`De hemel is een oceaan vol eeuwig stromend water'

Ook al gaan er steeds minder mensen naar de kerk, het geloof in het hiernamaals groeit. Hoe ziet het leven na de dood eruit? Vandaag als eerste in een serie gesprekken hindoepriester Pandit Shriemisier: `Het kan best dat ik een Afrikaan geweest ben. Of een blanke.'

Soms denk ik aan een groot warm vuur. Maar het zou ook kunnen zijn dat het Nirwana, de hemel, een prachtig landschap is, een altijd bloeiende tuin vol vruchtbomen.

,,Persoonlijk denk ik dat niet.

,,Ik persoonlijk zie een grote oceaan voor me met water dat altijd in beweging is, continu stromend water. Als ik dood ben zal mijn geest, mijn ziel, als hindoe spreek ik liever van mijn atman, zal mijn atman in die oceaan uitstromen als was het een druppel, als was het een glas water dat leeg wordt gegoten in zee.

,,Mijn atman zal niet meteen na mijn dood die oceaan bereiken. Ik denk dat hij daar wat tijd voor nodig heeft. Ik vermoed dat hij nog een tijdje aan mijn kinderen, aan mijn familie gebonden zal blijven. Een jaar misschien, niet veel langer. Misschien maar negen maanden. Het is een lange reis naar de oerbron.

,,Ik zie een brede weg voor me, goed geplaveid, met bomen aan weerszijden. Hoe verder mijn atman op die weg vordert, des te minder talrijk zullen zijn tranen worden en des te talrijker de glimlachen. Misschien moet hij die weg te voet afleggen, misschien zal hij eroverheen zweven. Ik persoonlijk denk eerder aan zweven.

,,Als hij daarginds is aangekomen en als hij zich uitgestort heeft in het stromende water, dan zal hem een groot gevoel van voldaanheid overvallen, zoiets als wanneer je van een lange reis terugkomt in je eigen huis, in het huis waar je je thuisvoelt, in je eigen nest, in je eigen omgeving te midden van je eigen vertrouwde mensen.

,,Ieders atman is van de vroegste tijden af op reis. Die van u, die van mij, die van alle mensen. Ieders atman hoopt ooit terug te vloeien in de oerbron die hem heeft voortgebracht.

,,Mijn atman heeft tijdens zijn reis ik weet niet hoeveel stoffelijke omhulsels aangenomen. Misschien wel honderd. Misschien meer dan duizend. Ik weet het niet, ontelbaar vele.

,,Heel persoonlijk ben ik ervan overtuigd dat dit lichaam, mijn lichaam, het lichaam dat mijn atman nu bewoont, zijn laatste omhulsel zal zijn. Ik probeer het goed te doen in dit leven, ik ga optimaal om met mijn omhulsel. Ik ga er vanuit dat ik na dit omhulsel opgenomen word in de oerbron, in het Nirwana, en dat mijn atman hierna niet meer terugkomt in een ander lichaam.

,,Het kan natuurlijk zijn dat mijn atman na mijn dood nog niet klaar is. Dat denk ik persoonlijk niet, maar het kan. In dat geval zal hij op zoek gaan naar een nieuw lichaam, een nieuw omhulsel dat hem de gelegenheid geeft om zich verder te ontwikkelen.

,,Dan zal mijn atman, na mijn dood, eerst een tijd gaan dwalen. Hij zal bedroefd zijn om het verlies van zijn verwanten, maar die droefheid zal afnemen en na verloop van tijd verdwijnen. Na verloop van hoeveel tijd, dat kan ik niet zeggen. Enige tijd, vermoed ik.

,,Toen mijn vader stierf heb ik als zijn zoon de Almachtige gesmeekt om hem in de oerbron op te nemen. Het hoeft niet zo te zijn dat mijn verzoek verhoord is. Daarom heb ik er, precies als een advocaat, subsidiair bijgezegd, nou goed dan, als het allerhoogste niet bereikt wordt, dan verzoek ik U, Almachtige, om hem een goed nieuw omhulsel te geven in een beetje prettige setting. Zodat hij een gezin kan stichten en een zoon krijgt die na zijn volgende dood hetzelfde verzoek doet. Misschien wordt dat dan wel verhoord.'

Met mijn vorige omhulsels houd ik mij niet erg bezig. Men heeft mij verteld dat mijn familie afstamt van een aartsvader die Gauman Rishie heet. En dat die stamvader bij de creatie van de wereld om het zo te zeggen ook gecreëerd is.

,,Hoe lang geleden die aartsvader geleefd heeft kan ik niet zeggen, dat is moeilijk aan te geven. Duizend jaar geleden? Tweeduizend jaar geleden? Het doet er niet toe. Belangrijk is het te weten dat hij bestaan heeft, in een grijs verleden.

,,Ik heb wel een voorstelling van aartsvader Gauman. Ik heb mijn vader gekend en mijn grootvader, en van mijn grootvader werd verteld dat hij sprekend leek op zijn overgrootvader. Dus zo zal aartsvader Gauman er ook wel uitgezien hebben. Klein van gestalte, doordringende ogen, iemand die scherp kon waarnemen.

