`Elke dag zie ik die foute wissel weer voor me'

Een te snelle overname van Dennis Rijnbeek (28) kostte de Nederlandse zwemploeg in Sydney `een zekere medaille' op de 4x100 meter vrije slag. Over de keerzijde van olympisch succes. ,,Het moment laat me niet los.''

Zijn gezicht staat op onweer, en niet zonder reden. Zojuist heeft Dennis Rijnbeek vernomen dat de zwembond besloten heeft zijn A-status op te heffen. Weg inkomen, weg verzekering. ,,Met die beslissing had ik na Sydney wel rekening gehouden in m'n achterhoofd. Maar toen het in oktober en november vervolgens stil bleef, dacht ik: dat zit wel goed. Nou, mooi niet dus. Minder dan een maand van tevoren krijg ik te horen dat ik per 1 januari zonder geld zit. Dan ga je ook lekker de kerst in.''

Betaalt hij met terugwerkende kracht alsnog de tol voor zijn te vroege overname in de series van de 4x100 meter vrije slag, die Nederland in Sydney op diskwalificatie kwam te staan? Naar het antwoord kan Rijnbeek, ironisch genoeg lid van de atletencommissie van NOC*NSF, slechts gissen. ,,Maar één ding is zeker: die vroege overname zal niet in mijn voordeel hebben gewerkt, want ik kan me niet voorstellen dat ze bij NOC*NSF op de tafels stonden te dansen toen ik in de fout ging.''

Dat deed ook de ploegleiding niet. ,,Een zekere medaille'' was verloren gegaan, treurde bondscoach Stefaan Obreno op de openingsdag van de Olympische Spelen, vlak na de uitschakeling van de estafetteploeg. Drie maanden na dato maakt de aanstichter van het kwaad, lid van zwemvereniging DWK uit Barneveld, van de gelegenheid gebruik om nog eens uit te leggen wat er precies fout ging. ,,Ik was éénhonderdste van een seconde te snel weg van het startblok. Eénhonderdste! Dat is minder dan één keer met je ogen knipperen.''

Nog dagelijks dwalen zijn gedachten af naar de pijnlijke misser. ,,Als het bij een clubkampioenschap was gebeurd, had er geen haan naar gekraaid. Maar dit was hét toernooi waar iedereen al zo lang naar toe had gewerkt. Het moment laat me vermoedelijk daarom niet los. Het is niet zo dat ik er niet van kan slapen, maar toch. Elke dag opnieuw zie ik het weer voor me: hoe Mark (Veens, red.) net even iets later aantikt dan ik dacht. Het meest vervelende is nog wel dat ik die fout niet kan rechtzetten, hoe graag ik dat ook wil.''

Voor zijn ploeggenoten (Veens, Ewout Holst en Johan Kenkhuis) was Rijnbeek de gebeten hond. ,,De één sprak geen woord meer tegen me, terwijl een ander me het liefst naar de keel was gevlogen. Ach, iedereen heeft recht op zijn emoties. Ik heb het over me heen laten gaan. Ergens begreep ik het ook wel. Net als ik hebben die jongens vier jaar alles gedaan en gelaten voor die ene race, en voor we het goed en wel beseften, was het voorbij. Op zo'n moment vergaat de wereld een beetje.''

Om te voorkomen dat de sluimerende onvrede de sfeer binnen de rest van de ploeg zou aantasten, arrangeerde teammanager Ad Roskam daags erop een teambespreking. ,,Ad zei: `Wie wat op z'n lever heeft, doet nu z'n zegje óf houdt voor altijd z'n mond'. Daarop viel een pijnlijke stilte. Uiteindelijk heb ik het woord genomen. `Woorden kunnen niet goed maken wat er is gebeurd', heb ik gezegd. `Maar neem van mij aan dat ik me net zo klote voel als jullie. Het spijt me, meer kan ik niet zeggen'.''

