Bang vogeltje met scherpe snavel

Het CS portretteert zeven personages uit J.J. Voskuils romanserie `Het Bureau'. Tot slot: Nicolien Koning

,,Ik ben getrouwd met een man die samen met mij tegen de maatschappij was, en die ging ineens zijn tijd aan een baan besteden! In plaats van aan mij!''

In 1960, Maarten Koning werkt dan al een paar jaar op Het Bureau, pikt zijn vrouw Nicolien het niet langer. Hij heeft een bandrecorder mee naar huis genomen en daarmee zichzelf ontmaskerd als iemand die om techniek geeft. `Weet je na zestien jaar nog niet dat ik zulke rotzooi niet in mijn huis wil!', schreeuwt ze.

Ze zijn al met elkaar sinds 1944, toen ze allebei nog in Den Haag woonden. Hij de zoon van een bekende journalist, zij de dochter van een straatarme werkloze. In mei 1950 zijn ze getrouwd, tot stomme verbazing van Maartens Amsterdamse studievrienden. In Voskuils debuutroman Bij nader inzien zegt een van hen dat ze niets begrepen van dat huwelijk: `Onvoorstelbaar dat jullie met elkaar naar bed gingen.'

Inderdaad: onvoorstelbaar, ook voor de lezers van Voskuils boeken. In alle jaren dat Nicolien en Maarten samen zijn (Het Bureau loopt tot 1989) is seksualiteit taboe. Ze praten er nooit over. In Bij nader inzien en zeven delen Het Bureau wordt twee keer een verlegen suggestie gewekt van echtelijke seks. Tijdens hun huwelijksreis legt Nicolien een idiote ruzie, die al meteen uitmondt in een dreigement met echtscheiding, in de hotelkamer bij met de vraag: `Zal ik bij je komen?' Als ze 34 jaar getrouwd zijn slapen ze nog steeds in aparte bedden. Op een avond, ze draagt een witte nachtpon, zegt ze in de donkere slaapkamer: `Zal ik even bij je komen?' Bij die twee vermeldingen blijft het.

Nicolien ergert en vertedert Maarten. Misschien houdt hij van haar omdat ze vroeger dacht dat mensen van aardappel zijn. Het idee dat ze van vlees zijn vond ze te griezelig. Ze ontroert hem, zoveel is zeker. Een van de weinige keren dat hij haar uiterlijk beschrijft, ze is dan al over de vijftig, noemt hij haar gezicht `lief, zachtmoedig en wat verbaasd'.

Bepalend voor hun relatie is dat ze elkaars jeugdliefde zijn. Hun inzet is dat alles moet blijven zoals het ooit begon. Vooral van Nicolien mag er niets veranderen, met alle middelen dient het onvermijdelijke te worden voorkomen, namelijk dat Maarten en zij uit elkaar groeien. Ze is met hem getrouwd, herhaalt ze tot vervelens toe, om samen tegen de maatschappij te zijn. Daarom verafschuwt ze van het begin af Maartens baan op het Bureau. Ze wil geen man die werkt.

Nicolien is niet alleen onmaatschappelijk (ze beroemt zich erop nooit vrienden te hebben gehad), ze is vooral bang. Zo lijdt ze bijvoorbeeld aan wat ze zelf `blikangst' noemt, de angst om bekeken te worden. Ze houdt er rigide linkse meningen op na (tegen auto's, tegen werken, tegen kruisraketten, maar vóór underdogs in alle soorten en maten). Schuldgevoel speelt daar een rol bij: Maarten mag geen roeimachine hebben, want arme mensen hebben ook geen roeimachine. Haar standpunten laten geen enkele relativering toe. Dankzij haar, vinden zij beiden, is Maarten geen rechtse patser geworden.

In deel zes van Het Bureau, Afgang, blijkt dat behalve angst ook een dosis jaloezie Nicolien parten speelt. `Jij bent gewoon een eigen leven gaan leiden met dat Bureau en daar sta ik helemaal buiten. [...] Ik wilde geen kinderen en jij wilde geen baan.' Alleen zij is, als gevangene van haar eigen zelfbeeld, de afspraak nagekomen. Vermoedelijk is Nicolien in deel zes in de overgang. Die kinderen zullen er definitief niet meer komen, ze is labieler dan ooit, terwijl Maarten in zijn werk succes heeft. Hoezeer haar dat krenkt, blijkt in 1983, wanneer Maarten de kans krijgt hoogleraar te worden. `Ik wil het niet! En daarmee uit!', schreeuwt ze. (Nooit, behalve als ze een vraag stelt, spreekt Nicolien een zin uit zonder uitroepteken). Maarten riposteert dat hij er toch wel over wil praten, waarop deze veelzeggende scène volgt: `Hou je mond zeg ik!' – ze gaf met haar volle vuist een harde stomp tegen zijn kaak, haar gezicht was verwrongen van woede. `Donder op alsjeblieft!'

Nicolien, het bange vogeltje met de scherpe snavel, is een blok aan Maartens been. Ze belemmert hem in zijn intellectuele, emotionele en seksuele ontwikkeling, en maakt zijn leven zowel op Het Bureau als thuis tot een hel. Toch is zijn band met haar onvoorwaardelijk en onverbrekelijk. Dat is ware liefde, belangeloos en onbaatzuchtig. Precies zoals Nicolien het wil!