Sociale premies

Toelichting:

Voor het premiegedeelte dat ten gunste komt van het wachtgeldfonds is een vervangende premie vastgesteld. Die wordt onder meer ingehouden over uitkeringen op grond van de WW, de ZW en de WAO en over de toeslag op grond van de Toeslagenwet. De vervangende premie, waarvoor dit jaar geen franchise (premievrije voet) geldt, komt ten laste van de werkgever en is voor het jaar 2001 vastgesteld op 1,11 procent (2000: 0,92 procent). Wanneer de uitvoeringsinstelling de uitkering via de werkgever uitbetaalt, wordt het bedrijfstakpercentage toegepast. Het Landelijk Instituut Sociale Verzekeringen stelt de premie per bedrijf vast.

De WAO-premie bestaat uit twee delen: de basispremie (die voor alle takken van bedrijf en beroep geldt) en een gedifferentieerde premie die voor elk bedrijf apart wordt vastgesteld. Hierbij bestaat geen franchise of premievrije voet.

Voor de gedifferentieerde WAO-premie is in verband met de premieheffing over uitkeringen eveneens een vervangende premie vastgesteld. Deze rekenpremie WAO bedraagt 1,66 procent.

Op een WAZ-uitkering wordt een vereveningsbijdrage ingehouden die gelijk is aan het bedrag aan premie dat een werkgever inhoudt (op het loon van een WW-verzekerde werknemer). Het betreft het percentage van het werknemersdeel werkloosheidspremie (5,25 procent met een franchise van 117 gulden per dag).

Het maximum inkomen per dag waarover WAO-premie moet worden betaald is in 2001 337 gulden (2000: 319 gulden). Hetzelfde maximum geldt voor de Werkloosheidswet (WW).

De Algemene Arbeidsongeschiktheidwet (AAW) is sinds 1998 vervangen door de Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering Zelfstandigen (WAZ). Deelname aan deze wet is verplicht voor zelfstandige ondernemers en `beroepsbeoefenaars'. De verzekerden hebben recht op een franchise (premievrije voet) van 29.000 gulden (2000: 29.000 gulden). De hoogte van de uitkering hangt af van de mate van arbeidsongeschiktheid en van de hoogte van het gederfde inkomen.

Bij de premieheffing voor het Algemeen Werkloosheidsfonds (AWf) geldt zowel voor de werkgever als voor de werknemer een franchise (premievrije voet) van 117 gulden per dag. Deze franchise is bedoeld om de lasten van werknemers aan de onderkant van de arbeidsmarkt te verlichten. De marginale AWf-premie voor werkgevers bedraagt in 2001 5,25 (2000: 3,75 procent) met een franchise van 117 gulden per dag. De werknemerspremie bedraagt in 2001 5,25 procent (2000: 6,25 procent) met eenzelfde franchise of premievrije voet.

De aangegeven premiepercentages voor wachtgeldverzekering en VUT (vervroegd uittreden) betreffen geraamde gemiddelden. Deze premies worden vastgesteld door het Lisv.

In 1996 is de Ziektewet geprivatiseerd. In plaats daarvan is de Wet Uitbreiding Loondoorbetaling bij Ziekte (WULBZ) gekomen. Deze wet verplicht werkgevers om zieke werknemers gedurende 52 weken 70 procent van het loon door te betalen. Werkgevers kunnen zelf besluiten of ze voor deze kosten een particuliere verzekering afsluiten. Dat doen overigens de meeste werkgevers waardoor hun werknemers bij ziekte gewoon 100 procent krijgen uitbetaald. Door de privatisering van de ZW zijn de wettelijke premies vervallen.

Voor de Algemene ouderdomswet (AOW), de Algemene nabestaandenwet (Anw) en de Algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ) — tezamen de `volksverzekeringen' — geldt een maximum premieinkomen van 59.520 gulden per jaar.

De loongrens voor de ziekenfondsverzekering (ZFW) is vastgesteld op 65.700gulden in 2001 (2000: 64.600 gulden). Werknemers die een hoger inkomen hebben moeten zich particulier verzekeren.

Ziekenfondsverzekerden zijn ook een nominale premie ZFW verschuldigd. De hoogte hiervan wordt door de ziekenfondsen zelfstandig vastgesteld. Ervan uitgegaan wordt dat de gemiddelde nominale premie ZWF 324 gulden (2000: 410 gulden) per jaar per volwassene bedraagt. Voor meeverzekerde kinderen is geen premie verschuldigd.

De premie ZFW over AOW-uitkeringen bedraagt 7,95 procent en over aanvullend pensioen 5,95 procent.