Oorlog in de Jellinek

De generatiegenoten en ooit streekgenoten Borislav Cicovacki en Vladimir Jokanovic, schreven twee volledig verschillende boeken over de oorlog in voormalig Joegoslavië.

De gebeurtenissen van de laatste tien jaar in wat ooit Joegoslavië was, leveren stof genoeg voor vele tientallen romans, waarvan de stroom nu langzamerhand op gang komt. Onlangs zijn kort na elkaar twee van deze boeken in een Nederlandse vertaling verschenen. De auteurs ervan hebben veel met elkaar gemeen. Ze zijn van dezelfde generatie: Jokanovic is van 1971, Cicovacki van 1966. Ze zijn allebei Serviër. En ze zijn allebei afkomstig uit dezelfde streek, de noordelijke laagvlakte bij de grens met Hongarije. Osijek, waar Jokanovic is geboren, en Sombor, de geboorteplaats van Cicovacki liggen hemelsbreed geen honderd kilometer van elkaar. Maar Osijek ligt tegenwoordig in Kroatië en Sombor in Servië, waardoor het twee verschillende werelden zijn. Net zoals deze jonge Joegoslaven tot twee verschillende werelden behoren, want de verschillen tussen Jokanovic en Cicovacki zijn enorm.

Made in Yugoslavia van Jokanovic begint in juni 1991, de laatste maanden van de Joegoslavische eenheid. De hoofdpersonen zijn een aantal jonge mensen in het provinciestadje Osijek. Ze vormen een losvast vriendengroepje dat rondhangt in de souterrain van één van hen. Aan het begin van het boek is een van de vrienden afgezwaaid uit het Joegoslavische volksleger en keert hij naar Osijek terug. De toon wordt direct gezet: vlak voor aankomst gooit hij uit pure balorigheid een traangasgranaat door de treinwagon en even later maken hij en zijn vrienden zich meester van een leegstaande tram waarmee ze een dolle rit door de stad maken. Het zijn, kortom, jongens die overal schijt aan hebben, die wat rondhangen in hun kelders en op straat, wat rommelen met meisjes, iedereen een brutale bek geven en gewantrouwd en gevreesd worden door de ouderen. Ze zouden wel iets willen gaan doen, maar de economie is ingestort, dus ze zijn gedoemd tot een leven in de marge. Het enige dat ze in de wereld hebben is elkaar, want hun vriendschap is – betrekkelijk – hecht, al laten ze dat niet zo merken.

Weggepest

Wanneer de oorlog uitbreekt, worden ze zich opeens bewust van hun etniciteit. De een is Kroaat, de ander Serviër en deze laatsten worden in Kroatië nu geïntimideerd en weggepest. Langzaam spitst het verhaal, dat in het begin even doelloos lijkt rond te dolen als de helden die erin spelen, zich toe op Luka, een Servische jongen en Maria, zijn Kroatische vriendin uit een goed katholiek nest. Maria vertrekt naar een tante in Duitsland, maar keert later naar Kroatië terug. Luka besluit naar Servië te gaan, waar hij, meer uit gebrek aan beter dan uit innerlijke overtuiging, dienst neemt in het vrijwilligersleger en aan enkele acties in Oost-Kroatië meedoet, waar hij Maria terugvindt en ze samen een tragisch einde vinden.

Dit enigszins Romeo en Julia-achtige gegeven wordt door Jokanovic uitgewerkt op een manier die zo ondramatisch en onromantisch is dat de gedachte aan Shakespeare verdwijnt nog voor hij is opgekomen. Zo blijft het lang onduidelijk hoe diep de liefde tussen Maria en Luka eigenlijk is, terwijl ook de haat tussen Kroaten en Serviërs meer aangepraat lijkt door de constante propagandastroom dan werkelijk gevoeld. Onverschilligheid en cynisme, dat zijn de constanten die alle werkelijk heftige gevoelens wegdrukken. Een andere constante in het boek is het onvoorstelbare drankgebruik. Zowel aan Kroatische als aan Servische kant is er zelden iemand nuchter, de Joegoslavische oorlog lijkt een oorlog tussen de patiënten van twee Jellinek-klinieken. Dit verklaart misschien ook de onverschillige wreedheid die in dit boek zo prachtig wordt beschreven.

De stijl van Made in Yugoslavia past naadloos bij de inhoud. Zo lelijk als het beschrevene is, zo lelijk is ook de stijl van dit boek: alles wat zweemt naar het mooie, het literaire wordt zorgvuldig vermeden, de dialogen en de humor zijn grof en vaak smakeloos, de helden van dit verhaal zijn nu eenmaal niet erg fijnbesnaard.

