AOW

Toelichting:

Per 1 januari 2001 worden de uitkeringen op grond van de Algemene ouderdomswet (AOW) overeenkomstig de Wet Koppeling met Afwijkingsmogelijkheden (WKA) verhoogd. Dit is een gevolg van de halfjaarlijkse aanpassing van het wettelijk minimumloon en de sociale uitkeringen aan de ontwikkeling van de lonen.

De wijziging leidt er toe dat bijvoorbeeld een echtpaar waarvan beide partners 65 jaar of ouder zijn en dat alleen een AOW-uitkering heeft, er vergeleken met de uitkeringen vanaf juli jongstleden netto ruim 120 gulden per maand bij krijgt. De totale netto uitkering voor een echtpaar komt daarmee op ruim 2290 gulden per maand. Iedere partner ontvangt 50 procent van dit bedrag.

Alleenstaanden krijgen er netto per maand ongeveer 100 gulden bij. Deze bedragen gelden voor AOW-ers zonder aanvullend pensioen en met een ziekenfondsverzekering.

Het AOW-pensioen voor gehuwden of samenwonende partners is netto gelijk aan 50 procent van het netto minimumloon. Het netto pensioen van een alleenstaande is gelijk aan 70 procent van het netto minimumloon.

Een gehuwde met een partner jonger dan 65 jaar ontvangt een pensioen van 50 procent van het netto minimumloon en een toeslag van maximaal hetzelfde bedrag (bruto 1261,07 gulden).

Een gehuwde met een partner jonger dan 65 jaar die voor 1 februari 1994 al recht had op een AOW-uitkering ontvangt een pensioen van 70 procent van het minimumloon en een toeslag van maximaal 30 procent van het minimumloon.

Eén ouder-gezinnen ontvangen een pensioen dat netto gelijk is aan 90 procent van het netto minimumloon. Het gaat hier om ouderen die ongehuwd zijn en een kind hebben dat jonger is dan 18 jaar voor wie zij kinderbijslag ontvangen.

De gehuwde gepensioneerde met een partner jonger dan 65 jaar kan een toeslag op het ouderdomspensioen ontvangen, die afhankelijk is van het inkomen van die jongere partner. Van dit inkomen wordt een deel buiten beschouwing gelaten.

Deze vrijlating bedraagt 15 procent van het bruto minimumloon met inbegrip van de overhevelingstoeslag (381,62 gulden) en een derde deel van het meerdere aan bruto inkomsten.

Wat daarna overblijft, wordt in mindering gebracht op de toeslag. Ingeval recht bestaat op een maximale toeslag van 30 procent van het minimumloon (bruto 690,06 gulden) bestaat bij een bruto inkomen van de jongere partner van meer dan 1416,71 gulden per maand geen recht meer op een toeslag.

Wanneer de maximale toeslag gelijk is aan het bruto gehuwdenpensioen (1261,07 gulden per maand) dan bestaat bij een bruto inkomen van 2273,22 gulden of meer, geen recht meer op toeslag.

Inkomen in verband met arbeid, bijvoorbeeld een sociale verzekeringsuitkering, wordt geheel gekort op de toeslag.