In wit en lichtgrijs

Acht jaar geleden zijn er Collected Stories van William Trevor verschenen; het waren er toen tachtig. Sindsdien is hij een eind over de honderd heen gekomen, met een bundel After the Rain in 1996 en nu The Hill Bachelors. Zijn eerste boek, in 1964, was een roman, The Old Boys, over korzelige bejaarden in een tehuis in zuidwest-Londen; daar zijn er elf aan toegevoegd.

Na zo'n voorgeschiedenis zal niemand die Trevor heeft bijgehouden iets onvoorzienbaars van hem vergen. Het is genoeg dat zijn verhalen altijd geschreven zijn met zo'n gevoeligheid en nauwkeurigheid dat haast niemand zijn reputatie als de beste Ierse verteller sinds Frank O'Connor zal betwisten. Sommige ervan zijn onvergetelijk voor lezers met betrouwbare geheugens, en voor anderen in ieder geval herlezenswaardig. Een uitstekende schrijver; toch hebben ook zijn bewonderaars wel eens boeken van hem overgeslagen.

Het zou jammer zijn als zij dat deze keer deden. De twaalf verhalen in The Hill Bachelors spitsen telkens het opmerkingsvermogen van hun lezer: `Le Visiteur' bijvoorbeeld, over een Engelsman die in een Frans restaurant staart naar de vrouw van een dronken echtgenoot aan een andere tafel en zich verbeeldt dat hij nog nooit zo verliefd is geweest; na de maaltijd begeleidt hij het paar naar hun hotel en heeft naast de slapende dronkaard een vrijage met de vrouw; daarna door haar buitengesloten zit hij in zijn eentje op een rots en vraagt zich af wat hij beleefd heeft. De lezer, even verwonderd, beseft na verloop van tijd dat het avontuur, al waren de omgangsvormen ongewoon, natuurlijk moest lopen zoals het liep. Het is een mooie ontdekking om in stilte te overdenken – zonder uitleg, want het gaat om wat er was, niet om wat erachter zat.

Net zo afgewogen is de conclusie van `The Telephone Game', dat speelt op een huwelijksfeest waar de gasten willekeurige nummers gaan opbellen om te zien wie van hen een gesprek met een onbekende het langst kan laten duren. De bruidegom weet een oude mevrouw te overtuigen dat zij de hoofdkraan van haar water moet afsluiten; zij gaat het doen en komt niet terug aan de telefoon, nog steeds niet als de gasten weg zijn. De man zou de hoorn allang neergelegd hebben, zijn bruid wil dat niet want er kan van alles gebeurd zijn; als zich eindelijk een benauwde stem laat horen hebben zij elkaar in hun onenigheid over deze grap een heel stuk nader leren kennen.

Er komen zelden veranderingen in de omstandigheden van Trevors personen. Zij beleven iets of beseffen iets, en soms gebeurt er iets tamelijk bijzonders, nooit iets ingrijpends. De lezer onderscheidt de stemming, de beperkingen en het tempo van hun levens en kan er zich in spiegelen. Soms lukt het niet met het spiegelen, wanneer Trevor te fijn is gaan tekenen in het wit en lichtgrijs om de aandacht vast te houden. Van zulke gevallen staan voorbeelden in de verzamelde verhalen; in The Hill Bachelors is er eigenlijk maar één van de twaalf, en misschien nog een tweede, waarvan het gezegd zou kunnen worden. Het titelverhaal (vroeger heette zo'n bundel naar die ene titel met `and other stories' er achteraan) gaat over een boerenzoon die na de dood van zijn vader de zorg voor zijn moeder en voor de afgelegen boerderij op zich neemt, en tevergeefs een vrouw probeert te krijgen; de meisjes willen niet ver weg tussen de heuvels wonen. Hij legt er zich bij neer. `Enduring, unchanging, the hills had waited for him, claiming him as one of their own.' Niets gebeurd? Een ware Trevoriaan voelt het dwars door zich heen.

William Trevor: The Hill Bachelors. Viking, 245 blz. ƒ65,55