Marijn van Veen drumt met haar voeten

Je begint een kostbaar en gewaagd project, brengt dat ook nog tot een goed eind en laat dat vervolgens aan niemand weten, behalve wat vrienden en bekenden. Is de Amsterdamse jazzfan Egbert de Bloeme wellicht een leerling van Dagobert Duck?

Zijn project draagt de prima naam Pompoen, huist op de hoek van Spuistraat en Kattegat in het voormalige Werkteater en brengt in een piekfijne entourage theater, muziek en multimedia, plus de gelegenheid tot eten en drinken.

Je bereidt je dus voor op dollarprijzen en opdringerige dames met nepchampagne, maar daar is helemaal niets van aan.

De sfeer is prettig informeel, de prijzen zijn alleszins betaalbaar en de toegang tot het jazzpodium is helemaal gratis. Dat dat podium wel erg klein is doet nog even vrezen, al staat er wel een degelijke vleugel en geen van bier doordrenkte tingel-tangel. Als de musici zitting nemen wijkt tenslotte ook de laatste twijfel: Pompoen is geen drank- en vreethol met muziekbehang maar de mooiste jazzclub van Amsterdam.

Nadat het trio van pianist Juraj Stanik, bassist Sven Schuster en drummer Steve Altenberg met twee stukken de toon heeft gezet dient zich een nieuwe verrassing aan in de vorm van Marijn van Veen. Nadat zij de musici heeft voorgesteld begint zij niet te kwelen zoals je dat verwacht van dames in de swing, maar slaat zij opgewekt aan het `tappen'. En wel in een stuk dat elke jazzfan kent: Blue Monk van de legendarische lonely Thelonious (1917-'82), zelf ook nooit wars van een vrolijk dansje. Ze tikt alle accenten van het degelijk thema mee en waagt zich vervolgens aan een improvisatie die oog en oor gelijkelijk streelt: dit is geen goedkope kermis-act, maar trefzeker drummen met de voeten. Dat Altenberg zich tijdens haar solo tot eenvoudige accenten beperkt maakt dat alleen maar duidelijker. In Charlie Parkers My Little Suede Shoes, een favoriet van haar toen ze nog altsax speelde, toont Van Veen (29) nog eens overtuigend dat met ijzer beslagen zolen net zo soepel kunnen wandelen als de schoenen die vroeger door de volksmond als `bordeelsluipers' werden omschreven.

Wordt Marijn van Veen ooit een tappende ster, net als vroeger Bunny Briggs of de fameuze Nicholas Brothers? Er is geen reden haar dat te misgunnen, maar het gaat wellicht ten koste van een paar details die in Pompoen reusachtig vertederen. Haar tapplank van 1 meter 25 in het vierkant, vervaardigd van eerlijk multiplex, en haar spontane presentatie, met een verfrissende dosis zelfspot.

Het trio dat haar bij dit alles loyaal en professioneel begeleidt zou er iets van kunnen leren. Voor hardcore fans mag het best heel streng en Spartaans zijn, maar voor hen die op de drempel van het jazz-Walhalla staan, is een handreiking misschien niet overbodig. Een stuk aan- of afkondigen bijvoorbeeld, daar is toch helemaal niets tegen?

Voor het overige is het Pompoen-`gebeuren' een modern mirakel en dat zal het blijven tot iedereen er `De' heeft voorgezet. Voor jazzfans en zij die op punt staan het te worden geldt voorlopig de raad waar slagers en bakkers zich vroeger van bedienden: vraag niet hoe het kan, maar profiteer ervan.

Concert: Juraj Stanik (piano), Sven Schuster (bas) en Steve Altenberg (drums) met als gast Marijn van Veen (tapdance). Gehoord: Pompoen, Amsterdam. Herhaling t/m 30/12.