Ramppastores rukken uit

Met een zucht ploffen Evert Jan Veldman en Esther van de Vate neer op een stoel in de consistorie van de Opstandingskerk in Enschede. Een begroeting is niet nodig. Sinds 13 mei van dit jaar ging er haast geen dag voorbij dat ze elkaar niet spraken. De komende vijf jaar zal dat niet veel anders zijn. Beiden zullen namelijk vanaf 1 januari 2001 voor vijf jaar officieel door het leven gaan als `ramppastores'. Samen coördineren ze de pastorale nazorg aan de slachtoffers van de vuurwerkramp.

Voordat op 13 mei het vuurwerkverwerkingsbedrijf S.E. Fireworks ontplofte, hadden predikant Evert Jan Veldman en de katholieke pastoraal werker Esther van de Vate elkaar eigenlijk nooit echt gesproken. Maar direct na de ramp in mei van dit jaar besloten de Enschedese kerken met elkaar om de tafel te gaan zitten, om de nazorg aan de getraumatiseerde gemeenteleden zo snel mogelijk in goede banen te leiden. ,,We wilden niet wachten totdat de mensen bij ons kwamen. We besloten ze zelf op te zoeken'', vertelt Veldman. ,,Er ontstond spontaan een netwerk van mensen van kerkgemeenten en parochies die zich bezighielden met de nazorg'', voegt Van de Vate daaraan toe.

Al snel werd besloten dat de spontaan georganiseerde nazorg moest worden omgezet in een lange-termijnproject, vertellen Veldman en Van de Vate. Dat project moest op een of andere manier geleid worden. De recente benoeming is een formaliteit: Veldman en Van de Vate hadden de coördinatie de afgelopen maanden in handen. Veldman: ,,Na de ramp had ik heel sterk het gevoel dat ik iets moest doen. Dan pik je de dingen eruit die je goed liggen.''

De ramp heeft ook de verschillende kerkgemeenschappen in Enschede een flinke klap gegeven, zegt Van de Vate. ,,De kerken zijn ook net zo goed slachtoffer van de ramp. Parochianen zaten na de ramp met dezelfde vragen als elk slachtoffer. Ook zij moesten op zoek naar vermisten.'' Kerkleden uit het rampgebied zijn nog steeds over heel Enschede verspreid. Veldman en Van de Vate proberen ze zo veel mogelijk met elkaar in contact te brengen. De benoeming van de ramppastores is daarom niet alleen bedoeld als pastorale zorg voor niet-kerkleden, maar heeft ook een gunstig effect op de parochies en kerkgemeenten zelf.

Het buurtcentrum Het Kompas in Enschede-Noord zal straks de uitvalsbasisis zijn voor de twee ramppastores. Maar veel zullen ze er niet zijn. Veldman: ,,Het heeft geen zin om daar te wachten op de mensen. In de eerste weken na de ramp zag je dat er veel op straat gebeurde. Heel Enschede stond in het teken van de ramp. En de straat was de plek waar men met elkaar kon praten, waar mensen zijn of haar verhaal aan elkaar konden vertellen.'' Inmiddels hebben de Enschedeërs de verhalen ,,mee naar huis genomen'', zegt Veldman. ,,Ze lijken niet te weten wat ze ermee aan moeten. Voor heel veel mensen is de sores nog niet afgelopen. Ik denk dat veel mensen zich nu eenzamer voelen dan in de eerste weken na de ramp.''

Veldman en Van de Vate willen die eenzaamheid wegnemen. Volgens de ramppastores hebben de Enschedese kerken daar de middelen voor. ,,De secularisatie mag dan doorzetten, dat wil niet zeggen dat er geen religiositeit meer is'', zegt Van de Vate. ,,Kerken hebben nog wel degelijk een functie. Het gezamenlijk zoeken naar hetgeen het leven nog waard maakt, is zo'n functie.'' Veldman: ,,Bovendien hebben de kerken ook een bijzondere wereld van taal en symboliek in huis. Denk bijvoorbeeld aan het branden van kaarsen, de rituelen op Allerzielen voor de mensen die overleden zijn.'' Over vijf jaar zal het project worden afgesloten. In die tijd willen Veldman en Van der Vate proberen om een ,,bondgenoot'' te zijn voor de getroffenen.

    • Marc Veldman