De boeren van Jiangxi pikken het niet langer

Jiangxi was ooit de plek waar Mao de boerenrevolutie predikte en, nog vóór de Lange Mars, zijn eerste communistische bases vestigde . Nu vechten arme boeren er tegen corrupte partijbestuurders die hen met volstrekte willekeur bejegenen.

Toen twee weken geleden politiewagens over het rode zandpad kwamen aandenderen, hield heel Dongtougan zijn adem in. Uit de auto's stapten geen geüniformeerde agenten, maar een groepje mannen in burger met metalen knuppels in hun handen. Ze liepen naar het huis van Liang Jianping af, de 36-jarige boer die had gewaagd te klagen over de belastingdruk in zijn dorp. Maar Liang was net even plassen in zijn achtertuin. Toen hij doorkreeg dat het ongure gezelschap naar hem op zoek was, zette hij het op een lopen.

Het tochtige portaal van het huis van Liang loopt vol wanneer hij zijn verhaal doet. Hij heeft een hoop medestanders in Dongtougan. Het dorpshoofd legt broederlijk een arm om zijn schouders. ,,Ze kunnen ieder moment terugkomen'', zegt Liang, ,,maar dat weerhoudt mij niet.'' Liang is een man die voor zichzelf en zijn dorpsgenoten opkomt. ,,Kom hier over vijf jaar weer en we zitten allemaal in de nor'', zegt hij. Zijn vrienden lachen. ,,Ja, of een boerenopstand heeft de corrupte bureaucraten van hun voetstuk geworpen!''

De boeren van Dongtougan zijn ten einde raad. Sinds enkele jaren betalen ze meer belasting dan ze verdienen en ze hebben stuk voor stuk grote schulden. Alle inkomsten gaan op aan de heffingen die het bestuur van het Lanfang-district, in de Zuid-Chinese provincie Jiangxi, hen willekeurig oplegt. Wat zij niet kunnen ophoesten, confisqueren de ambtenaren in natura. De een heeft zijn televisietoestel moeten inleveren, de ander zijn os.

Maar de boeren zijn zich dankzij Liang bewust geworden van hun rechten en laten van zich horen. De `Handleiding voor de vermindering van de lasten der boeren' was een ware eye-opener geweest voor de dorpelingen van Dongtougan. Liang had er 140 exemplaren van gekocht en ze onder de dorpelingen verspreid. Het boekje was uitgegeven door een ijverige en oprechte ambtenaar van het provinciebestuur van Jiangxi en stond boordevol tips. De inhoud bevestigde de donkerbruine vermoedens die al lang bestonden in Dongtougan. Het merendeel van de heffingen die het bestuur van Lanfang met steeds grotere regelmaat kwam innen, bleek verboden.

Liang was onmiddellijk, met het boekje in de hand, naar Lanfang vertrokken. Hij ging persoonlijk gerechtigheid halen. De handleiding was zijn bewijs. Daarin stonden immers de regels zoals zij door de centrale overheid waren opgesteld. En met premier Zhu Rongji op de omslag, de man die voor rechtvaardigheid staat en niet met zich laat spotten, voelde hij zich zo sterk als een trek-os. Nu wist Liang ten minste zeker dat de slachtbelasting niet door alle familieleden betaald hoefde te worden, dat de belasting voor het kappen van een boom niet eens bestond, dat belasting in de vorm van verplichte arbeid was verboden en dat heffingen voor de aanleg van een weg of elektriciteitbekabeling onrechtmatig waren.

De ambtenaren van Lanfang schrokken zich een ongeluk. ,,Je moet weten dat wij ook onder druk staan'', hadden ze tegen Liang gezegd. ,,We hebben vele monden te voeden, we kunnen niet anders.'' Of Liang de boekjes misschien wilde inleveren – in ruil voor een goed baantje als opzichter bij het Bureau van bestrating. Maar Liang weigerde, en dat had de ambtenaren furieus gemaakt. Het provinciebestuur werd ingeschakeld en legde de verkoop van de handleiding in heel Jiangxi aan banden. Ambtenaren gingen de deuren langs om alle boekjes die al in de omloop waren, in beslag te nemen. De ambtenaar die het had geschreven, werd de laan uit gestuurd.

In Jiangxi hadden ze de buik vol van assertieve boeren. Eind augustus waren tenminste tienduizend boeren in een aangrenzend district de straat op gegaan om te protesteren tegen de onredelijke heffingen en de corrupte belastingfunctionarissen. In vier districtscentra gooiden de woedende boeren de ramen in van overheidsgebouwen en plunderden zij de huizen van kaderleden van de partij die van corruptie werden verdacht. Overhaast aangerukte paramilitaire troepen hadden zes dagen nodig om de orde te herstellen. En navraag ter plaatse leert dat er drie doden bij die onlusten vielen, en dat meer dan veertig boeren in de gevangenis verdwenen.

