Elektrische tram

De heer Hofland slaat in zijn column (`Is het denkbaar? CS 08-12-2000) de plank wel heel ver mis, waar hij stelt dat het met het openbaar vervoer in Amsterdam `al tobben was sinds de eerste elektrische tram voor de eerste rit vertrok'. Die eerste tram vertrok op 14 augustus 1900, nadat op 1 januari van dat jaar de Amsterdamse Omnibus Maatschappij gedeprivatiseerd was en daarmee Gemeentetram was geworden. De heren van de OM zagen geen brood in elektrificatie; er waren jaren dat hun paarden tien procent dividend uit de tram trokken, dus waarom zouden ze?

Die eerste elektrische lijn – Leidseplein-Brouwersgracht, een maand later dóór naar de Zoutkeetsgracht – was al meteen een succes. De Amsterdamse gemeenteraad besloot dan ook binnen een jaar tot elektrificatie van het hele tramnet, een operatie die in zes jaar vrijwel rond was. Het aantal passagiers verdubbelde bijna in die jaren: van 24 miljoen in 1900 naar 45 miljoen in 1906. 1913 was het eerste jaar waarin meer dan 100 miljoen passagiers in de tram stapten.

Als er in die eerste decennia al perioden geweest zijn waarin getobd werd, dan zijn daar externe oorzaken voor aan te wijzen, denk maar aan de Eerste Wereldoorlog en de crisisjaren. Maar vanaf de eerste elektrische tram zeker niet!