Vooruitzien in verwondering

Gerrit Korthals Altes was vanaf het begin zakelijk leider van Toneelgroep Amsterdam en maakte het gezelschap mee in voor- en tegenspoed. Overmorgen gaat hij met pensioen.

Slechts tweemaal stond Gerrit Korthals Altes zelf op het toneel. De scheidend zakelijk leider van Toneelgroep Amsterdam (TGA) figureerde als student bij de Nederlandse Comedie en in 1990 speelde hij bij TGA in Lady Windermere's Fan. Korthals Altes: ,,Gerardjan Rijnders regisseerde en hij wilde een podium vol figuranten hebben. Die allemaal in te huren, vond ik te duur. Dus opperde Gerardjan om alle mensen van het gezelschap in te zetten. Zo stond het ondersteunende personeel voor één keer voor het doek. Ik speelde een Schotse edelman, en droeg een rokje met zo'n stoffer en blik ervoor.

,,Tijdens het figureren heb ik letterlijk aan den lijve ondervonden hoe belangrijk alle krachten achter het toneel zijn. Als acteur trek je je sokken uit en hang je je overhemd op een knaapje, en de volgende dag hangt alles er weer, gewassen en gestreken. Dat dat soort dingen goed geregeld zijn is ook essentieel voor goed theater.''

Overmorgen gaat Korthals Altes (61) met vervroegd pensioen. Nu mededirecteur Gerardjan Rijnders terugtreedt als artistiek leider, om plaats te maken voor Ivo van Hove, vindt hij dat een goede gelegenheid om ook te stoppen. Vierendertig jaar lang was hij zakelijk leider van respectievelijk Toneelgroep Theater uit Arnhem, het Publiekstheater in Amsterdam, en TGA, waarvan hij medeoprichter was. Daarnaast vervulde hij vele bestuursfuncties in de toneelwereld, en bezorgde hij de verzamelde werken van toneelcritici Hans Gomperts en Jac Heijer.

Hoe word je zakelijk leider van een toneelgroep?

,,Tijdens mijn rechtenstudie in de jaren zestig organiseerde ik altijd het studententoneel. Daarvan kende ik regisseur Hans Croiset die me vroeg om als zakelijk leider mee te gaan naar Toneelgroep Theater in Arnhem. Ik was altijd aan het organiseren, ik heb als gymnasiast de schoolschaatsdag op het Olympiaplein georganiseerd, en ik was gek op theater, dat was toen blijkbaar genoeg. Ik heb nog wel een cursus boekhouden gedaan bij Schroevers.''

Wat doet een zakelijk leider precies?

,,Het is een voorwaarde-scheppende bezigheid. Ik zorg ervoor dat er geld, materiaal en mensen zijn die de artistieke leider nodig heeft om toneel te maken. Iedere morgen begin ik met de post, die ik zelf rondbreng, zodat ik iedereen even spreek en weet wat er gebeurt. Het is vooral veel praten. Verder moet ik in de gaten houden hoe het geld wordt uitgegeven, en dat de zalen vol zitten. We zijn weliswaar een gesubsidieerd gezelschap, maar we moeten wel uitkomen met het geld. Omdat we zoveel mensen in vaste dienst hebben, gaat driekwart op aan personeelskosten. Het voordeel is wel dat we weinig hoeven uit te besteden. We hebben zelf onze ateliers voor kleding, kapwerk en decors.''

U was in 1987 medeoprichter van TGA, het grootste gezelschap van het land, ontstaan uit een fusie van Centrum en het Publiekstheater. Beschouwt u dat als het hoogtepunt van uw loopbaan?

,,Iets opbouwen is altijd het mooiste, dus zowel mijn begintijd in Arnhem, het begin van het Publiekstheater, als de eerste jaren van TGA vond ik het leukste. Het oprichten van TGA, het aanvragen van de subsidie, was ongekend snel geregeld. Iedereen vond het een goed idee. We kregen on-Hollands veel geld, zodat we naast de acteurs van de fusiepartners veel mensen konden aantrekken, en we meteen een groot tableau hadden. Het tableau-idee was toen enigszins uit de mode, het werd als stram en conservatief beschouwd. Wij hebben dat weer teruggebracht. Als je met een vaste groep werkt, in plaats van krachten per productie in te huren, hou je veel beter een constante kwaliteit. De spelers vormen een hechte familie waarin ze aan een half woord genoeg hebben. Voor nieuwkomers is het wel lastig om door te dringen tot die specifieke TGA-cultuur.

,,Na die opbouwperiode hebben we een rottijd gehad waarin iedereen over ons heen viel. We konden niets goeds meer doen, we hadden een conflict met de Stadsschouwburg, waarna we met een deel van de voorstellingen naar het Transformatorhuis op het Westergasfabriekterrein zijn vertrokken. Die rottijd had ook een voordeel: de groep werd hechter, met als bindend gevoel: wij samen tegen de buitenwereld, we zullen ze eens wat laten zien.''

Hoe verhoudt zich de artistiek leider tot de zakelijke leiding? Had Gerardjan Rijnders allerlei wilde plannen die u moest temperen? Wilde hij moeilijke montagestukken voor lege zalen maken, en probeerde u dan een publiekstrekker van Shakespeare erdoor te drukken?

,,Zo gaat dat niet, Rijnders heeft ook een goede neus voor waar publiek voor is. We proberen wel altijd een publiekstrekker naast een moeilijker stuk te programmeren, maar soms is er toch geen peil op te trekken. Over het algemeen trekken we voldoende mensen; ook voor de montagestukken van Rijnders, die een geheel eigen publiek hebben, vooral in Amsterdam. Alleen in de kleinere steden is het lastiger om de zalen vol te krijgen, omdat je daarbij nogal afhankelijk bent van de plaatselijke schouwburgdirecteur. Dat kost veel geld en moeite.''

Vierendertig jaar zakelijk leiderschap is opmerkelijk lang, zeker gezien de grote veranderingen die het theater heeft doorgemaakt. Ook zeker gezien de grote ego's van artistieke leiders naast wie u zich moest zien te handhaven. Hoe blijf je zolang zakelijk leider?

,,Je moet flexibel zijn, een groot incasseringsvermogen hebben, maar je moet vooral naïef zijn. Je moet iedere dag weer opnieuw verwonderd naar de toneelwereld kunnen kijken. Dat heeft mij in ieder geval fris gehouden.''

De nieuwe baas, Ivo van Hove, schaft uw baan af. Als algemeen directeur doet hij zowel de artistieke als de zakelijke leiding, omdat hij de scheiding tussen die twee ouderwets vindt. Beschouwt u het als een belediging dat hij uw baan als een soort bijbaantje erbij gaat doen?

,,Dat is niet zo. Van Hove reorganiseert het gezelschap waardoor drie verschillende mensen het werk gaan doen dat ik voornamelijk in mijn eentje deed, het heet alleen geen zakelijk leiderschap meer. Gerardjan Rijnders had geen zin in al die zakelijke rompslomp, daarom had hij mij. Van Hove is iemand die buitengewoon hard en efficiënt werkt, zonder dat de zakelijke- en artistieke prestaties elkaar in de weg zitten. Dus ik denk dat hij een van de weinigen is die dit aankan.''