De grenzen van Nice

In Dezer Dagen van 19 december vraagt J.L. Heldring zich af of het `magere' resultaat van Nice aangeeft dat de grenzen van het integratieproces bereikt zijn. BZ-ambtenaar Van Schaik had dat al in 1966 vastgesteld en SP-fractievoorzitter Marijnissen had dat in het Kamerdebat nog eens dunnetjes overgedaan. Dat die grenzen sinds 1966 toch nogal wat opgerekt zijn met successieve uitbreidingen en verdiepingen van het integratieproces, laatstelijk in de Europese Acte, in Maastricht en in Amsterdam, is overigens allang in het geschiedenisboek bijgeschreven. En in Nice zijn belangrijker besluiten genomen dan die ene stem meer voor Nederland.

Maar toch heeft Heldring gelijk als hij veronderstelt dat er een grens bereikt lijkt te zijn. Dat is niet de grens van wat er in het Europese eenwordingsproces aan vooruitgang geboekt kan worden, maar hoe wij met z'n vijftienen en straks in de twintigen verder kunnen komen. Er is een breder overlegpatroon nodig dan het in beslotenheid bijeenkomen van regeringsleiders of ministers wil men tot besluiten komen die een draagvlak hebben in het geheel van de Europese burgers. De `conventie' die het nog onvolkomen Europese Handvest van de Grondrechten tot stand bracht, kan als model dienen voor een samenspraak die de grote lijnen van de toekomstige ontwikkeling van de Unie aangeeft. Externe factoren zijn er ook nu nog genoeg: de handhaving van een eigen, Europese identiteit in verscheidenheid tegenover de uitwassen van de globalisering, de lessen van Bosnië en Kosovo en het effect over een jaar van de invoering van de euro zou wel eens een `interne' factor van betekenis kunnen worden. Het in Nice mogelijk gemaakte nauwere samengaan van een beperkt aantal EU-landen komt daarmee ook op Nederland af. De grenzen van wat met nachtelijke onderonsjes van regeringsleiders te bereiken is, mogen duidelijk geworden zijn, de grenzen van een verdere uitbouw van Europa in een steeds kleiner wordende wereld zijn daarmee nog niet gesteld.

    • Oud-Voorz.Europese Beweging in Nederland
    • Bob Molenaar