Viermaal geknoopte struisvogelveren

De laatste jaren van zijn leven was Isaac Israëls vrijwel dagelijks te vinden in theater L' Scala in Den Haag. Niemand sloeg veel acht op hem, vertellen Louis Bouwmeester jr. en zijn vrouw.

,,Dat is Buziau'', zegt Louis Bouwmeester, ,,geen twijfel mogelijk. Die magere kop met die grote oren, dat geplakte haar.'' Hij heeft zijn schort afgedaan, de lunchdrukte is net voorbij.

,,Buziau speelde toch geen piano?'' meent zijn vrouw Ank verwonderd. Samen bestuderen ze afbeeldingen van het werk van Isaac Israëls die liggen uitgespreid over twee tafeltjes in hun etablissement in de bollenstreek. Zachtjes op de achtergrond klinkt jazz, een aandenken aan de jazzclub die ze in Scheveningen hadden.

,,Absoluut geen noot! De vleugel was geprepareerd. Kijk maar, er zaten hele dikke poten onder. Op een gegeven moment zakte hij in elkaar. Dat was de act.''

Israëls heeft de pointe van de doorgezakte vleugel, een van de vooroorlogse succesnummers van de komiek Johan Buziau (1877-1958), op de schets niet weggegeven. Misschien was het hem daar ook niet om te doen. Het verhaal gaat dat hij als enige in het publiek van het Théâtre Variété L' Scala in Den Haag nooit lachte om de ster van de Bouwmeester Revues. Blijkbaar concentreerde hij zich op de schetsen en tekeningen die hij vanuit de fin-de-siècle zaal maakte, liet hij zich niet van zijn apropos brengen door kolderieke vertoningen op toneel.

Het was in de laatste vijf, zes jaren van zijn leven dat Isaac Israëls (1865-1934) het theater aan de Wagenstraat frequenteerde, toen de copieuze revues van Louis Bouwmeester jr. volle zalen trokken. Sketches, liedjes, dansnummers en weelderige tableaus, aaneengeregen door een niet al te strakke rode draad, steevast eindigend in imposante finales. De zoon van de om zijn Shylock-vertolking nog immer legendarische acteur Louis Bouwmeester regisseerde de spektakels zelf.

`Wonder boven wonder', `Turf in je ransel!', `Champagne', `Wat doe je in de kou!', elk jaar een nieuwe, pakkende titel die, zegt kleinzoon Louis `Louk' Bouwmeester, ,,de lading nauwelijks dekte, maar dat deed er kennelijk niet toe. De revues gingen, matinees meegerekend, acht keer per week. Sommige voorstellingen duurden eindeloos, van acht tot na elven. Oma zei wel eens: `Voor f1,50 mogen ze dit allemaal zien?!' Scala zat driehonderd dagen per jaar vol, er konden 1.500 mensen in. Reken maar uit. Het was een puissant rijke familie.''

Het moet de oprichter van de Bouwmeester Revue zelf zijn geweest die Israëls toestond in zijn theater te werken. Hij was door een jongere collega voorgesteld aan de geslaagde theater- en zakenman, wiens briefhoofd `driekwart van het postpapier' bestreek. Het echtpaar Bouwmeester vult elkaar aan: ,,Tivoli Rotterdam, Princessentheater, Paleis voor Volksvlijt, Scala, Flora, operettegezelschap De Haghezangers, platenmaatschappij Scalarecords, Bouwmeester Revue. Talloze ondernemingen bestierde hij.''

Na zijn plotselinge dood in november 1931 nam zijn weduwe Louise Bouwmeester-Sandbergen, die tot dan toe het kostuumatelier aanvoerde, de artistieke leiding van de Revue over.

Hoekplaats

In de programmaboekjes die Louk Bouwmeester van huis heeft meegenomen, staan telkens meer dan dertig `tafereelen' van de Revue aangeprezen, compleet met de `zangteksten van Piet Muijselaar'. Buziau's piano-sketch `Offenbach' komt uit de revue `Dat's goed bekeken!' van 1933.

De uitsnede van deze en andere toneelscènes geeft aan dat Israëls meestal op een hoekplaats rechts van het brede middenpad zat, niet verder dan de achtste rij parterre.

Louk Bouwmeester, telg uit de beroemde theaterfamilie, geboren in de zomer van 1939 (,,op de dag dat Lou Bandy met zijn show `Wij in Holland' in Scala stond''), groeide praktisch op in het theater, waar nu de Bijenkorf staat. Als hij op een blocnotevel met snelle lijnen de plattegrond reconstrueert, af en toe aarzelend bij een lastige hoek in het labyrint van corridors en foyers, trapjes, kleedkamers voor 180 mensen, kantoren en magazijnen buitelen de herinneringen over elkaar. Hoe hij 's middags schoolvriendjes meenam om, ,,de dikke leren deuren door, langs Martha achter de kassa naar boven'', op het immense kostuummagazijn te ravotten. ,,Niet de kostuums, maar de hoofdtooien en de pruiken en vooral de zwaarden en floretten vonden we machtig.''

