Vage paden in het Siberië van Frankrijk

Ieder land heeft zijn Siberië. Nederland kent Noordoost-Groningen, en het Siberië van Frankrijk ligt bijna recht onder Brussel. Daar strekt zich, op vier uur rijden van Amsterdam, een golvend landschap uit, met bossages, meanderende rivieren en, in de winter, eindeloze vlaktes kale klei waar de wind vrij spel heeft. Het is de Thiérache, een streek die, volgens reacties op internet, gerekend mag worden tot de onontdekte gebieden van Frankrijk.

Onbekend betekent, voor de oprechte reiziger, bemind. Een gebied ontdek je door er doorheen te wandelen en dwars door dit toeristisch onontgonnen gebied loopt een Grande Randonnée: de GR 122. Althans, de 122 is ingetekend op diverse kaarten van Michelin en van het Institut Geografique National. Deze GR-route loopt van Valenciennes, via Wassigny, Buironfosse, Lerzy, Sorbais, La Bouteille, Plomion, Parfondeval naar de Ardennen. Volgens de experts van wandelwinkel Pied à Terre was deze route ooit `gebaliseerd', van rood-witte markeringen voorzien, maar is er om onopgehelderde redenen nooit een topoguide van verschenen. Afgelegen, onontdekt en onopgehelderd: de GR 122 lokt.

Om er te komen dient men eerst Picardië te lokaliseren op de kaart van Frankrijk. Picardië omvat de departementen Somme, Oise en Aisne. In laatstgenoemd departement ligt, tegen de grens met België, de Thiérache.

De smalle, vaak kronkelende tweebaans autowegen in de Thiérache nopen tot onthaast rijden en bieden de mogelijkheid het land rustig in zich op te nemen. Ingeklemd tussen de heuvels liggen minuscule gehuchten. Laat in november grazen nog koeien op het land en dwalen klamme schapen door de weilanden. En wie van modder houdt, moet zeker na de bietenoogst hier over de landweggetjes gaan rijden.

Een agrarisch gebied, zo te zien, waaraan de hectiek van de eenentwintigste eeuw is voorbijgegaan. Maar zo de bezoeker al associaties mocht krijgen met rustiek en lieflijk, een uitzonderlijk fenomeen doet deze gedachten snel naar de achtergrond verdwijnen. De Thiérache is vaak het toneel geweest van plunderingen en bloedvergieten. Rond de zestig Wehrkirchen of églises fortifiées staan verspreid in het land. Bakens van veiligheid onder de grijze hemel.

Door dit grensgebied van de Lage Landen, de Duitse Staten en Frankrijk trokken in de 16de en 17de eeuw allerlei legers. De soldaten leefden van het land en toonden vaak weinig respect voor de bezittingen van de lokale bevolking. Een tijdgenoot schreef: ,,2 Juli 1636, La Capelle is belegerd door het leger van de vijand (..) (zij) zijn ook Vervins binnengetrokken (..) vrouwen en meisjes zijn verkracht en meer dan vijftien mannen en vrouwen zijn gedood, een groot aantal mensen is verwond.'' Wanneer de boeren in de Thiérache de legertroepen tijdig zagen aankomen, luidden zij de kerkklokken en trok men zich met have en vee terug in de bastions van God: plompe kerken met donjons in plaats van torens en schietgaten in plaats van glas-in-lood ramen.

De grootste vestingkerken bevinden zich in Prisces, Burelles en Plomion. Prisces is om veiligheidsredenen gesloten, laat een plakkaat op de kerkdeur weten, want het interieur van de donjon staat op instorten. Met de rug naar de dichte kerkdeur heeft de bezoeker een goed uitzicht over het kale land. Honden blaffen, in de verte kraait een haan en nergens is een plunderende Spanjool of Brabantse huurling te zien.

Burelles laat zich zonder gevaar betreden. Er staan opvallend veel beelden in de kerk, waar een zware kelderlucht hangt. Het vocht heeft grote delen van het pleisterwerk weggeslagen en in het gangpad ligt een hoop duivenpoep. De donjon blijkt vrij toegankelijk en wie in dit plaatsje komt mag zich een bezoek aan deze toren niet ontzeggen. De toren is gerestaureerd en geeft een goede indruk van de omstandigheden waaronder de plaatselijke boeren hebben moeten wachten tot het weer veilig was. Het moet er koud zijn geweest en met alle koeien, paarden en schapen in de kerk zal er binnen korte tijd een krachtige geur hebben gehangen. Zeker wanneer ze de lokale kaas hadden meegenomen. Wie optimaal van de krachtige geur van de maroilles wil genieten, moet dit kaasje een nacht in de kofferbak van de auto bewaren.

Ook in Plomion stinkt het in de kerk. Jeanne d'Arc hangt aan de muur naast een geharnaste ridder. Een crucifix van draadstaal staat tussen het religieuze nepgoud en de kunstjuwelen. Bij het verlaten van het dorp zien we onder een verkeersbord de rood-wit markering van de GR 122. Het zullen, ofschoon we volgens de kaart de GR 122 enige malen kruisen, de enige balises zijn die we tegenkomen. Volgens de dame van het Office du Tourisme in La Capelle ligt het niet aan onze opmerkzaamheid, maar is de GR slechts ten dele gebaliseerd. ,,Maar u kunt heel goed wandelen in de Thiérache'', zegt ze en beveelt ons twee gidsjes aan met balades à pied. Voor de lange wandeltrek is er de 40 km lange `Axe Vert' van Guise naar Hirson. De Groene As is een oude spoorlijn die tot wandelpad is omgebouwd en waarvan de stationnetjes tot gîtes d'étape zijn verheven.

Een stuk hebben we ervan gelopen: van Guise naar Beaurain, en toen hadden we het wel gezien. De Axe Vert blijkt een eindeloos lang, ongeaccidenteerd smal grasveld. Soms in de geul van twee taluds, dan weer als richel door het land. Lopen over een voetbalveld is spannender.

De GR 122 blijft intrigeren en weer in Nederland zoeken we contact met de Franse GR-organisatie. Wat is er gebeurd met de GR 122? Aangenaam verrast horen we Anne Haution uit Cugny aan. Zij is van de Fédération Française de Randonnée et de la Commission Régionale des Sentiers de Picardie en deelt mee dat de GR 122 onlangs is `gerehabiliteerd'. De gehele route is nu gebaliseerd. Alleen is er nóg geen topoguide, zegt ze. Ze kan wel foldermateriaal over de route sturen. Dat vragen we dus op, voor de volgende keer.