken worden. Dat geldt ook voor de onderhoudskosten van het tweede huis. De schuld van de lening kan slechts in mindering op het vermogen in box 3 gebracht worden, waardoor de heffing daalt.

Ouders, die hun huis aan de kinderen verkocht hebben en in het huis blijven wonen op basis van een recht op vruchtgebruik, hebben dit meestal gedaan om successierechten te besparen. Dit levert vanaf 2001, zowel de ouders als de kinderen nadeel op.

De kinderen zijn blooteigenaar. Het huis is voor de kinderen geen hoofdverblijf. Zij kunnen daardoor de hypotheekrente niet langer aftrekken; de schuld van de hypotheek kan wel in mindering gebracht worden op het vermogen in box 3. De waarde van de blote eigendom valt, onder aftrek van de schuld, onder de rendementsheffing in box 3. Voor de ouders valt de waarde van het vruchtgebruik onder de rendementsheffing.

Het hangt vooral van de persoonlijke situatie af of het nieuwe belastingsysteem voordelen biedt. Wie nu reeds weinig aftrekposten en geen op belastingbesparing gerichte beleggingsconstructies heeft, zal onder het nieuwe belastingsysteem de grootste voordelen genieten.

    • Marja Weeda