Job met een laptop

Als Balzac nu rondliep, zou hij romans schrijven over de hel van het moderne zakenleven; en als Kafka een eeuw later was geboren, had Het slot zich afgespeeld in de wachtkamers van de medische zorg. Alan Lightman, de Amerikaanse natuurkundeprofessor die zeven jaar geleden succesrijk debuteerde met Einstein's Dreams, probeert in zijn derde roman deze illustere voorgangers te evenaren. The Diagnosis vertelt het verhaal van een veertigjarige zakenman die plotseling geconfronteerd wordt met een geheimzinnige ziekte. Hoeveel dokters hij ook bezoekt, en hoeveel geldverslindende onderzoeken hij ook ondergaat, een diagnose blijft uit – en genezing al helemaal.

Bill Chalmers is de naam van Lightmans elckerlyc. In het overrompelende eerste hoofdstuk van The Diagnosis zien we hoe hij zich op een mooie junimorgen per trein naar zijn kantoor in de binnenstad van Boston begeeft. Te midden van de laptoppende executives en gsm-ende lotgenoten vergeet hij plotseling bij welke halte hij moet uitstappen, en in het uur dat daarop volgt, verliest hij de rest van zijn geheugen, zijn tas en zijn kleren. Wanneer de politie hem uit de trein haalt, ligt hij in foetushouding naakt op de vloer, met alleen zijn mobiele telefoon in zijn hand.

Geheugenverlies is een mooi thema, en je zou na dit eerste hoofdstuk – knap verteld vanuit het perspectief van Chalmers verwachten dat de rest van het boek beschrijft hoe de hoofdpersoon zijn geheugen langzaam weer terugkrijgt. Maar het is Lightman om andere dingen te doen. Hij laat Chalmers ontsnappen uit het ziekenhuis (waar hij als proefkonijn diende voor een nieuwe machine voor hersenkijkoperaties) en op dezelfde avond nog zijn geheugen terugkrijgen. Tegen zijn vrouw en zijn werkgever zegt hij dat hij bestolen is, in de hoop dat hij zijn gewone leven weer kan hernemen. Eén probleempje moet nog overwonnen worden: op de dag van zijn blackout heeft hij het gevoel in zijn handen verloren, en al gauw blijkt dat die verlamming zich in een snel tempo uitbreidt...

Als een moderne Job wordt Chalmers door de ene na de andere ramp getroffen: de beste neurologen en psychiaters kunnen niet zeggen wat hem mankeert (de lezer gokt op het vermoeidheidssyndroom ME), ontslag op de information processing company is onvermijdelijk, en terwijl hij in een rolstoel terecht komt, ontpopt zijn vrouw zich als een alcoholiste. Ook zijn puberende zoontje vervreemdt van hem, wat enkele hartverscheurende scènes in The Diagnosis oplevert.

Het is duidelijk dat Lightman weinig op heeft met de druk-druk-druk-maatschappij. `Kreeg hij niet wat hij verdiende?' laat hij zijn romanheld denken op het dieptepunt van zijn ellende. `Veertig jaar van zwoegen en rondrennen, en nu dit, verlamd in je pis zitten in een winkelcentrum.' Chalmers komt tot inkeer; hij beseft dat zijn leven als klokslaaf en modelconsument hem al gevoelloos had gemaakt vóór hij het gevoel in zijn ledematen verloor. Maar denk niet dat hij als Job in de Bijbel een happy ending mag beleven. Hij verliest alle hoop, en put ook geen troost uit het inzicht dat zijn lot gedeeld zal worden door vele andere hollow men die de druk van het bestaan niet meer aankunnen.

The Diagnosis is een onbeschaamd moralistisch boek, dat zijn doel voorbij zou schieten als het niet bij vlagen erg goed geschreven was. Het eerste hoofdstuk, met zijn beschrijving van de helse cirkels waarin de bedrijfsforens zich beweegt, is daarvan een goed voorbeeld, maar er zijn veel meer geslaagde scènes. Het eerste bezoek van Chalmers aan zijn internist bijvoorbeeld, een kafkaëske figuur die onzichtbaar is door de op zijn bureau gestapelde dossiermappen en die de voortschrijdende medische techniek als excuus gebruikt om geen diagnose te stellen. Of het hypocriete bedrijfsfeestje bij Chalmers' aanvankelijke terugkeer, waarop iedere werknemer stiekem op zijn horloge staat te kijken en mobiel staat te bellen om de ander een slag voor te zijn. Of de machteloze woede die Chalmers tentoonspreidt wanneer hij in het winkelcentrum een in zijn ogen ideale vader én zakenman tegenkomt.

Lightman had goud in handen met het idee voor The Diagnosis: een symbolische aanklacht tegen het moderne Amerikaanse leven in de vorm van een aangrijpende ziektegeschiedenis. Toch heeft hij er geen verbluffend sieraad uit gesmeed. Hoezeer het boek ook tot doorlezen dwingt, er zijn te veel losse eindjes om van een strak gecomponeerde roman te kunnen spreken. Zo doet Lightman verder niets met de twee doctoren die Chalmers vlak na zijn blackout aan een medisch experiment met de `CGA' onderwerpen; de lezer vraagt zich af of de aandoening van de hoofdpersoon misschien iets met het falen van die apparatuur te maken heeft en dat doet af aan de symbolische kracht van Chalmers' gevoelloosheid. En ook de e-mailromance van Chalmers' vrouw waarvan aanvankelijk grote stukken gereproduceerd worden (inclusief typefouten) blijkt een overbodige uitweiding, voornamelijk bedoeld om een extra modern tintje aan het verhaal te geven.

Goed ontwikkelde romanpersonages hebben nooit Lightmans belangstelling gehad; in Einstein's Dreams en zijn tweede roman Good Benito waren het de ideeën die het verhaal droegen. In The Diagnosis slaagt de schrijver erin om van Chalmers een round character te maken, maar de oppervlakkigheid van de bijfiguren steekt daar des te meer bij af. Misschien was dat Lightmans bedoeling per slot van rekening gedijen satire en symboliek bij karikaturen. Maar ik vond het jammer. Uiteindelijk is The Diagnosis een boek dat je lang bijblijft, maar niet om de literaire perfectie.

Alan Lightman: The Diagnosis. Bloomsbury, 373 blz. ƒ69,- (geb.). Een Nederlandse vertaling komt komend voorjaar uit bij Meulenhoff.