Universiteiten zijn `wit bolwerk'

Aan de Nederlandse universiteiten werken acht allochtone hoogleraren, minder dan een procent van het totaal. ,,Wetenschappers vormen een front van `ons-soort-mensen'.''

Criminoloog Yücel Yesilgöz zit te eten in het Utrechtse restaurant Marmaris. Hij heeft net een onderzoek voltooid naar Turkse en Koerdische verdachten in Nederland. Zijn foto stond in een landelijk dagblad en hij is bij Nova geweest. Tijdens het hoofdgerecht komt een Nederlandse socioloog naar zijn tafeltje. Hij complimenteert Yesilgöz en valt vervolgens tegen hem uit. Hoe het mogelijk is dat de criminoloog zoveel succes heeft. En of hij weet hoe begaafd de socioloog zelf is. Yesilgöz zegt: `Ik doe gewoon mijn best.'

Frustratie en alcohol speelden de man parten, zegt Yesilgöz. Toch vindt hij het voorval een voorbeeld van `sociologisch racisme'. Hij heeft het de afgelopen zestien jaar vaker meegemaakt: aan de Universiteit van Amsterdam waar hij drie jaar werkte en - in mindere mate - aan de Universiteit Utrecht waaraan hij nu verbonden is.

,,Als je als allochtoon meer bereikt dan was verwacht, accepteert niet iedereen dat. Sommige collega's namen me in bescherming zolang ik onbetekenend was. Maar vanaf het moment dat ik ze wetenschappelijk voorbij dreigde te streven, lieten ze me merken dat ik een vreemde vogel ben. Je voelt het aan hun ongeduld als je tegen ze praat. Ze nemen me niet serieus. Voor derden is dat nauwelijks zichtbaar.''

Allochtonen worden achtergesteld aan de Nederlandse universiteiten, vindt Marloes de Bie, directeur van het Expertisecentrum Allochtonen in het Hoger Onderwijs (ECHO), dat in opdracht werkt van het ministerie van Onderwijs. ,,Ze hebben te maken met standaard wervingsprocessen en sollicitatieprocedures, maar als ik aan ze vraag of ze zich slachtoffer voelen van xenofobie, zeggen ze: `ja, dat is zo'. Dat gevoel stamt vaak al uit hun studietijd.'' Ze denkt aan de Antilliaanse studente logopedie die haar studie beëindigde nadat ze te horen had gekregen dat haar spraak een slecht voorbeeld was voor de leerlingen. Aan de Indonesische wiskundeleraar in opleiding die feilloos Nederlands sprak en om zijn beperkte taalvaardigheid werd weggestuurd. Deugdelijk onderzoek naar de positie van allochtone afgestudeerden ontbreekt, evenals een discriminatiemeldpunt voor hoger opgeleiden.

Tien procent van de Nederlandse bevolking is afkomstig uit het buitenland, zo blijkt uit cijfers van het Sociaal en Cultureel Planbureau. ECHO heeft berekend dat aan de veertien Nederlandse universiteiten in totaal acht hoogleraren zijn aangesteld die behoren tot een etnische minderheid in Nederland. Ze komen oorspronkelijk uit Suriname, Marokko, Turkije of Indonesië. Dat is minder dan een procent van het totale aantal hoogleraren. Twee van hen zijn bijzonder hoogleraar. Geen enkele universiteit houdt in haar personeelsbeleid rekening met allochtonen. Drie procent van de studenten die aan die universiteiten studeren is allochtoon tegenover zeven procent van de leerlingen in het hoger beroepsonderwijs.

Volgens de zojuist benoemde Utrechtse (blanke) hoogleraar Interculturele psychologie David Ingleby sluit de academische wereld in Nederland zich af voor allochtonen. In zijn oratie `Psychologie en de multiculturele samenleving: Een gemiste aansluiting?' noemde hij de universiteiten een `wit bolwerk' waar een nostalgie heerst naar de monoculturele maatschappij van de jaren vijftig. Terwijl de helft van de jongeren in de grote steden van buitenlandse afkomst is. Hij pleit voor een verplichte inburgeringscursus voor academici.

