Eigen schuld

`Het gaat hierbij om drie vragen'', legde de leraar geduldig uit aan een overvolle aula met ouders die voorlichting kregen over de `profielen' die hun middelbare schoolkinderen binnenkort moeten kiezen. Profielen zijn vakkenpakketten die meer alfa- (taal- en cultuur) dan wel bètagericht (natuur en techniek) zijn. ,,De keuze hoeft niet moeilijk te zijn'', vervolgde de leraar met een lichte zweem van ironie, ,,als je antwoord weet op de vraag `wie ben ik', `wat kan ik' en `wat wil ik'.''

Het zijn vragen die menige volwassene met de mond vol tanden doen staan, zich vertwijfeld afvragend of hij deze ooit bevredigend heeft kunnen beantwoorden. Maar de kinderen is dit niet-weten niet gegund: ze moeten kiezen en de keuzes van nu wijzen vooruit naar de beroepen van later.

Er is met de kindertijd iets ingewikkelds aan de hand. Kinderen mogen eerder meepraten maar blijven langer kind: ze hebben een uitgerekt `moratorium' voordat ze `volwassen' verantwoordelijkheden aangaan zoals zelfstandig wonen, de kost verdienen, het krijgen van kinderen. Ze zijn eerder mondig maar later volwassen. Ze worden lang klein gehouden en hoeven veel nog niet, maar ze moeten al over dingen beslissen die niet of nauwelijks zijn te overzien. Het voorstel om twaalfjarigen het beschikkingsrecht te geven over de eigen euthanasie is gelukkig afgeblazen, maar het idee alleen al is een nieuwe mijlpaal in het toenemend belang dat aan de wil van kinderen wordt gehecht.

Als iets kenmerkend is voor deze tijd is het niet alleen de welvaart – een miljard aan kerstinkopen dit jaar – maar ook het belang dat gehecht wordt aan de eigen wil, de zelfbeschikking, de zelfontplooiing, de keuzevrijheid, kortom al die woorden rond zelf, ik en keuze die onder de noemer vallen van individualisering. Ik ben daar niet tegen, ik heb daar ruimschoots de vruchten van geplukt, maar het veronderstelt een `zelf' en een `ik' die weet wat hij of zij wil en het vermogen heeft zichzelf te sturen (dus zijn grenzen kent en daar niet overheen leeft, maar ook zijn kansen benut en niet te bedeesd & onzeker is). Je doet er jaren over om iets als een koers te ontwikkelen, maar de volwassenen van nu doen alsof kinderen deze kunst al jong en als vanzelf verstaan.

Het belang van de eigen wil van kinderen is historisch gezien nieuw. Opvoeden betekende lang het breken van de wil, en het doordrijven van de kinderwil gold als belangrijke opvoedingsfout. Een sterke wil van het kind maakt natuurlijk ook nu menige ouder radeloos, maar ouders weten ook dat je zonder sterke wil in deze tijd niet ver meer komt. Het gaat hierbij ook om het vermogen zichzelf te sturen, wat zo mogelijk nog moeilijker is. Een van de klachten over het studiehuis is dat kinderen zelf moeten bepalen wat ze doen en hoe ze dat doen, terwijl ze soms liever gewoon huiswerk willen en duidelijke opdrachten. Dan weten ze waar ze aan toe zijn en zijn ze op een gegeven moment ook klaar. En vrij. Liever regels van buiten dan de eigen regulering van binnen.

Er is nog een ander probleem met de nieuwe norm van zelfbepaling dat sterk onderbelicht is gebleven. Eigen keuze is ook eigen schuld. Succes wordt als eigen verdienste gezien, en falen als eigen schuld. Er zijn geen verontschuldigingen meer voorhanden op grond van sociale klasse of sekse: als je je kansen niet grijpt is het je eigen schuld. Eigen keuze en eigen verantwoordelijkheid kunnen een beklemmende last zijn die doet terugverlangen naar duidelijke regels en beperkingen die door anderen opgelegd zijn. Liever een humeurige en dwarsbomende God dan de eigen sukkeligheid of wilszwakte. Liever het lot dan mislukken door eigen toedoen. Zelfs liever de beperkingen van de biologie dan de opgave alles te moeten kunnen. Liever een zwangerschap die je overkomt dan een keuze te moeten maken die niet valt te overzien en die in redelijkheid niet te maken valt.

Het religieus regime was natuurlijk ook niet licht. Gods straf voor de zonde kon groot zijn, en de angst voor een wrekende God kon mensen aardig in het gareel houden, meer dan menige mensenwet vermag te doen. Laatst las ik een aardige aardse variant op deze bovenaardse oplossing voor het probleem van de sociale orde. De antropoloog Jet Bakels beschrijft in haar onlangs verschenen proefschrift `Het verbond met de tijger' hoe de angst voor de tijger mensen op Sumatra in het gareel houdt: als de tijger iemand opeet betekent dit dat deze iets verkeerds heeft gedaan. Het is dus zaak zich aan de regels te houden.

God, de tijger, of het regime van de eigen wil en het eigen geweten: het laatste heeft voordelen, maar is niet minder belastend. En kan sterk het verlangen wekken om aan de eigen teugels te ontsnappen. De poging om aan de regels van buitenaf te ontkomen is, daarbij vergeleken, vaak kinderspel.