Heffingskorting

Toelichting:

In de Wet Inkomstenbelasting 2001 verdwijnt de belastingvrije som, het deel van het inkomen waarover geen belasting betaald hoeft te worden. Hiervoor in de plaats komt de heffingskorting. De heffingskorting is een korting op de te betalen belasting. Doordat deze korting niet afhankelijk is van het marginale belastingtarief wordt het voor de niet-werkende partners aantrekkelijker om te gaan werken.

De heffingskorting bestaat uit de algemene heffingskorting en eventuele aanvullende kortingen. De hoogte van de heffingskorting is afhankelijk van de persoonlijke situatie. Iedereen heeft recht op de algemene heffingskorting van 3.473 gulden.De algemene heffingskorting kan worden verhoogd met een of meer van de volgende kortingen:

Algemene heffingskorting: Iedere belastingplichtige heeft recht op de algemene heffingskorting. Partners hebben ieder zelfstandig recht op deze heffingskorting. Zij kunnen deze korting niet overdragen aan hun partner.

Als één van de partners geen of weinig inkomsten (minder dan 10.500 gulden) heeft en dus zijn eigen heffingskorting niet (helemaal) gebruikt, kan hij onder bepaalde voorwaarden (een deel van) het bedrag rechtstreeks uitbetaald krijgen door de Belastingdienst.

Voorwaarde voor uitkering is dat de partner van belastingplichtige voldoende inkomen heeft en voldoende belasting betaalt.

Arbeidskorting: Een belastingplichtige heeft recht op arbeidskorting als hij één van de volgende soorten inkomsten heeft: loon of salaris, winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden. Het moet gaan om inkomsten uit tegenwoordige arbeid.

De hoogte van de arbeidskorting (maximaal 2.027 gulden) is afhankelijk van het gezamenlijk bedrag van de hiervoor bedoelde inkomsten uit tegenwoordige arbeid.

Kinderkorting: Een belastingplichtige heeft recht op kinderkorting als aan de onderstaande voorwaarden wordt voldaan: er behoort in 2001 meer dan zes maanden een kind tot het huishouden van de belastingplichtige en dit kind is op 1 januari jonger is dan 12 jaar (op 1 juli leeftijdgrens naar 16 jaar, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2001) en dit kind is tijdens die periode op het woonadres van belastingplichtige of dat van zijn partner ingeschreven en wordt door één van beiden in belangrijke mate onderhouden en het gezamenlijke verzamelinkomen van de belastingplichtige en zijn partner is niet hoger dan 120.104 gulden.

Aanvullende kinderkorting: Een belastingplichtige heeft recht op de aanvullende kinderkorting als voor hem de kinderkorting geldt en het gezamenlijke verzamelinkomen van de belastingplichtige en zijn partner niet hoger is dan 60.053 gulden.

Combinatiekorting: Een belastingplichtige heeft recht op de combinatiekorting als hij betaald werk heeft waarvoor meer dan 8.678 gulden wordt ontvangen, of de belastingplichtige komt in aanmerking voor de zelfstandigenaftrek voor ondernemers en er behoort in 2001 meer dan zes maanden een kind tot zijn huishouding dat op 1 januari 2001 nog geen 12 jaar was en tijdens die periode op hetzelfde woonadres is ingeschreven. Als beide ouders aan de voorwaarden voldoen, hebben ze allebei recht op deze korting.

Alleenstaande-ouderkorting: Een belastingplichtige heeft recht op de alleenstaande-ouderkorting als hij geen partner heeft en een huishouding voert met een kind dat hij in belangrijke mate onderhoudt en dat op hetzelfde adres woonachtig is en een huishouding voert met geen ander dan kinderen die op 1 januari 2001 de leeftijd van 27 jaar niet hebben bereikt.

Aanvullende alleenstaande-ouderkorting: Een belastingplichtige heeft recht op de aanvullende alleenstaande-ouderkorting als hij: recht heeft op de alleenstaande-ouderkorting en tegenwoordige arbeid verricht en tot zijn huishouden behoort, gedurende een periode van meer dan zes maanden, een kind dat op 1 januari 2001 de leeftijd van 12 jaar niet heeft bereikt. De hoogte van de aanvullende alleenstaande-ouderkorting bedraagt 4,3 procent van de inkomsten uit werkzaamheden buiten de huishouding, maar maximaal 2.779 gulden.

Jonggehandicaptenkorting: De jonggehandicaptenkorting geldt voor de belastingplichtige die in het kalenderjaar een uitkering geniet op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, tenzij voor hem de ouderenkorting geldt.

Ouderenkorting en aanvullende ouderenkorting: zie tabel loon- en inkomstenbelasting.

Korting voor maatschappelijke beleggingen en durfkapitaal: zie tabel groen beleggen.