Het verdwenen gebouw wordt voorstelbaar door Israëls schilderijen. Twee dames met pothoedjes dansend tussen cafétafeltjes. ,,De bodega. Ik zie het aan de lampen en de lambrizering. De bodega lag links van de passage die toegang gaf tot het theater. Van 's morgens tien tot 's nachts vier was het geopend. Het zat er altijd vol met revue- en toneelvolk.''

Zijn grootouders woonden tot 1920 boven de bodega. Tot haar dood resideerde oma Bouwmeester in een groot huis in Wassenaar. ,,Bij oma werd je ontboden.'' Ank Bouwmeester hoort in gedachten de geaffecteerde stem van Louks oma, ,,Het begon bij de thee, daarna de borrel en dan het diner. We hoorden de verhalen van vroeger zo vaak, dat het lijkt alsof we de glorieuze historie van het Scala zelf hebben meegemaakt'', zegt ze geamuseerd.

Haar man beaamt het. De uitdrukkingen en anekdotes zijn gevleugeld. ,,`De baas is in de zaal' werd er gezegd als grootvader in Tivoli in Rotterdam of in Flora in Amsterdam naar een voorstelling kwam kijken. Als een act hem beviel, scheurde hij het kapje van zijn pakje Golden Fiction, schreef daar op: `300 p/m, 1 dec beginnen L.B.' De geëngageerden namen het mee naar Scala. De kapjes werden naast elkaar opgeprikt op het prikbord. Dat waren de contracten.''

,,Zeiden ze: `Ze is d'r', als haar auto voorreed?'' Ank weifelt, ,,Nee. `Daar heb je d'r'. Oma ging regelmatig incognito naar een voorstelling in het land. Kwam na afloop foeterend naar achteren en liet de hele cast tot diep in de nacht repeteren tot de revue weer scherp was.''

,,Mijn grootmoeder was een secreet van een directrice. Maar ze betaalde goed. De meisjes kregen 15 gulden per dag. Buziau kreeg achthonderd gulden per week. Veel in die tijd. Toen hij meer wilde, zei ze: `Een mens kan 1 biefstuk per dag eten, geen twee'. In de programmaboekjes stond: `Buziau ten tonele gevoerd door Mevrouw L. Bouwmeester-Sandbergen', met een paginagrote foto van haarzelf en daarna een kleinere van haar sterkomiek. Je moet weten dat ze in het geheim met hem repeteerde. Zodra ze in september het script had, trok ze zich drie maanden met Buziau terug in de Spiegelzaal. Hij kon niet goed lezen, was leesblind. Ze deed hem alles voor: `Nee, meneer Buziau – het was altijd: Meneer Buziau en Mevrouw Bouwmeester – u moet dáár opkomen'. `Niet zulke grote gebaren, meneer Buziau'. Dat was het credo van de Bouwmeesters: klein houden, altijd klein houden. Als iedereen op 1 december zijn script kreeg, deed Buziau alsof hij het voor het eerst zag.''

Make-uptafels

Israëls moet het interieur van Scala hebben kunnen dromen. Hij posteerde zich in de deuropening van de kleedkamers en legde met potlood of inkt de routine van de dag vast. Hoe de revuegirls met vaardige handen hun lippen aanzetten, de ogen lieten spreken, het haar in model kamden, hun benen uitstrekten op de make-uptafels, een opengeslagen boek op schoot om de tijd tussen de nummers te doden. De wanden naast de spiegels beplakt met foto's, kaarten, een enkel affiche. Ze duldden de man met het schetsblok wanneer zij, het bovenlichaam ontbloot, met geheven armen hun kapsels vastspeldden ter preparatie van de torenhoge, bepluimde of met lovertjes bezette hoofdtooien. In de coulissen zag hij ze hun kostuums schikken, een kleedster snel een naadje laten repareren, met een snackje in de hand zitten wachten op de volgende opkomst, de meters stof van de rokken voorzichtig gedrapeerd, opdat ze niet zou kreuken.

Louise Bouwmeester-Sandbergen was er de vrouw niet naar om slordigheden te accepteren, aldus Ank Bouwmeester: ,,Tijdens een doorloop van een ballet met 24 meiden vond ze de mouwtjes niet mooi vallen en liet op stel en sprong voor 4.000 gulden nieuw velours kopen.''

