Belastingvrij beleggen in bos en bio

De heffing op rendement op beleggingen is een van de veelbesproken wijzigingen van het belastingstelsel. Sommige beleggingen blijken voor de fiscus meer gelijk dan anderen.

Zou het toeval zijn dat uitgerekend een staatssecretaris met de naam Bos het beleggen in onder meer tropische regenwouden fiscaal aantrekkelijk maakt? Ja, dat is toeval, maar feit is wel dat groen beleggen, zoals dat heet, ook in het nieuwe belastingstelsel fiscaal zeer voordelig is. Net als andere sociaal-ethische beleggingen en het investeren in durfkapitaal overigens.

Jaarlijks wordt er voor ongeveer 2,2 miljard gulden groen belegd. Het klinkt allemaal goed en vooral verantwoord: beleggen in het regenwoud in het Amazone-gebied of investeren in biologische landbouw in eigen land. De maatschappelijk geëngageerde geldschieter steunt teakhout-bossen, de opwekking van duurzame energie en andere natuur- en milieuvriendelijke projecten.

Maar al deze projecten blinken nu niet echt uit in torenhoge rendementen, en, eerlijk is eerlijk, ook de milieuvriendelijke belegger wil waar voor zijn geld. Daarom doet de fiscus net alsof groene beleggingen een beetje anders zijn dan reguliere beleggingen.

De regeling is oorspronkelijk in 1994 bedacht door, hoe kan het ook anders, toenmalig Kamerlid en inmiddels oud-staatssecretaris van Financiën Willem Vermeend (PvdA). Vermeend constateerde dat projecten die beleggen in nobele zaken als het regenwoud en de biologische landbouw maar moeilijk aan geldschieters kwamen. Het rendement op dergelijke projecten ligt nu eenmaal lager dan op een gemiddeld AEX-fonds. Het gedreven Kamerlid, niet vies van enige sturende werking van fiscale regelingen, bedacht toen de regeling groen beleggen. De basis daarvan bestond uit een rentevrijstelling voor rendementen op groene beleggingen, die het lage rendement deels moesten compenseren.

In het nieuwe belastingstelsel is echter geen sprake meer van een vrijstelling op de behaalde rente, simpelweg omdat het gerealiseerde rendement niet meer ter zake doet. In plaats daarvan is de veelbesproken Box 3 gekomen, waarachter de vermogensrendementsheffing schuil gaat. Die gaat uit van een vast, forfaitair rendement van 4 procent over het belegde vermogen en heft daar vervolgens dertig procent belasting over. Netto betekent dat 1,2 procent belasting over het vermogen.

Om te voorkomen dat de groene beleggers de door een meerderheid van de Kamer als zeer belangrijk geachte groene projecten massaal de rug toekeren, bedacht (inmiddels) staatssecretaris Vermeend in 1997, bij het opstellen van de Verkenning, een nieuwe regeling. Na wat gesleutel in het wetgevend proces de afgelopen 12 maanden resteert een aantrekkelijke regeling. Zo krijgt eenieder die groen belegt een vrijstelling in Box 3 van maximaal 103.539 gulden per persoon. Ook mag een extra heffingskorting van 1,3 procent (maximaal 1.346 gulden) van het belegde bedrag worden afgetrokken van de loon- en inkomstenbelasting in Box 1. Zo ontstaat een voordeel van 2,5 procent van het groenbelegde vermogen (1,2 procent rendementswinst plus de korting in Box 1).

Een project is echter niet zomaar groen. De vrijstelling kan pas verkregen worden als de minister van Milieu en die van Financiën, in overeenstemming met de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en die van Verkeer en Waterstaat daar hun fiat aan gegeven hebben.

Bij de behandeling van de stelselherziening gingen er in de Kamer stemmen op om `groen' te differentiëren in lichtgroen en donkergroen. Al naar gelang een project meer gericht is op het milieu en minder op de rendementen, zou dat de kwalificatie donkergroen moeten krijgen. Omgekeerd zouden `meer normale' beleggingsfondsen die `toevallig' ook groen zijn het stempel lichtgroen krijgen. Het voorstel kreeg, mede op aandringen van de huidige staatssecretaris van Financiën Wouter Bos, geen steun. Pas als halverwege 2001 de regeling groen beleggen wordt geëvalueerd is er mogelijk ruimte om het kaf van het koren te scheiden.

Los van de vrijstellingen weten de groenfondsen in sommige gevallen overigens nog behoorlijke rendementen te maken. Triodos Bank NV, specialist in groenfondsen en in 1995 de eerste bank die groene beleggingfondsen ging aanbieden onder het nieuwe belastingregime, heeft onderzoeksinstituut Nyfer ingeschakeld om beleggers over de streep te trekken. Triodos investeert onder meer in meer dan 100 groene projecten, variërend van het eerste biologisch-dynamisch werkende bedrijf in Nederland tot een windpark bij de Kreekraksluis in Zeeland. Het gecorrigeerde rendement van Triodos Groenfonds bedroeg afgelopen jaar 5,4 procent, meer dan het forfaitaire rendement van 4 procent op jaarbasis dus.

Mensen die nóg meer willen profiteren van groen beleggen moeten snel zijn. Zij die voor 1 januari aanstaande nog beleggen in een groenfonds vallen de komende tien jaar niet onder de maximumgrens van ruim een ton. Anders gezegd: mensen die bijvoorbeeld twee ton over hebben en maximaal willen profiteren van de voordelen van het nieuwe stelsel, moeten dat snel investeren in een groenfonds en zij profiteren dan in ieder geval van een belastingvoordeel van bijna 5.100 gulden, los van de behaalde rendementen.

Groen is dus hot in het nieuwe stelsel. Maar ook beleggingen in sociaal-ethische fondsen en investeringen in durfkapitaal vallen onder dezelfde gunstige fiscale regeling. Het totaalbedrag aan groene en sociaal-ethische beleggingen bedraagt maximaal 103.539 gulden per belastingplichtige (geïndexeerd voor 2001) en daarnaast kan ook nog eens eenzelfde bedrag fiscaal gunstig worden belegd in wat in de volksmond ,,de opgerekte Tante Agaath-regeling'' is gaan heten. Durfkapitaal is geld dat gestoken wordt in startende ondernemingen waar over het algemeen een hoog risico aan verbonden is. In totaal kan iedere belastingplichtige dus voor ruim twee ton fiscaal aantrekkelijk beleggen in verantwoorde fondsen. Sommige beleggingen zijn nu eenmaal meer gelijk dan andere.