De onrust in Jiangxi is zo omvangrijk geweest dat zij de aandacht van de regering in Peking heeft getrokken. Er is een speciaal onderzoeksteam naar Fengcheng gestuurd, het district waar de boeren zo massaal in opstand zijn gekomen. En opmerkelijker nog, China's belangrijkste televisiestation, China Central Television, heeft tijdelijk de vrijheid gekregen te rapporteren over het pleidooi van boer Liang en de zijnen, en de openlijke weigering van het provinciebestuur de nationale regelgeving op het belasten van boeren na te leven.

In het programma `Een half uur economie', waarin ongewoon directe onderzoeksjournalistiek van Chinese bodem wordt gepresenteerd, zegt een kaderlid uit Lanfang dat hij weet dat bepaalde heffingen tegen de regels zijn. ,,Maar van ons wordt verwacht dat we ieder jaar meer inkomsten genereren dan het jaar ervoor'', zegt hij. En hoe had de journalist gedacht dat zij die eis kunnen inwilligen terwijl de economische ontwikkeling op het platteland stagneert, zoals iedereen weet? ,,We worden met ontslag bedreigd als er geen geld komt, maar we kunnen niet toveren.'' Dan vraagt de verslaggever of de ambtenaar vindt dat hij het recht heeft de boeren dom te houden door hen niet op de hoogte te stellen van de regels die door de centrale overheid zijn opgesteld. De ambtenaar reageert met een stilzwijgen.

Peking maakt zich grote zorgen over de onrust. De regering is zich er pijnlijk van bewust dat de communistische overwinning, vijfig jaar geleden, in de eerste plaats op het platteland en met de steun van de boeren werd behaald. Maar de economische vernieuwing van de laatste twee decennia is grotendeels aan de boeren voorbij gegaan omdat de partij zich vooral heeft bezig gehouden met het wel en wee van haar staatswerknemers in de steden. Uitgerekend in Jiangxi had de Communistische Partij een van haar grootste en sterkste bases. Maar niets van de revolutionaire glorie van eertijds is er terug te vinden. De communisten van Jiangxi zijn corrupt, zoals algemeen bekend is. De afgelopen twee jaar heeft de provincie naar eigen zeggen 7.700 leden ,,om ideologische redenen'' uit de partij gezet. De ter doodveroordeling van Hu Changqing, de wegens corruptie aangeklaagde vice-gouverneur van de provincie, was ook al geen geruststelling.

Xie Yang, een econoom van de Ontwikkelings- en onderzoeksraad van het Chinese kabinet, heeft aangedrongen op bezuinigingen binnen de regionale besturen – opdat minder ambtenaren door de boeren hoeven te worden onderhouden. Politici hebben voorgesteld de veelheid aan belastingen te vervangen door een enkele heffing.

Maar de boeren in Dongtougan geloven er niet in. Een van hen haalt een beduimelde kopie van een krantenbericht over een toespraak van vice-premier Wen Jiabao uit zijn binnenzak te voorschijn. De vice-premier somt acht belastingen op die verboden zijn. ,,Maar wie dwingt het af?'', vraagt Liang Jianping. Iedereen in China begrijpt dat wanneer Peking nieuw beleid wil uitvoeren, de ambtenaren doen alsof ze luisteren. Maar wanneer de storm is gaan liggen, gaan ze gewoon weer verder met wat ze altijd hebben gedaan. ,,Het bewijst voor mij alleen dat de regering en de partij geen invloed meer hebben op wat er in de regio gebeurt'', zegt Liang.

Wat de boeren rest, is protesteren of vertrekken. Li Changping, een oud-partijvoorzitter uit de provincie Hubei, geeft in een eerder dit jaar door de regering gepubliceerd pleidooi, uitleg aan die keuze. Tachtig procent van de boeren in zijn district hebben schulden. Hetzelfde aantal had vijf jaar geleden nog spaargeld op de bank staan. De afgelopen vier jaar zijn 25.000 van de 40.000 boeren daarom maar vertrokken. Maar in Dongtougan is zelfs vertrekken geen optie meer. ,,Reizen kost geld. En in de stad maken alleen meisjes nog een kans'', weet Liang Jianping. ,,We zijn veroordeeld tot ons land.'' En zolang ze de rode aarde blijven ploegen, zijn ze overgeleverd aan de grillen van de corrupte ambtenarij.