De laatste vrije Apachen

In oktober 1927 reizen Francisco Fimbres en zijn vrouw Maria met twee van hun kinderen van hun woonplaats Nacori Chico in Noord-Mexico naar een naburig stadje veertig kilometer verderop. Ze zijn te paard en volgen een steil bergpad hoog de Sierra Madre in. Dan, vlak om een scherpe bocht, worden ze overvallen. De rovers sleuren Maria omlaag, snijden haar keel af, smijten haar lichaam in een ravijn en gaan ervandoor met het 3-jarige zoontje dat ze bij zich droeg. Francisco, ongewapend, blijft in shocktoestand achter, met zijn 2-jarige dochter. Hij heeft de aanvallers herkend: Apache-indianen, bijna een halve eeuw nadat de laatsten van hen zich officieel, onder leiding van hun medicijnman Geronimo, hadden overgegeven en waren gedeporteerd naar reservaten.

Het brute voorval creëerde een internationale sensatie. Kranten in New York en Los Angeles pikten het gretig op als een herinnering aan het Oude Westen. Francisco Fimbres zelf zwoer wraak, en kreeg steun van vrijwilligers, die met hem de bergen introkken op jacht naar de Apachen. Ook antropologen spitsten hun oren. De overval op het Fimbres-gezin was het bewijs dat lang na de Apache-oorlogen die het gebied vanaf de zeventiende eeuw hadden geplaagd, nog steeds voortvluchtige indianen leefden in de bergen van Noord-Mexico.

Een van die wetenschappers was Grenville Goodwin (1907-1940), een jonge linguïst en etnograaf, die op het San Carlos reservaat in Centraal-Arizona kennis had gemaakt met de Apachen. Zijn Social Organization of the Western Apache (1940) maakte samen met Morris Oplers Apache Life-Way (1941) duidelijk dat de Apachen een complexer volk waren dan de archetypische bruten die toen al tot het vaste repertoire van de populaire pers hoorden. Goodwins notities waren zo omvangrijk, dat er na zijn vroege dood in 1971 nog een nieuw werk uit werd samengesteld, Western Apache Raiding and Warfare, dat onder meer gesprekken bevatte met Apachen die als scouts voor het leger hadden gewerkt in de grote campagnes tegen Geronimo en andere Apachen die zich niet schikten in hun lot op de reservaten.

In het jaar van zijn dood werd ook Goodwins enige zoon geboren. Neil Goodwin trad in het voetspoor van de vader die hij nooit had gekend, en maakte documentaires over de Apachen. Met The Apache Diaries heeft hij nu een klein, mooi hoofdstuk toegevoegd aan de geschiedenis van dat volk én die van zijn vader. Grenville Goodwin, gelokt door het bericht van de Apachen in de Sierra Madre, maakte in de jaren dertig twee lange reizen door het noorden van Mexico. Hij bezocht enkele ontruimde kampementen van de indianen, opgespoord door Mexicanen op zoek naar wraak voor de overval op de Fimbres-familie, maar de Apachen zelf ontglipten hem. Aan de hand van het dagboek van zijn vader volgde Neil diens route op talrijke reizen, van 1976 tot 1999. Zijn verslag van die reizen, gecombineerd met passages uit het dagboek van zijn vader, maakt van The Apache Diaries een geslaagd menselijk document. Neils schets van zijn vader is even voorzichtig en subtiel als zijn beschrijving van het ruige Mexicaanse landschap en de stugge informanten die hij opspoort.

Wraak

Hoe liep het af met de `wilde' Apachen? Neil Goodwin verzamelt alle mogelijke stukjes van de puzzel, uit zijn vaders dagboek, lokale kranten en gesprekken met oudgedienden. Het beeld is grimmig. Om hoeveel indianen het ging is nooit duidelijk geworden; vermoedelijk hooguit om tientallen. Francisco Fimbres kreeg in elk geval zijn wraak: een foto uit april 1930, opgenomen in het boek, laat hem zien terwijl hij de scalpen omhooghoudt van drie Apachen, een man en twee vrouwen. Ze waren kort daarvoor gedood bij een overval van Fimbres' posse op hun rancheria. Zijn zoontje kreeg Fimbres er niet mee terug: de woedende Apachen stenigden de jongen.