Hoewel de ergste kou daarmee uit de lucht was, bleek in de dagen daarna de vrede allerminst getekend. Rijnbeek werd genegeerd, maar hij liet zich niet uit het veld slaan. Uiterlijk onbewogen meldde hij zich in de dagen die volgden in het zwemstadion om zijn ploeggenoten aan te moedigen. ,,Ik had natuurlijk twee weken lang met een chagrijnige kop door het olympisch dorp kunnen stappen. Daarmee zou ik vooral mezelf, maar ook de rest van de ploeg tot last zijn geweest. Daarom heb ik besloten om er maar het beste van te maken, hoe moeilijk dat ook was.''

Een bevredigend antwoord op de vraag waarom het fout ging, heeft Rijnbeek nog altijd niet gevonden. ,,We hebben het tig keer geoefend. Het is onzin, maar eigenlijk denk ik nog steeds dat ik op het juiste moment vertrok. Ik weet nog dat ik dacht: nu moet je, anders ben je te laat. Mark lag een halve meter voor. Om die voorsprong vast te houden, kon ik niet treuzelen. Toen ik in de lucht hing, zag ik dat Mark minder ver was dan ik vermoedde. Maar daar kon ik toen niet bij stil staan, want natuurlijk wilde ik bewijzen dat ik ook de finale zou mogen zwemmen.''

Of was Rijnbeek wellicht té gretig, nadat hij drie maanden eerder, bij de EK in Finland, als een veredelde toerist door het water bewoog en titelverdediger Nederland al in de series werd uigeschakeld. ,,Onbewust heeft dat misschien een rol gespeeld'', erkent hij. ,,In Helsinki was sprake van een inschattingsfout, zowel van ons als van de begeleiding. Zo van: we halen het wel even, ongetraind of niet. Dat was fout. Alleen: na afloop kregen Martijn (Zuijdweg, red.) en ik alle shit over ons heen, terwijl de bondscoach zijn straatje schoonveegde. Dat stoorde me, en dat heb ik hem verteld ook.''

`Sydney' was het podium waar Rijnbeek, vier jaar geleden als reserve mee naar Atlanta, afscheid had willen nemen. Zijn onfortuinlijke optreden dwong hem tot een verlengd verblijf in het water. ,,Drie jaar geleden heb ik het zwemmen weer opgepakt, met het oog op Sydney vooral. Als dat vervolgens niet brengt waarop je gehoopt had, wil je verder. Want op zo'n lullige manier kan en wil ik mijn loopbaan niet afsluiten.''

Om die reden deed Rijnbeek begin deze maand mee aan de EK kortebaan in Valencia, ook al begon het lichaam voorzichtig te protesteren na vijftien maanden waarin hij onafgebroken trainde. Bij thuiskomst vloog de pupil van DWK-trainer Mark Faber meteen door naar Azië en Australië, voor wat hij een ,,welverdiende vakantie'' noemt. Hoewel Sydney ook in zijn reisschema is opgenomen, mijdt Rijnbeek de plek des onheils, het Sydney Aquatic Centre. Grijnzend: ,,Lijkt me niet verstandig om daar herinneringen op te halen.''

Nu de zwembond de geldkraan heeft dichtgedraaid, lijkt het afscheid evenwel onafwendbaar. Maar zo vanzelfsprekend is dat niet, zegt de bedrijfseconoom die vorig jaar zijn baan bij een communicatie- en adviesbureau opgaf. ,,Tijdens de vakantie heb ik volop tijd om over mijn toekomst na te denken. Ondanks die fout in Sydney heb ik nog altijd veel plezier in het zwemmen. Sterker nog: afgezien van dat ene rotmoment kan ik terugkijken op een jaar waarin ik bijna al mijn persoonlijke records heb weten te verbeteren.''

Bovendien: wat iedereen ook mag denken en beweren, zo vervelend is het bestaan van een estafettezwemmer niet, verzekert Rijnbeek. ,,Ik ben weliswaar geen Pieter van den Hoogenband, maar één goede dag en ik sta, mede dankzij hem, op het podium met een medaille om m'n nek. Hoeveel sporters kunnen mij dat nazeggen?''

Dit is de derde en laatste aflevering in een serie over sportmensen voor wie 2000 teleurstellend is verlopen.