De VVD verwaarloost ten onrechte haar ideologie

Het gaat goed met de VVD, althans volgens de opiniepeilingen. Maar schijn bedriegt: de partij gaat elk inhoudelijk debat uit de weg en de ideologische grondslag wordt verwaarloosd. Dat zal leiden tot verzwakking van de partij, meent Edwin van de Haar.

Het gaat voortreffelijk met de VVD. Volgens recente opiniepeilingen is de partij op weg om de grootste fractie in de Tweede Kamer te worden. Het vertrek van partijleider Bolkestein lijkt goed te zijn opgevangen door fractievoorzitter Dijkstal. In het post-ideologische tijdperk is zijn pragmatische koers een garantie voor electoraal succes.

Maar schijn bedriegt, want het gaat juist niet goed met de VVD. De Tweede-Kamerfractie en de partijorganisatie kent een aantal zwakke punten. De partijleiding onderschat de mate waarin de kiezer zich blijft bewegen langs de traditionele, op ideologie gebaseerde, links-rechts scheidslijn, wendt zich af van de liberale grondslagen en laat weinig ruimte voor inhoudelijke discussie.

Het is schijnbaar algemeen onderschreven dat ideologie geen rol meer speelt in de politiek. De jaren zeventig, toen socialisten en liberalen een felle ideologische strijd voerden, liggen ver achter ons. Dat komt vooral omdat de socialisten hun positie hebben aangepast en – in de woorden van partijleider Kok – `de ideologische veren hebben afgeschud'. Maar voor liberalen geldt dat hun filosofische grondslagen onverkort een basis kunnen bieden voor het politieke handelen.

Ondanks de aanpassingen in de ideologie van grote delen van de sociaal-democratie, blijft een behoorlijk aantal politieke en maatschappelijke bewegingen socialistische standpunten voorstaan. Natuurlijk zijn er nog onveranderde delen binnen de PvdA. Andere politieke partijen, met name de ChristenUnie, GroenLinks en de SP, maar zeker ook organisaties als de Dierenbescherming, Greenpeace, Milieudefensie en de vakbonden kunnen niet als `rechts', of `liberaal' worden beschouwd. Reden genoeg dus voor de VVD om zich tegen de standpunten van deze bewegingen te verzetten op basis van de liberale grondslagen.

Ook om electorale redenen dient de VVD zich onverminderd ideologisch op te stellen. Onderzoek van de Leidse politicologen Koole en Van Holsteyn wijst uit dat kiezers weliswaar in toenemende mate als `zwevend' bestempeld kunnen worden, maar dat juist de scheidslijn `rechts-links' zeer herkenbaar blijft voor het electoraat. VVD-kiezers en -partijleden vinden van zichzelf dat zij aan de rechterkant van het politieke spectrum staan. Dat blijkt bijvoorbeeld uit hun standpunten ten aanzien van sociaal-economische onderwerpen, maar ook uit hun opstelling in het vreemdelingendebat. Het is voor de VVD dus zaak om electoraal herkenbaar te blijven – zoals dat goed gelukt is met de opstelling in het asieldebat – juist om de zwevende kiezer aan te kunnen trekken. Het electorale lot van het notoir pragmatische D66 mag hiervan tevens als bewijs dienen.

Maar vreemd genoeg denkt fractieleider Dijkstal daar anders over. Recent heeft hij laten weten zich nooit thuis te hebben gevoeld in het hokje `rechts' en een uitgesproken afkeer te hebben van ideologische debatten. Liever, zo hebben ook journalisten van diverse media (onder meer Elsevier) opgemerkt, houdt Dijkstal zich stil op de politieke achtergrond. Zijn strategie is blijkbaar om zo min mogelijk aandacht te trekken, zodat de kiezer niet van de VVD vervreemd raakt. Dat lijkt een slechte zaak, omdat hiermee de electorale profilering op den duur juist verbleekt.

De pragmatische koers van Dijkstal past in een aantal opzichten wel bij de VVD. Liberale politici hebben nooit erg veel interesse gehad in de liberale grondslagen. Twee interne debatten over dit thema waarmee werd begonnen aan het begin en halverwege de jaren negentig door onder anderen Bolkestein, liepen uit op faliekante mislukkingen. Een zakelijke discussie bleek niet mogelijk.

Ook andere onderwerpen blijven onbesproken in de VVD. De afgelopen maanden bleek dat over brede maatschappelijke ontwikkelingen als de opkomst van informatie- en communicatietechnologie (ICT) en de moderne biotechnologie pas partijbreed wordt gesproken nadat zij reeds tot wasdom zijn gekomen. Een samenhangend politiek standpunt komt op deze wijze veel te laat tot stand: terwijl op de beurs al menig ICT en biotechnologiebedrijf staat genoteerd, gaat de VVD pas voor het eerst nadenken over de impact van dit soort ontwikkelingen. In het verleden heeft dit gebrek aan samenhangende discussie ertoe geleid dat VVD-parlementariërs van elkaar verschillende standpunten over de moderne biotechnologie hebben ingenomen.

Interne onenigheid wordt binnen de VVD in de regel niet uitgesproken, maar verdoezeld. Een mooi voorbeeld hiervan is de gang van zaken rond de Europese integratie in het algemeen en het Europese defensiebeleid in het bijzonder. Sedert begin jaren negentig is Europa een potentiële splijtzwam binnen de VVD. Er is een groep euro-enthousiasten en er zijn veel (Kamer)leden die een behoudende koers willen volgen. Dat kwam bijvoorbeeld vorig jaar weer eens aan het licht toen Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk de totstandkoming van een Europese defensiemacht in een hogere versnelling zetten. De Nederlandse regering aarzelde, omdat de VVD-ministers Van Aartsen en De Grave onder druk stonden van hun partijgenoten in het parlement, die geen voorstander van deze ontwikkeling waren.

In diezelfde periode organiseerde de VVD-partijorganisatie (toevalligerwijs) een discussiedag over defensiebeleid. Men zou verwachten dat op die dag de Europese defensie centraal stond. Niets was minder waar: het hele onderwerp werd niet eens besproken en in zijn afsluitende speech gaf Dijkstal expliciet aan het thema te willen vermijden. De angst voor discussie bleek te overheersen.

Deze voorbeelden geven aan dat het met het discussieklimaat in de VVD beroerd gesteld is. Dat is niet alleen slecht voor de partijleden van de VVD, maar zeker ook voor de kiezer. Want als de partij die op het punt staat de grootste van het land te worden niet, of niet op tijd, over belangrijke maatschappelijke ontwikkelingen discussieert, dan staat de kiezer in zijn hemd.

Op de lange duur zorgt dit gebrek aan inhoudelijke discussie en het verwaarlozen van de ideologische grondslagen voor een verzwakking van de VVD, omdat de kiezer de partij niet meer herkent. Daar moet de VVD iets aan doen. Want het is prima om naar zoveel mogelijk macht te streven, maar dan moet je, populair gezegd, wel wat te melden hebben. Maar daar schort het voorlopig nog danig aan.

Drs E.R. van de Haar MSc is lid van de VVD. Dit artikel is een bewerking van een bijdrage aan het decembernummer van Liberaal Reveil, het blad van het wetenschappelijk instituut van de VVD.