De groeten

Het verloop van de vorige eeuw valt in haar wezen vast te leggen in een reeks van begroetingen. Zoiets heb ik een poosje geleden geschreven. Of gebaren? In ieder geval in een communicatie met de rechterhand. Het is begonnen met de gebalde vuist van de communisten. De gebalde vuist is van oorsprong een gebaar waarmee de vijand wordt begroet. Dat hoeft niet te worden uitgelegd. Dankzij Karl Marx leerde het proletariaat zijn gemeenschappelijke vijand kennen. Die werd door het collectief van arbeiders, boeren en soldaten met gebalde vuist begroet. Zo werd de gebalde vuist tot herkenningsgebaar van degenen die het met elkaar eens waren. Ook als er geen kapitalist te zien was, begroetten de proletariërs elkaar met gebalde vuist. De rechterhand in deze toestand kreeg zo een dubbele functie, en hoewel het communisme als macht is verslagen, herkennen degenen die weten wat het heeft betekend elkaar aan de geheven rechtervuist.

Toen kwam Hitler en met hem de heilsgroet: rechterarm gestrekt geheven. Als je niets van de geschiedenis wist en je kwam iemand tegen die zijn arm tegen je strekte, zou je denken dat dit een als origineel bedoelde manier van `hallo zeggen' was. Maar iedereen weet beter.

De Duitsers werden verslagen. Churchill introduceerde het V-teken, de wijsvinger en de middelvinger van de rechterhand gespreid opgestoken. Al vlug maakte iedereen die wilde laten weten dat hij een strijd had gewonnen, het V-teken.

Strijd verloopt vaak niet zonder schade. Was je er heelhuids uit tevoorschijn gekomen, dan stak je je duim op. Het gebaar verbreidde zich. Je ziet een goede kennis aan de overkant van de straat, maar niet zo goed dat je oversteekt. Je tilt je kin op, waarmee je wilt zeggen: `En? Hoe gaat het?' Hij steekt zijn duim op, en maakt op zijn beurt het `hoe-gaat-het-gebaar'. Nu steek jij je duim op. Autocoureurs steken hun duim op als ze de wedstrijd hebben gewonnen. In dat geval heeft het gebaar dus twee betekenissen.

Intussen was er meer verkeer op de weg gekomen. Sommige weggebruikers die door andere weggebruikers per ongeluk of expres werden dwars gezeten, tikten met hun vinger op hun voorhoofd. De aldus aangebaarden reageerden op dezelfde manier. Dit gebaar werd zo vaak gemaakt dat het door inflatie werd aangetast. Er moest iets krachtigers komen. Dat werd de opgestoken middelvinger, die meer beledigingskracht heeft dan de wijsvinger tegen het voorhoofd.

Tot zover dit bekorte overzicht van de vorige eeuw. Nog eens: vuist, geheven arm, wijs- en middelvinger in V-stand, opgestoken duim, wijsvinger tegen voorhoofd, opgestoken middelvinger. Aanhangers van de individualiseringstheorie zullen het als een bewijs van hun gelijk opvatten.

Aan het begin van deze eeuw zien we een nieuw gebaar snel aan populariteit winnen. De rechterhand horizontaal geheven tot even boven de linkerschouder en dan met een ruk naar rechts bewogen. `Ik snij je de strot af.' Het eerst zag ik het op het filmpje van de Servische televisie, als een van de `Belgrado Vier' onder dwang van de Servische politie demonstreert wat ze van plan waren met Miloševic te doen. Telkens als deze Vier weer in het nieuws waren, werd op de Nederlandse televisie dit filmpje vertoond. Hoeveel keer is dat geweest? Tien? Twintig? Ik heb het niet geteld.

Wel weet ik dat met dit gebaar/deze begroeting een gat in de markt werd getroffen. Het was begin september. Ik stak bij groen licht voor de voetgangers over op een zebrapad. Ik weet wel dat dit een provocatie is, maar ik was in een goeie bui; misschien zelfs beter dan dat, overmoedig, en ik had wel zin om een beetje te provoceren. Of noem het survivallen.

Daar wilde een auto – ik zal het merk niet noemen – rechtsaf slaan. Dat zag ik. En ik dacht: rij me maar in het asfalt! Dan zullen we nog wel eens zien wie hier op het zebrapad bij groen licht de baas is! Hé! We zullen nog wel eens zien wie zich hier het best kan individualiseren. Ik dus, want hij remde voor hij de achterkant van mijn schoenen had geraakt. Het zou me benieuwen wat hij ging zeggen. Ik keek vol verwachting.

Hij zei niets. Hij maakte het nieuwe gebaar.

Natuurlijk ga je er na zo'n ervaring op letten. Dan zie je het vanzelf. Het is nog niet algemeen ingeburgerd; het is nog van de avant-garde. Voetballiefhebbers, vanzelfsprekend. Late stappers. Weggebruikers. Bezoekers van televisiestudio's. Langzaam verspreidt het zich verder over de samenleving, als de lading van een gestrande supertanker. Als u meetelt, als u ook maar enigszins geïndividualiseerd bent, zal het ook u overkomen. Beschouw het als een blijk van erkenning, een bewijs van uw Dasein. Of hyper-zijn.

Ik wens u een gelukkig Nieuwjaar.