Vetkuiven en blokhakken in Mali

Al meer dan veertig jaar runt Malick Sidibé (1936) zijn kleine fotowinkel in het centrum van Bamako, de hoofdstad van Mali. Hij repareert oude camera's, verkoopt fotorolletjes en maakt zo nu en dan een pasfoto voor een paspoort of rijbewijs. Ook maakt hij studioportretten, in een kleine ruimte die bekleed is met goedkoop zeil en uitgerust met twee felle lampen. Duizenden foto's heeft Sidibé hier de afgelopen decennia van de plaatselijke bevolking gemaakt. En al is het aan het bescheiden interieur van zijn winkel niet af te lezen, die foto's hebben hem internationale roem gebracht.

Vroeger, in de jaren vijftig en zestig, trok Sidibé er na sluitingstijd van zijn winkel regelmatig op uit om het nachtleven van Bamako vast te leggen. Als een van de weinige professionele Malinese fotografen maakte hij reportages in de levendige nachtclubs, op feestjes en op de `afterpartys' op het strand langs de Niger. De portretten van de feestgangers exposeerde hij de volgende dag in zijn winkel, die daardoor een belangrijke ontmoetingsplaats voor de jeugd werd. `Studio Malick' werd een begrip in Bamako en omstreken en Sidibé een plaatselijke beroemdheid.

Waarschijnlijk was de Malinese fotograaf altijd een lokale held gebleven als zijn werk enkele jaren geleden niet was `ontdekt' door de Fransman André Magnin. Deze kenner van Afrikaanse kunst en mede-curator van Magiciens de la Terre (de tentoonstelling uit 1989 die een doorbraak betekende in de belangstelling voor niet-westerse kunst) introduceerde Sidibés oeuvre in Europa. Samen met de fotograaf spitte Magnin door de duizenden negatieven, maakte nieuwe afdrukken en stelde uit het werk diverse tentoonstellingen en een fotoboek samen. De afgelopen jaren waren Sidibés foto's onder meer te zien in Fondation Cartier in Parijs, het Guggenheim Museum in New York en op de Biënnale van Sao Paulo.

De ruim honderd foto's die nu in het Stedelijk Museum in Amsterdam te zien zijn, geven een opmerkelijk en fascinerend tijdsbeeld van de levendige hoofdstad van Mali, kort nadat de Franse kolonie in 1960 onafhankelijk was geworden. Wie bij Mali denkt aan droogte en hongersnood, zal versteld staan van het opgewekte karakter van Sidibés zwartwitfoto's. Louter lachende gezichten kijken de toeschouwer vanaf de wanden aan. Deze foto's tonen de zonnige kant van Afrika en rekenen bovendien af met het stereotype beeld dat Afrikanen wat betreft modes en muzieksmaak hopeloos achterliepen op het westen. Sidibés foto's laten feestende hippe jongeren zien die met hun vetkuiven, wijde pijpen en blokhakken nauwelijks onderdeden voor hun Amerikaanse en Europese generatiegenoten.

In de clubs van Bamako, die namen droegen als Les Beach Boys, Les Beatles of Les Bee Gees, dansten de jongeren de cha-cha en de twist. Platen van James Brown, Elvis en The Rolling Stones werden uit Frankrijk geïmporteerd en de populairste feestgangers hadden bijnamen als The Saint of Marlon Brando. Het uitgaansleven in Mali verschilde niet van dat in het westen, zo blijkt uit de foto's van Sidibé. De jongens sloven zich uit op de dansvloer of hangen nonchalant tegen hun motorfiets, terwijl de meisjes van een afstandje giechelend toekijken.

De meeste foto's zijn overduidelijk geposeerde portretten van jongens en meisjes die zoveel mogelijk op hun westerse idolen willen lijken. Maar de mooiste foto's laten juist de onverwachte momenten zien: de deejay die op zijn stoeltje naast zijn draagbare platenspeler in slaap is gevallen, een verliefd stelletje dat in een donker hoekje staat te zoenen, of een jongen die door zijn vrienden over de rand van het zwembad geduwd wordt. Deze snapshots maken duidelijk dat Sidibé de scherpe blik en het gevoel voor compositie bezit die een topfotograaf kenmerken.

De staatsgreep van 1968 maakte een eind aan de culturele vrijheid van de inwoners van Bamako. Het dragen van minirokken werd verboden, de clubs moesten sluiten en elpees werden door de politie in beslag genomen. Halverwege de jaren zeventig ging Sidibé zich daarom weer concentreren op het maken van studioportretten. Rond die tijd daalden bovendien de prijzen voor kleinbeeldcamera's en het ontwikkelen van kleurenrolletjes, en nam de vraag naar de zwartwitreportages van Sidibé af.

Hoewel hij inmiddels aanzienlijk verdient aan zijn fotoboeken en tentoonstellingen, is Malick Sidibé nog iedere dag in zijn fotostudio te vinden en blijft hij nuchter onder de grote internationale belangstelling. In het Stedelijk zijn enkele dia's te zien die André Magnin maakte tijdens zijn laatste bezoek aan Bamako. Daarin valt op dat het eenvoudige interieur van Studio Malick in de laatste decennia nauwelijks veranderd is. Tot op de dag van vandaag begroet de fotograaf zijn klanten gezeten op een plastic tuinstoeltje, omgeven door rekken vol oude camera's en archiefdozen met oude negatieven en afdrukken. ,,Zolang God wil dat ik blijf leven'', zegt Sidibé in de catalogus, ,,zul je me altijd kunnen vinden in mijn studio, tussen het stof, en met dezelfde kleren aan.''

Tentoonstelling: Foto's van Malick Sidibé. T/m 25 febr in het Stedelijk Museum, Paulus Potterstraat 13, Amsterdam. Open dag. 11-17u. Catalogus ƒ139,90.