Nog was het geweld niet afgelopen. In 1932 werden twee andere rancherias van Apachen aangevallen. Neil Goodwin spoorde de familie op van een gevangen Apache-meisje, Bui (`Ogen van een uil'), dat in 1932 werd geadopteerd door een Amerikaans echtpaar. Na haar gevangenneming had Bui een andere antropoloog al verteld over het harde leven in de bergen. Ze was vaak bang geweest, er mocht niet worden gezongen uit angst voor de Mexicanen, en wapens, voedsel en kleding waren altijd schaars. Neil vindt de stiefzus van Bui (herdoopt tot Carmela Harris) en hoort tussen de oude schoolfoto's hoe het haar verging. Het weesmeisje, een van de laatste `wilde' Apachen, stierf in 1971 bij een ongelukkige val tijdens een verblijf met haar stiefmoeder in Italië.

Goodwin senior was een van de eerste onderzoekers die de Apachen uitgebreid zelf aan het woord lieten. Vooral historici hebben lang moeite gehad met het subjectieve karakter van zulke oral history, zeker wanneer die werd opgetekend door een autodidact. Dat ondervond Eve Ball (1890-1984), een onderwijzeres die in de jaren veertig bevriend raakte met bewoners van het Mescalero-reservaat in Nieuw-Mexico en hun verhalen begon op te schrijven. Haar publicaties werden door historici aanvankelijk met scepsis ontvangen, een doorbraak kwam pas in 1980 met Indeh, een uitvoerige orale geschiedenis van de Chiricahua Apachen. Ball verfraaide hun verhalen soms, maar bleek doorgaans betrouwbaar. Zelf was ze er vooral trots op dat ze de Apachen een geschiedenisboek had gegeven waarin zij eindelijk eens hun eigen woorden konden nalezen.

Exodus

Ball overleed in 1984, maar net als Goodwin liet ze een grote hoeveelheid notities en halve manuscripten na. De journaliste Sherry Robinson heeft in Apache Voices niet eerder gepubliceerde fragmenten en gesprekken verzameld. Het levert een interessant boek op dat tal van nieuwe details en anekdotes biedt over de diverse Apache-groepen. Ook Eve Ball krijgt een paragraaf, waarin haar vriendschap met de Apachen wordt gereconstrueerd, haar moeizame erkenning door de academische wereld, en haar vete met Mescalero-stamleider Wendell Chino, een ambitieuze `modernist' die vond dat de Apachen er beter aan deden het verleden te laten rusten. Hij bracht het reservaat economisch tot ontwikkeling, maar kwam in conflict met Ball doordat hij de stamleden ontmoedigde, of zelfs verbood, met haar te praten.

Mysterieus blijft, ook in dit boek, de figuur van Lozen, een vrouwelijke krijger en sjamaan die figureert in de verhalen van één van Balls informanten. Lozen was volgens hem een zus van de oorlogsleider Victorio, die zijn stam in 1880 op een spectaculaire exodus naar Mexico leidde. Historici hebben getwijfeld aan het bestaan van dit romantische personage, van wie één (onzekere) foto bestaat, maar die niet werd genoemd door Goodwin of Opler en die zelf nooit on the record is ondervraagd. Robinson verdedigt Ball op dit punt; veel Apachen weigerden volgens haar uit respect over Lozen te praten. Ze heeft bovendien in Balls archieven geen enkele aanwijzing gevonden dat Lozen aan haar fantasie zou zijn ontsproten. Ball was haar bronnen trouw en had een goede neus voor de (blanke) bedriegers die zich in de loop der jaren, toen de marktwaarde van de indianen was toegenomen, aandienden als nazaten van Cochise of andere beroemde Apachen.

Het werk van Goodwin en Ball is van grote waarde voor wie een direct beeld wil krijgen van het Apache-leven. Goodwin is in het voordeel doordat hij de taal beheerste, terwijl Ball hooguit een paar honderd woorden kende en in het Engels moest werken met de Apachen. Maar zij slaagde erin de herinneringen vast te leggen van een groot aantal Apachen die het einde van hun oude manier van leven nog hadden meegemaakt. Geen van beiden verviel in de manipulatie die het nog altijd beroemde werk kenmerkt van de fotograaf Edward Curtis (die indianen liet poseren als Griekse beelden en ze soms zelfgemaakte klederdracht liet aantrekken). En evenmin in de overdreven identificatie met het onderwerp van de etnograaf Frank Cushing, die in 1890 bij de Zuni ging wonen en zijn brieven voortaan ondertekende met `F.H. Cushing, Eerste Oorlogsleider van de Zuni'. Zulk halfgaar exotisme is gelukkig afwezig in het werk van deze twee bescheiden, onvermoeibare verslaggevers.

Grenville Goodwin en Neil Goodwin: The Apache Diaries.

A father-son journey. University of Nebraska Press, 284 blz. ƒ82,65

Sherry Robinson: Apache Voices. Their stories of survival as told to Eve Ball. University of New Mexico Press, 272 blz. ƒ95,70