,,Het hoeft niet zo te zijn dat mijn vorige omhulsels in India geleefd hebben waar mijn grootvader vandaan komt of in Suriname waar ik zelf ben geboren. Het kan best dat ik een Afrikaan geweest ben. Of een blanke.

,,Ik neem wel aan dat mijn vorige omhulsel ook een menselijk omhulsel was en dat al mijn voorvorige omhulsels menselijk waren. Ik heb moeite met de redenering dat we een evolutie mee zouden maken en dat we afkomstig zouden zijn uit het dierenrijk en nog weer eerder uit het plantenrijk. En dat we daar ook weer heen terug zouden kunnen keren.

,,Het feit dat ik nu pandit ben, hindoepriester, ja, dat feit zegt wel iets over mijn vorige omhulsels. Het moet zo zijn dat ik in mijn vorige omhulsel naar dit omhulsel onderweg was, en dat ik in dit omhulsel mijn weg heb voortgezet naar mijn priesterlijke staat. Nee, niet als beloning, net zo min als het een straf is wanneer iemand in mindere omstandigheden wordt herboren. Het is gewoon een kwestie van oorzaak en gevolg. Men plant een boom, men krijgt een appel.

,,Ik ga er niet vanuit dat je in een nieuw omhulsel weer op een nulpunt begint. Alles wat je gedaan hebt met je eerdere omhulsels, dat blijft bestaan, dat neem je als het ware allemaal mee naar je volgende levens.'

Als ik sterf ga ik er vanuit dat mijn vader en mijn grootvader mij komen halen. Niet mij als de persoon die ik nu ben, niet mijn lichamelijk omhulsel, maar mijn ziel, mijn atman. Die neemt dan de gedaante aan van de lucht, de vorm van de wind. Voor het menselijk oog is hij dan niet meer waarneembaar. Van zijn kant kan de atman ons wel zien. Hij heeft geen fysieke consistentie meer, maar hij heeft wel bewustzijn. Hij neemt alles waar.

,,Pas geleden is mijn schoonvader gestorven. Ik ben er zeker van dat zijn atman dit gesprek volgt en niet alleen dit gesprek, ook alle handelingen die wij verrichten voor zijn zielenrust. Die neemt de atman waar, die volgt hij en daar kan hij zijn goedkeuring aan hechten of eventueel zijn afkeuring. Hij kan die ook kenbaar maken. In dromen kan hij vertellen of hij tevreden is. Niet met zoveel woorden, maar wel zo dat je conclusies trekken kan. Mijn moeder vertelde me dat mijn vader na zijn dood in een droom aan haar verschenen is en dat hij gezegd heeft dat hij geen haast heeft, dat hij rustig wacht tot zij ook komt.

,,Ook als mijn atman straks in de oceaan zal zijn uitgestroomd, dan nog geloof ik dat hij een eigen bewustzijn heeft, een individuele existentie. En dat hij contact blijft onderhouden met mijn verwanten op aarde. Het is denkbaar dat de atman zich dan toch weer in een fysieke gedaante kan manifesteren. Maar ik denk niet dat mijn kracht daarvoor toereikend zijn zal.

,,Ik weet niet of ik mijn vader en moeder in het Nirwana zal aantreffen, want ik weet niet of zij daar al zijn. Het kan wezen dat ze nog op zoek zijn naar een nieuw omhulsel of dat ze dat al gevonden hebben. Maar ik weet wel: als ze daar zijn en ik ben daar ook, dan zal ik naar ze op zoek gaan. En dan zal ik ze vinden ook.

,,Rust. Welbehagen. Harmonie. Ik denk dat het daarom gaat in het Nirwana, als mijn atman teruggevloeid is naar de bron die hem geschapen heeft. Ik geloof niet in fysieke genoegens, integendeel. Zolang ik nog in de ban ben van fysieke genoegens keer ik terug in een ander omhulsel.

,,U moet het zo zien: de elementen waaruit het omhulsel opgebouwd is moeten teruggebracht worden naar hun bron, zodat de atman helemaal vrij komt van het lichaam. De nabestaanden hebben dus de plicht om zo snel mogelijk van het stoffelijk omhulsel afstand te nemen. In dat proces is verbranding het snelste. Als je het lichaam begraaft, kan het wel vijftien jaar duren voor het zover is. Daar heeft de atman alleen maar hinder van.

,,Nee, ik heb geen angst om dood te gaan. Ik zeg u, ik ga er vanuit dat ik niet meer terugkeer in een ander lichaam. Ik heb nog wel enkele verplichtingen hier.

,,Ik ben de vader van twee dochters, op mij rust de verplichting alles te doen opdat zij volledig zelfstandig kunnen worden. Ze zijn nu zeventien en dertien jaar. Als het zover is dat ze volledig zelfstandig zijn, dan heb ik mijn taak hier volbracht. En dan ga ik. Zonder angst en met plezier.