Made in Yugoslavia is zo'n boek waar je even in moet komen. Van meet af aan zorgt Jokanovic ervoor zowel zijn helden als de omgeving waarin zij leven zo onaantrekkelijk mogelijk voor te stellen, hij doet dit echter zo subtiel dat de lezer zich gewonnen moet geven. Made in Yugoslavia geeft een ontluisterend beeld van de wreedheid en de totale zinloosheid van de oorlog in Joegoslavië.

Borislav Cicovacki is hoboïst, hij woont al jaren in Nederland en In oude tijden heette dit land Haemus, een bundel verhalen, is zijn debuut. Bij Cicovacki geen ruige punkers en geen botte onverschilligheid, het hoofdthema van zijn verhalen is de normale mens die een normaal leven wil leiden, met kunst en cultuur, vakanties aan zee en familiebezoek in andere delen van het land, en de omstandigheden die een dergelijk leven langzamerhand onmogelijk maken. Het grootste deel van het boek is gewijd aan verhalen over de levens van verschillende vertegenwoordigers van Cicovacki's eigen generatie, de enige generatie die volledig is opgevoed en groot geworden met alle verworvenheden van het communisme.

Vlucht

Zo is er een verhaal over de begaafde tweelingzonen van een partijfunctionaris die een officiersopleiding volgen en tijdens de oorlog toevallig in verschillende kampen terechtkomen. Ook is er een mooi verhaal over een jongen uit een `achterstandsmilieu' die in wiet handelt. In een aantal verhalen spelen musici of muziekstudenten de hoofdrol, mensen die in een sterk esthetisch bepaalde wereld leven waar de botte wereld van nationalistische uitingen, geweld en tenslotte oorlog steeds sterker in doordringt. De vlucht uit de banaliteit van het alledaagse die kunst toch altijd is, wordt door de politieke toestand onmogelijk gemaakt. In een verhaal over een meisje dat barokmuziek op het spinet speelt wordt het heel duidelijk gesteld: `Misschien was Galja te zeer overgeleverd aan de muziek, aan de onwerkelijkheid die de muziek schept en waarmee ze je gezichtskring afschermt, misschien wilde ze verscholen achter klanken het al lang overwoekerde pad van kinderlijke zorgeloosheid vinden en zag ze daarom niet wat zich om haar heen in de werkelijkheid afspeelde.'

Dat wil niet zeggen dat Cicovacki's helden wereldvreemd zijn, integendeel, velen – onder wie de hierboven genoemde Galja – hebben genoeg politiek benul om tijdig de wijk te nemen naar vriendelijker oorden, zoals ook de veelbelovende jonge componist en dirigent die net voor de bom barst in Zuid-Afrika aan de slag kan, daar succes heeft, maar bij een auto-ongeluk om het leven komt. Het lijkt een `tuinman en de dood' verhaal, je noodlot ontloop je niet, al vlucht je naar het andere eind van de wereld.

In oude tijden heette dit land Haemus is een debuut van een schrijver die weliswaar een boodschap heeft, maar ook onbekommerd met vertelvormen aan het experimenteren is. Zo wordt het bovengenoemde titelloze verhaal geheel verteld via ingesproken berichten op zijn antwoordapparaat. Origineel, maar iets te lang volgehouden om helemaal spannend te blijven. En zoals dat zo vaak gaat met schrijvers met een boodschap: hoe duidelijker de boodschap, hoe minder interessant het werk. Het minst is Cicovacki wanneer hij – soms door middel van citaten, soms door eigen terzijdes in de tekst – de noodlottige afloop van het op dat moment nog onschuldige verhaal te duidelijk aankondigt. Op zijn best is hij wanneer hij die droeve afloop even vergeet en een licht ironische, soms absurdistische beschrijving geeft van de bonte Joegoslavische werkelijkheid van heden, maar vooral verleden, want de herinnering speelt een belangrijke rol in zijn verhalen. Op zulke momenten, die gelukkig in de meerderheid zijn, schrijft hij een prachtig subtiel, poëtisch, tegelijk grappig en droefgeestig proza, zoals je dat alleen maar bij de beste Oost-Europese schrijvers aantreft.

Vladimir Jokanovic: Made in Yugoslavia. Uit het Servisch vertaald door Roel Schuyt.

Luitingh-Sijthoff, 255 blz. ƒ29,90

Borislav Cicovacki: In oude tijden heette dit land Haemus. Uit het Servo-Kroatisch vertaald door Reina Dokter. Van Gennep, 160 blz. ƒ29,90