De oogst van 2000 is mager

Nu de laatste handelsboeken van het jaar 2000 zijn gesloten is voor veel beleggers het moment aangebroken om de balans op te maken van het eerste jaar van het derde millennium. Voor menigeen zal dat geen prettige exercitie zijn.

Toen de bel op het Damrak gisteren voor de laatste maal dit jaar klonk, stond de AEX-index, de graadmeter die de 24 grootste Nederlandse beursfondsen bevat, op 637,60 punten. Toen de beurs op 3 januari opende stond de index op 662,45 punten en bevatte hij nog 25 aandelen. In de tussentijd heeft de beursbarometer dus 3,75 procent van zijn waarde, en een van zijn contribuanten verloren. Dat was het Barneveldse automatiseringsbedrijf Baan. De voortdurende daling van dat aandeel werd in augustus beëindigd toen het Britse Invensys de voormalige beurslieveling overnam, en Baan dus van de beurs verdween.

Het was voor de eerste keer sinds 1991 dat de AEX-index het jaar op een lager niveau sloot dan waarop hij het jaar opende. In dat jaar verloor de index 24 procent van zijn waarde. De jaren daarna is het voor de Nederlandse aandelenmarkt eigenlijk alleen maar bergopwaarts gegaan. Zelfs in 1997 en 1998, toen de Aziëcrisis en de Russische roebelcrisis paniek zaaiden onder beleggers wereldwijd, zette de opmars van de AEX gestaag door. Daar is nu dus een einde aan gekomen.

Het verlies van de Nederlandse aandelen staat niet op zichzelf. Deze week publiceerde de Amerikaanse zakenbank Merrill Lynch een ranglijst van de rendementen van de indices van 38 toonaangevende aandelenbeurzen wereldwijd. Slechts zes graadmeters hebben zwarte cijfers geschreven: die van China spande de kroon met een stijging van 136,6 procent. Ook in Ierland, Zwitserland, Canada, Italië en Israël was de gemiddelde belegger aan het eind van het jaar beter af. De daling van 3,75 procent levert de AEX een elfde plek op de lijst op, tussen die van Zuid Afrika en van Tsjechië.

Het jaar begon hoopvol voor de Nederlandse beleggers. De eerste maanden waren het met name de aandelen uit de `nieuwe economie' die de kar trokken. Bij gebrek aan hightech- en technologiebedrijven richtte menige Nederlandse belegger zijn affectie op telecomaandelen. Bedrijven als kabelexploitant UPC, chipmachinefabrikant ASML en telecombedrijf Versatel zagen hun marktwaarde van dag tot dag oplopen.

De motor achter de populariteit van de Nederlandse technologieaandelen was de ongekende stijging van de Nasdaq, de Amerikaanse beurs die wordt gedomineerd door internetbedrijven, computermakers, softwareschrijvers en halfgeleiderproducenten. In navolging van het Amerikaanse voorbeeld staken Nederlandse beleggers hun geld massaal in telecom- en technologiebedrijven.

Op 10 maart bereikte de Nasdaq zijn hoogtepunt, en begon toen aan een vrije val van ongekende proporties. In tien maanden tijd ging de beurswaarde van de Amerikaanse technologiefondsen vijftig procent omlaag.

Een week later ging het eerste Nederlandse internetbedrijf met veel bombarie naar de beurs. Het verhaal van World Online is algemeen bekend, maar het is opvallend dat de beursintroductie van het eerste Nederlandse internetfonds samenviel met het einde van de technologiehausse wereldwijd.

In Nederland werden daar vooral de telecombedrijven het slachtoffer van. Zij voeren de ranglijst van de grootste dalers van het jaar dan ook overtuigend aan. Van de vijftig grootste Nederlandse fondsen deed alleen Getronics het nog slechter dan KPN, UPC, en Versatel. Saillant detail is dat de automatiseerder aan het begin van het jaar door veel analisten werd getipt. Randstad heeft de twijfelachtige eer de flop-vijf van het jaar te completeren. Het uitzendconcern verloor dit jaar meer dan tweederde van zijn waarde.

Een andere analistenfavoriet heeft zijn rol wel waar kunnen maken. Bank en verzekeraar ING sloot gisteren op 85,08 euro, 42 procent hoger dan waarop het het jaar begon. Onder de financiële hoofdfondsen was ING de uitzondering. Fortis, ABN Amro en Aegon moesten alledrie terrein prijsgeven.

De winnaars van het jaar zijn vooral te vinden onder de traditionele bedrijven. Degenen die hun geld in fondsen als Heineken, Unilever, Numico, en Elsevier hebben gestoken kunnen tevreden terugkijken.

Onder de vijftig grootste beursfondsen was handelshuis Buhrmann de grootste klimmer, op de voet gevolgd door hoekmansbedrijf Van der Moolen. Beide aandelen behaalden een koerswinst van iets meer dan 90 procent. Nutreco, kweker van vis en producent van diervoeder, klom over het jaar met zo'n 85 procent. Verzekeraar ASR zag zijn koers omhoogschieten toen bleek dat Fortis het bedrijf over wilde nemen. Voedingsmiddelenfabrikant Numico was met 45 procent de op vijf na grootste stijger.De voormalige buskruitfabriek KNSF, een klein fonds dat inmiddels als beleggingsmaatschappij door het leven gaat, was de absolute jaarwinnaar. In oktober bood participatiemaatschappij GIF 30 euro per aandeel, en dat was liefst 156 procent hoger dan de slotkoers van KNSF aan het eind van vorig jaar.