,,Stond de revue in een provincietheater, moest de complete chorus line voor het voetlicht aantreden'', zegt Louk, ,,de meisjes die links en rechts in de coulissen verzeild raakten, konden naar huis.''

Scala in vol bedrijf. Israëls legde het vast. Hij dateerde vrijwel nooit en slechts een enkele keer draagt een schilderij een naam: Fien de la Mar, Beppie de Vries en `La Cocotte'. ,,Niet driemaal, maar viermaal geknoopt!'' Ank Bouwmeester tikt op de pronte queue van La Cocotte. ,,Struisveren zijn kort. De meeste costumiers knoopten er hooguit drie aaneen. Maar op háár atelier werd viermaal geknoopt. Oma had zestig meisjes onder zich. `Alles met de hand gepailletteerd', dat was ook zo'n vaste uitdrukking.''

Israëls nam geprepareerde doeken van huis mee naar Scala om de bewegende baaierd aan kleuren en stoffen, de lovertjes en veertjes ter plekke te schilderen. Soms keerde hij zelfs 's ochtends terug om zo'n opstelling opnieuw te aanschouwen. In een van haar vele publicaties over de schilder vermeldt Anna Wagner dat hij werkend aan zo'n tableau de poserende revuegirls vergat. Totdat er een meisje flauwviel.

,,Vreemd genoeg is Israëls bij oma nooit ter sprake gekomen. Ze had wel een revuegirl van hem. Het hing in de gang. Het is bij haar leven verkocht, ik heb het nooit meer gezien.'' Louk bekijkt Israëls revuegirls zorgvuldig, in de hoop het schilderij te herkennen.

,,Ze was alleen maar bezig met de dingen die er toe deden'', suggereert zijn vrouw, ,,Israëls was van geen belang voor de zaak.''

,,J.H.A. Peels wel, ja. Die maakte affiches en programma's en was verantwoordelijk voor decorontwerpen van de revuenummers.'' Ineens schiet Louk nog een bon mot te binnen. ,,Ik begeleidde haar in 1967 naar een première in Luxor van Toon Hermans. Toon kwam na afloop vragen wat ze er van vond. Ze zei: `Jongen, het beste is dat je zelf eens gaat kijken'. Het is de enige show die hij niet heeft opgenomen. Ze nam nooit een blad voor haar mond.''

Boedel

In de boedel van zijn grootmoeder bleek de geschiedenis van het vermaarde theater en de revue mondjesmaat bewaard gebleven: ,,Oma gooide veel weg. Ze gaf niet om het verleden, zei ze altijd. Dat was in tegenspraak met haar verhalen – al waren die natuurlijk gekleurd. Zoals ze in de plakboeken alleen de goeie recensies opnam.''

Er zijn nog een paar notitieboekjes van haar over. In een ervan heeft ze een idee voor Buziau beschreven. ,,Werkt in een fabriek van dominostenen. Hij is chef. Zegt: Eén keer in de week hebben we vrij, dan maken we alleen dubbel blank.''

Op de inboedelveiling van Scala, een week na de sluitingsvoorstelling in februari 1956, ging een Spaanse danseres van Israëls weg voor honderdvijftig gulden. Buziau bracht nog minder op: een collectie van zeven bijzondere foto's van de vermaarde komiek verruilde van eigenaar voor een tientje. Louk, 16 toen, heeft de veiling niet bijgewoond. De teloorgang van het theater, zo kort na de dood van zijn vader, kon hij niet aanzien. Nog altijd wordt het hem kil om het hart als hij foto's laat zien van de lege zaal. ,,Alle schijnwerpers zijn al van de balkons'', wijst hij aan, ,,Het theater met het mooiste lichtplan in Nederland was het voor de oorlog. Ik kreeg van mijn vader op m'n kop als hij mij na schooltijd achter betrapte, terwijl ik met de belichting bezig was. `Je moet een vak leren, jongen', zei hij. Net als grootvader tegen hem had gezegd, en overgrootvader tegen grootvader. Dat was traditie bij de Bouwmeesters. Een vak leren. Lang na zijn dood vertelde iemand die het kon weten mij: jouw vader was een groot artiest. Dat was fijn om te horen.''

Naast het menubord van het petit-restaurant prijken ingelijste reproducties van Scala-affiches. Naoorlogse revues: ,,De vooroorlogse namen zeggen niemand meer iets.'' Een enkele keer komt er een artiest langs die de afbeeldingen apprecieert. Tasttoe heet hun `winkeltje' zoals Ank Bouwmeester het liefkozend aanduidt. Het zou de titel kunnen zijn van een Bouwmeester Revue.

Bronnen: Gemeentearchief en Rijksdienst voor Kunsthistorische Documentatie, Den Haag; Archief Carré en Theater Instituut Nederland, Amsterdam. Met dank aan Henk van Gelder