Kiek

Michiel Petrus Johannes Roelofsma, van beroep dansonderwijzer, als tamboer-majoor in het uniform der schutterij. De foto, omstreeks 1890 in Groningen gemaakt door de van origine Duitse fotograaf Friedrich Julius von Kolkow (1839-1924), staat in het boek Photographieën & Dynastieën waarin de historicus Henk Wierts een overzicht geeft van de ontwikkeling van de beroepsfotografie in de stad Groningen tussen 1842 en 1940. Het uitgangspunt daarbij is het werk van fotografen die een of meer familieleden hadden die eveneens in de fotografie werkzaam waren. Dergelijke `dynastieën' waren kenmerkend voor het fotografiebedrijf in Groningen. Zo behandelt Wierts vader en zoon Kramer, de uitgebreide families Van der Zijl, Sanders, Cohen en Steenmeijer. Volgens de overlevering kon iemand zich pas een rechtgeaarde `Stadjer' noemen wanneer hij of zij zich door hen had laten portretteren. Het bedrijf van de Steenmeijers, opgericht in 1890 bestaat nog steeds al is het inmiddels in handen van de Ommelander (en daarom buiten het bestek van Wierts' boek vallende) fotografenfamilie Kral.

De ontwikkeling van de fotografie in Groningen verloopt vrijwel parallel aan die in de rest van Nederland. De eerste foto's werden er rond 1842 gemaakt door rondreizende daguerreotypisten, de eerste ateliers werden er in 1850 opgericht, de eerste `Internationale tentoonstelling van photographieën, natuurzelfdruk en kleurendruk' vond er plaats in 1869.

Onder de fotografen van het eerste uur in de stad bevond zich ook Israel David Kiek (1811-1899). Kiek, oorspronkelijk achtereenvolgens schrijnwerker, vleeschhouwer en koopman, zou nadien naam maken als studentenfotograaf in Leiden. Hij is de naamgever van het `kiekje'.

Ook in Groningen lag het accent bij de meeste beroepsfotografen op de portretfotografie, verreweg de meest lucratieve vorm van fotografie in die jaren. Menigeen maakte echter uitstapjes. Zo verdiepte Von Kolkow zich ook in de wetenschappelijke kant van het vak en was hij een verdienstelijk topograaf. Salomon Weinberg (1869-1932) bezigde naast zijn standaard portretwerk ook de kunstfotografie, en maakte onder meer prachtige portretten van het Joodse leven in Groningen. Vader Johan Gerardus en zoon Pieter Bernardus Kramer waren verdienstelijke architectuurfotografen.

Veel van de in het boek opgenomen foto's werden enkele jaren geleden al eens in Groningen geëxposeerd. De uitgave is eigenlijk de (vanwege het gebruikelijke gesoebat om geld) verlate catalogus.

Henk Wierts: Photographieën & Dynastieën. Beroepsfotografie in Groningen 1842-1940.

Egbert Forsten/Profiel, Bedum, ƒ50,–