Medelijden met de Boze Wolf

Dankzij de boeken van J.K.Rowling, die met haar Harry Potter-serie een internationale rage heeft ontketend, zijn volgens etholoog en publicist Frans van der Helm de monsters weer teruggekeerd in de kinderliteratuur. In het decembernummer van Bzzlletin, geheel gewijd aan monsters, beklaagt hij zich over de lieve moderne monsters. Die zijn op een natuurpolitiek-correct voetstukje geplaatst, omdat de visie op dieren, en met terugwerkende kracht dus ook die op monsters, is veranderd. Draken en basilisken: je mag ze eventueel wel bevechten, maar verder moet je ze goed behandelen. Hedendaagse kinderen schijnen meer medelijden te hebben met de Boze Wolf dan met Roodkapje.

Van der Helm verklaart het succes van Rowlings monsters uit het feit dat ze echt hebben bestaan, althans volgens middeleeuwse bestiaria of beestenboeken, die ze kennelijk heel goed heeft bestudeerd.

Misschien heeft Rowling zich laten inspireren door de gordel van monsters rondom de Notre-Dame in Parijs, waaraan het door J.K. Huysmans geschreven openingsessay van Bzzlletin voor een belangrijk deel is gewijd. Op deze middeleeuwse kathedraal staat één van de schitterendste theorieën over demonen en monsters overeind, alhoewel we die theorie niet (meer) kunnen ontcijferen. De Notre-Dame is tegenwoordig een hiëroglief: `christelijke iconografen spellen er geïsoleerde droefgeestige woorden en alchemisten speuren tevergeefs naar het recept van de steen der wijzen in een beeld dat naast een deur is uitgehouwen.'

De middeleeuwse christelijke monsters die Huysmans beschrijft, blijken sinds de oudheid niet erg te zijn veranderd. Vaak zijn het draken of draakachtigen die het voorkomen hebben van een gevleugelde slang met een gekromde gekartelde ruggengraat en een gespleten tong in een krokodillenmuil. Ze lijken wel wat op de ghoel, het vrouwelijke monster dat de Arabische literatuur met Muil en Macht domineert. In zijn bijdrage aan het Monster-Bzzlletin citeert Hafid Bouazza de oudste en ook meest gedetailleerde beschrijving van dit griezelige creatuur: `Twee ogen in een afzichtelijk hoofd,/ Als de kop van `n kater, gespleten van tong,/ De twee poten van een kemelgedrocht, een hondenscalp'. Dit beeld gaf de vroeg zesde-eeuwse dichter Ta'abbata Sharran van de ghoel, die sinds het verhaal van Sidi Noe'maan uit de Duizend-en-Een Nacht wordt beschouwd als een lijkenverslindend monster van het vrouwelijk geslacht. Bouazza associeert de muil waarmee dit wijfjesmonster een kadaver verslindt met een vagina dentata en verklaart en passant waarom Sharran haar de kop van een kater gaf. In erotische Arabische literatuur werd de vrouwelijke pubis vergeleken met een katten- of konijnenkop waarvan de oren waren afgehakt. (Gelukkig heeft iedereen zijn kerstmaal al achter de kiezen).

Wie van monsters houdt kan behalve naar de Notre-Dame ook afreizen naar Bomarzo in Italië, waar zich het zestiende eeuwse Parco dei Mostri bevindt. Yves van Kempen las ooit Hella S.Haasses in boekvorm uitgebrachte essay De tuinen van Bomarzo, bezocht het park en was er voorgoed van in de ban. Hij geeft een overzicht van de aantrekkingskracht die deze bizarre verzameling mythologische wezens op talrijke kunstenaars en kunstkenners heeft uitgeoefend. Het bekendste icoon uit Bomarzo's beeldenverzameling, de Muil, beschrijft Van Kempen als `een giganteske, uit een rotsblok gekapte monsterkop, met een dreigende, manshoge, openstaande mond, die de bezoeker die nieuwsgierig is naar zijn verhemelte onherroepelijk dreigt te verorberen.'

Thuis blijven en toch monsters (her)ontdekken kan ook. Rein Bloem volgde de omzwervingen van de draak in literatuur en beeldende kunst van de middeleeuwen en (vroeg)renaissance en Johanneke van Slooten belicht de monsterwezens in het werk van Wagner.

Boeiend zijn, ten slotte, de fragmenten uit een nieuwe roman van Arie Storm die Bzzlletin voorpubliceert onder de titel `Landing van een monster in de tuin'. Vooralsnog wordt niet duidelijk wat voor soort monster hij laat neerdalen, maar wellicht is het een betrekkelijk modern wangedrocht zoals bijvoorbeeld `het gezin', dat hij typeert als `een samenzwering van onsterfelijkheid, een stilstaande vijver, een in diepste wezen verregaande vorm van achterlijkheid, een eiland, een gevangenis.' Erg verfrissend na de op het gezin geconcentreerde feestdagen.

Bzzlletin. Literair magazine.

December 2000. Uitg. BZZTôH. Prijs ƒ17,50.