,,Er heerst een weerzin tegen alles wat doet denken aan democratisering, emancipatie en maatschappelijke relevantie. Wetenschappers zijn niet langer vernieuwingsgezind en voelen zich bedreigd door buitenstaanders die de universiteiten worden binnengehaald om vernieuwing te brengen. Ze vormen een front van ons-soort-mensen. Ze bellen elkaar 's avonds, ondertekenen convenanten, standaardiseren het onderwijs en kiezen elkaar volgens een legitiem democratisch systeem.''

Gevolg van die kartelvorming is volgens Ingleby dat er nauwelijks allochtone hoogleraren worden benoemd en dat er nauwelijks onderwijs wordt gegeven over de multiculturele samenleving. In Groot-Brittannië zijn 20.000 postdoctorale opleidingen `multiculturalisme'. Er is een redelijke afspiegeling van allochtone hoogleraren, net als in de Verenigde Staten. ,,Ik heb tien jaar moeten wachten op deze leerstoel, terwijl uit intern onderzoek blijkt dat studenten er graag meer van willen weten. Alleen aan de faculteit Letteren wordt zo'n vak gegeven. Dan snap je wel waarom allochtone studenten wegblijven. Allochtonen vormen de onderklasse in Nederland en de universiteiten houden dat in stand.''

Nederland is etnisch heel homogeen, zegt Wasif Shadid, Palestijn en hoogleraar Antropologie aan de universiteiten van Leiden en Tilburg. ,,De Nederlander heeft ten onrechte het idee dat de allochtoon een grotere loyaliteit heeft naar zijn land van herkomst dan naar Nederland.'' Dat idee leeft ook sterk in de academische wereld, zegt Shadid. ,,De allochtoon die binnenkomt, wordt gewantrouwd. Hij is zwart of moslim en gaat in het corresponderende vakje. Zo vreemd is dat niet, we spreken hier over mensen die twintig jaar geleden hun kinderen nog verboden met katholieke kinderen te spelen. Allochtonen die willen slagen, moeten zich zo Hollands mogelijk gedragen.''

,,Van mensen die gewend zijn aan luxe en beschaving kun je niet verwachten dat ze vinden dat iedereen gelijk is'', zegt criminoloog Yesilgöz. ,,Ze worden opgevoed alsof ze superieur zijn en de anderen - zij die worden geplaagd door honger, corruptie en geweld - zijn zielig.''

Het verschijnsel allochtoon bestaat ook nog te kort om intellectueel gezag uit te kunnen oefenen, vindt Shadid. Eind jaren vijftig kwam het eerste ongeschoolde personeel naar Nederland. Zelf verhuisde hij in 1963 naar Leiden om te studeren. ,,Het is nog te vroeg voor de tweede en derde generatie. Ze hebben geen academische netwerken. Ze zijn zowel kwantitatief als in sociaal opzicht in de minderheid. Het is moeilijk een organisatie er dan op te wijzen: `dit is Ali en hij kan ook wat'.''

Vier universiteiten zijn bezig een allochtoon studentenbeleid te ontwikkelen, voornamelijk om de uitval te beperken. Het zelfbewustzijn onder hoogopgeleide allochtonen groeit. Ze organiseren zich per nationaliteit in alumniverenigingen. `Geslaagde' Marokkanen, Surinamers en Turken worden onder het motto `wij kunnen het, dus jullie ook' ten voorbeeld gesteld aan studenten en scholieren. Twee jaar geleden telde ECHO 31 allochtone studentenverenigingen in Nederland, nu 81.

Een van die studenten is Karima Belhaj. Ze studeert communicatie aan de Hogeschool Holland in Diemen. Vijf jaar geleden was er een enkele Marokkaan ingeschreven – een klein groepje islamieten pleitte voor een gebedsruimte op school. Nu is een kwart van de studenten van buitenlandse afkomst. ,,Ik denk er bijna nooit aan dat ik in Marokko ben geboren'', zegt Karima. ,,Tot ik vorige week door een groepje Nederlandse klasgenoten werd ondervraagd over mijn achtergrond. Of ik mocht werken, vroegen ze. Of ik een vriendje mocht hebben. Of ik nog maagd was. Ik dacht: zijn ze zo conservatief of nemen ze me in de maling? Ik zei: `Jongens, het wordt tijd dat jullie eens inburgeren!'.''